Minder ‘rompslomp’ voor wie gehandicapte aanneemt

Sociale Zaken Werkgeversverenigingen klagen dat het ingewikkeld is om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. Kabinetsplannen om daar wat aan te doen, kregen veel kritiek. Nu is er een nieuwe aanpak.

Er zijn in Nederland ongeveer 200.000 mensen die door hun lichamelijke of geestelijke beperking niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Beeld iStock / bewerking NRC

Het moet voor werkgevers makkelijker worden om mensen met een arbeidshandicap aan te nemen. En gehandicapten zelf moeten meer worden gestimuleerd om te gaan werken. Met die twee doelen kondigde staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) dinsdag een hele reeks veranderingen aan voor werkgevers én de arbeidsgehandicapten zelf.

Er zijn in Nederland ongeveer 200.000 mensen die door hun lichamelijke of geestelijke beperking niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. De helft van hen zit nog werkloos thuis. „Dat vind ik onacceptabel”, zei Van Ark dinsdag in een toelichting. „Helemaal nu werkgevers staan te springen om mensen.”

Landelijke werkgeversverenigingen klagen al langer dat het ingewikkeld is om een gehandicapte in dienst te nemen. In het regeerakkoord was daarom afgesproken dat werkgevers hun gehandicapte werknemers voortaan geen volledig salaris meer hoeven te geven, maar alleen nog hoeven te betalen voor de productiviteit die ze leveren. De gehandicapte moest dan zelf een aanvullende bijstandsuitkering aanvragen bij de gemeente. Dat plan gaat niet door, besloot Van Ark in september. Het riep vooral bij gehandicapten zelf veel weerstand op en zou moeilijk uit te voeren zijn.

Lees meer over de kritiek op de kabinetsplannen om arbeidsgehandicapten onder het minimumloon te betalen: Overleg over toekomst van arbeidsgehandicapten stokt

Om werkgevers toch tegemoet te komen, wil het kabinet nu dat gemeenten veel meer op dezelfde manier gaan werken. Sinds 2015 is het een taak van gemeenten om werkgevers een subsidie te geven voor de gehandicapten die zij in dienst hebben. „Maar de ene gemeente betaalt binnen drie maanden en andere binnen zes weken”, zegt Van Ark. Ook tijdens de aanvraagprocedure zijn er verschillen tussen gemeenten. Dat is lastig voor werkgevers die gehandicapten in dienst hebben uit meerdere gemeenten. Van Ark: „Er is vaak bureaucratische rompslomp.” Een werkgroep moet nu, mede in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, kiezen op welke manier alle gemeenten voortaan hetzelfde kunnen gaan werken. Van Ark wil voor 1 april een oplossing horen van deze werkgroep.

Verschil verkleind

Van Ark verandert ook allerlei regels voor mensen die onder een oudere regeling vallen: de Wajong. Die is bedoeld voor mensen die al van jongs af aan een handicap hebben. Sinds 2015 is de toegang tot die regeling gesloten voor gehandicapten die kunnen werken. Maar wie al een Wajong-uitkering kreeg, mocht die behouden.

De staatssecretaris verkleint via een dinsdag gepubliceerd wetsvoorstel vooral de verschillen tussen mensen die vóór 2010 in de Wajong-regeling zijn ingestroomd en daarna. Voor de groep van na 2010 zijn ook een paar extra strenge regels gaan gelden, die Van Ark nu weer schrapt.

Een van die regels betreft Wajongers die een jaar lang zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Sinds 2010 verliezen zij permanent het recht op een Wajong-uitkering. Het idee was dat zij geen overheidshulp meer nodig blijken te hebben. Maar in de praktijk weerhield dat sommige gehandicapten ervan om door te groeien in hun baan – uit angst dat ze hun vangnet verliezen. Daarom wil Van Ark hier van af.

Ook worden Wajongers van na 2010 niet langer gekort op hun uitkering zodra ze gaan studeren. Die korting van 75 procent leek ooit logisch omdat studenten een studiebeurs kregen. Maar sinds de invoering van het leenstelsel maakt het jonggehandicapten terughoudend om aan een studie te beginnen.

    • Christiaan Pelgrim