‘Is het publicabel?’ ‘Gast...’

schrijfmarathon

doet mee aan de National Novel Writing Month en probeert deze maand 50.000 woorden te schrijven.

Zelden maak ik zo weinig vrienden als wanneer ik beroepsschrijvers over Nanowrimo vertel. „Ik doe weer mee aan die schrijfmarathon”, begin ik meestal.

„O, Christus.” Schrijvers die me langer kennen haken hier al af, wie blijft staan wordt bedolven onder feiten zoals dat er wereldwijd meer dan 400.000 mensen meedoen of dat de Duitsers het altijd beter doen dan de Nederlanders. Dit jaar zijn wij met 1.344 schrijvers en zij met 3.769. Gemiddeld hebben ze per persoon 1.000 woorden meer dan wij geschreven.

„Iedereen werkt aan een roman?”

„Aan 50.000 woorden.”

Om mee te doen moet je, naast woorden kunnen tellen, verbinding met internet hebben. Na aanmelding bij nanowrimo.org, krijg je een persoonlijke pagina waar je je naam kunt invullen, de titel van je beoogde ‘roman’ en nog wat van die oppervlakkigheden. Het draait tenslotte om de teller: een vierkantje rechtsboven waar je tussen 1 en 30 november op elk moment kunt invoeren hoeveel woorden je hebt geschreven. Als je op ‘update wordcount’ drukt, worden je data herberekend: je gemiddelde per dag, hoeveel woorden je nog van het doel verwijderd bent en de conclusie: At this rate you will finish on april 27th.

Het moge duidelijk zijn dat je dan verloren hebt. Voor middernacht 30 november moet je binnen zijn, oftewel: je tekst in het verificatievenster gecopypasted hebben. Als de software voldoende woorden telt, mag je je nanowrimowinnaar noemen.

„Wordt het dan uitgegeven?”

„Nee.”

„Leest iemand het?”

„In godsnaam, nee.”

„Wat heb je er dan aan?”

Drie keer mocht ik in november in het stof bijten, verzuurd en verslagen afgehaakt in de loodzware tweede week.

„Het gaat om kwantiteit, niet om kwaliteit.” Het vaakst probeerde ik het op de marginale schrijversborrel, maar ik oogstte in het beste geval meewarige blikken. „Filterloos alles neertikken wat je onderbewustzijn naar buiten flikkert.” Ik kan niemand overtuigen van de pret van een overkill aan vleugellamme metaforen die je om de oren vliegen terwijl jij met je poten in de modder zit te nanowrimoën,

„Het is schrijven zoals je deed toen je geen flauw benul had van de wetten of de lezer. Het is een professionele loper die op blote voeten een sprint trekt op een nieuwe planeet.”

„Maar is het publicabel?”

„Gast...”

„Zo slecht?”

„Troep van de bovenste plank, maar wel 7.179 woorden in een dag.”

Volgens mijn all time nanostats is dat mijn dagrecord.

„Wat win je dan?”

„Als je de 50k hebt gehaald, wordt het lichtblauwe cirkeltje bij je naam paars.”

Als blikken konden doden, zou ik met pek en veren op een balk het café uitgaan.

„Bij een marathon doet het er ook niet toe hoe je loopt, als je maar binnen de tijd over die eindstreep komt.”

„Ga fietsen, idioot.”

De eerste 50k van mijn laatste roman heb ik er in een november uit gerammeld. Na vijf jaar herschrijven heb ik het bij Querido ingeleverd. In 2017 hebben zij het uitgegeven. Ik wacht nog steeds op de schrijver die komt aantonen dat dat boek niet goed is, want die mag mijn toetsenbord hebben.

    • Carolina Trujillo