Hof: Koerdische leider ten onrechte vastgehouden

Turkije moet de Koerdische leider Selahattin Demirtas meteen vrijlaten, zegt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De kans dat dit gebeurt is echter klein.

Een supporter van Selahattin Demirtas houdt een masker van waarop zijn afbeelding staat, tijdens een demonstratie in juni 2018 in Ankara. Foto Umit Bektas/Reuters

De Turkse oppositiepoliticus Selahattin Demirtas wordt ten onrechte in voorarrest gehouden en moet onmiddellijk worden vrijgelaten. Dat heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dinsdag bepaald. Volgens het Hof heeft de Turkse rechterlijke macht Demirtas’ recht op een snel proces geschonden om politieke redenen.

Demirtas zal desondanks niet vrijkomen. „Het vonnis is niet bindend”, zei president Erdogan in een reactie. Turkse rechtbanken vallen echter wel degelijk onder jurisdictie van het EHRM. Vonnissen van het Hof hebben kracht van wet en wegen zwaarder dan besluiten van het Turkse Constitutionele Hof.

Demirtas is de leider van de pro-Koerdische partij HDP, die bij de verkiezingen in juni 12 procent van de stemmen behaalde. Hij werd in september veroordeeld tot vier jaar cel wegens steun aan terrorisme, nadat hij bijna twee jaar in voorarrest had gezeten. Er lopen nog diverse andere zaken tegen hem op basis van omstreden terreuraanklachten.

Lees ook: Voormalige pro-Koerdische oppositieleider krijgt ruim 4 jaar cel

Onvoldoende grond

Het Hof stelt dat er „onvoldoende” grond was om de herhaaldelijke verlenging van Demirtas’ detentie te rechtvaardigen. „De verlengingen van Demirtas’ detentie, vooral tijdens twee cruciale [verkiezings]campagnes, hadden het achterliggende doel het pluralisme en de vrijheid van politiek debat in te perken.” Het Hof accepteerde wel dat Demirtas in eerste instantie werd vastgehouden wegens een „redelijke verdenking” dat hij een misdaad had gepleegd.

De laatste jaren heeft de Turkse regering meermaals geweigerd vonnissen van het EHRM op te volgen. Het ging vooral om vonnissen met betrekking tot het recht op een behoorlijke rechtsgang. Verdachten werden soms jarenlang ten onrechte in voorarrest gehouden. Het Hof bepaalde dat de buitensporige duur van hun voorlopige hechtenis een inperking vormde van hun grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting.

    • Toon Beemsterboer