Kantoor aan huis

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week fiscaal recht.

Foto Lex van Lieshout/ ANP

Samen lieten ze een pand bouwen. Het echtpaar woonde er en de vof die de man en vrouw samen runden, gebruikte enkele ruimtes als werkkamer en opslagruimte. Een aparte bedrijfsrekening was er niet, noch afspraken over of huur voor het gebruik van de ruimtes. De vof trok de btw van de bouwkosten af, ook al stond het pand niet op de balans van de vennootschap.

Het echtpaar raakt hierover in de clinch met de Belastingdienst. De fiscus ziet het privégebruik van het pand als een btw-belastbare dienst en dus is omzetbelasting verschuldigd. Nee, meent het echtpaar dat vindt dat het pand niet tot het ondernemingsvermogen behoort.

De rechtbank Gelderland boog zich onlangs over de kwestie. Die wees op een Europese uitspraak waaruit blijkt dat een ondernemer het recht heeft een goed dat voor zowel bedrijfsmatige als andere doeleinden wordt gebruikt als ondernemingsvermogen aan te merken. En dat is volgens de rechter hier ook gebeurd. De vof heeft de btw-aftrek genoten, en „daarmee samenhangend de keuze gemaakt het pand voor het bedrijfsvermogen te bestemmen”, aldus de rechter. En dus is het privégebruik van het pand een belastbare dienst. Het bezwaar van het echtpaar is ongegrond.

Uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2018:4835

    • Anne van der Schoot