Meer armoede in Italië: ‘Nog nooit zo’n dramatische situatie gezien’

Armoede Italië In tien jaar groeide het aantal Italianen in armoede van 1,8 naar 5 miljoen. „Het is net de jaren 70.” Het populistische kabinet wil snel maatregelen, maar botst met Brussel.

Een man verkoopt aanstekers in de straten van Napels. Foto Ton Koene/Hollandse Hoogte

„Het ergste van arm zijn”, zegt Massimo Tuglio, „is als je niet meer voor je vrouw en kinderen kunt zorgen. Daar word je wanhopig van, en het gaat ook knagen aan je huwelijk. Ieders zenuwen staan gespannen. Zelfs het kleinste dingetje, als ik alleen maar een asbak verplaats, leidt tot ruzie.”

„Jullie zijn nog bij elkaar, maar bij mij was er geen dialoog”, zegt Angelo Giordano. „Dan gaat het heel snel. Ineens valt alles om je heen weg. Je werk weg, je huwelijk kapot, je huis uit. In een paar maanden is het gebeurd en voor je het weet leef je op straat.”

Ze kijken elkaar aan met een blik van berustende herkenning. „Vrouwen gaan klappen geven als je je gezin niets meer te eten kan geven, en ik kan hun geen ongelijk geven”, zegt Tuglio – het is duidelijk dat hij uit eigen ervaring spreekt. „Ik ben dankbaar dat ik hier af en toe wat hulp krijg, anders zou mijn huwelijk uit elkaar zijn geklapt.”

Tuglio en Giordano doen hun verhaal in hartje Napels. In de smalle, vervuilde straten buiten hangt, klassiek, de was uit. Af en toe biedt een open bovendeur direct zicht op een schamel ingerichte huiskamer. Je kunt de armoede bijna aanraken. Binnen, in een sjofel kantoortje van de katholieke hulporganisatie Caritas, vertellen ze over hun leven.

Tuglio, baardje, ringetje in zijn oor, is 46 jaar en woont met zijn vrouw en twee kinderen van 23 en 18 in een klein huurhuisje; hij praat liever hier, want openlijk te koop lopen met je problemen, dat doen Italianen niet. Giordano, heldere ogen in een gelooid gezicht, wordt volgende maand 65. Hij is twee keer getrouwd geweest, maar ‘woont’ nu in een opvangcentrum – na het ontbijt moet hij de straat op.

Deze twee geboren en getogen Napolitanen behoren tot het snel gegroeide leger van Italianen die moeten leven in wat in de statistieken „absolute armoede” heet. In tien jaar is hun aantal gestegen van 1,8 naar ruim 5 miljoen, een gevolg van de economische stagnatie.

Massimo Tuglio (links) en Angelo Giordano. Foto Marc Leijendekker

Strafprocedure tegen Italië

Het populistische kabinet dat in juni is aangetreden, wil snel met maatregelen komen. Dat is de kern van het felle dispuut met Brussel. Luigi Di Maio, leider van de Vijfsterrenbeweging, herhaalt het in allerlei varianten: we moeten iets doen aan die armoede, en Brussel moet begrijpen dat we daarom meer geld moeten uitgeven dan was afgesproken.

Rome wil groeien door mensen geld te geven om meer te gaan kopen. Brussel antwoordt: probeer liever te groeien door bedrijven ruimte te geven zodat ze mensen werk kunnen bieden. Woensdag zet de Europese Commissie naar verwachting een eerste stap in een strafprocedure tegen Italië omdat het de begrotingsafspraken schendt.

Lees meer over het begrotingsconflict: Italië: doen wat Brussel zegt zou economische zelfmoord zijn

Vooral in Napels en elders in het zuiden van Italië is de armoede een enorm sociaal probleem. Volgens het statistisch bureau Istat leeft één op de tien gezinnen in Zuid-Italië in absolute armoede. Dit verklaart het enorme succes hier van de Vijfsterrenbeweging.

De belofte van een nieuwe vorm van bijstand, een aanvullend inkomen tot een totaal van 780 euro, was een gigantische stemmentrekker, zegt Giancamillo Trani, vicedirecteur van Caritas Napels. „Maar we hebben zoiets vaker gezien. Mensen hebben messiaanse verwachtingen. Iedereen die een huis en werk belooft wint hier, of je rood bent of wit, links of rechts. Zo dramatisch is de situatie. Wat we echt nodig hebben zijn lagere arbeidskosten en stimuleringsmaatregelen voor bedrijven.”

Hij steekt een sigaret op en wijst op de stapel papieren voor hem. Aanvragen van jongeren die hopen in aanmerking te komen voor de servizio civile, de burgerdienst. Twaalf maanden op de een of andere manier ten dienste van de staat en de gemeenschap werken, voor 433,80 euro per maand. „Dat lijkt weinig, maar voor de meeste gezinnen hier is het een lot uit de loterij.” Hij zucht: „Er is ook veel culturele armoede. Jongeren gaan niet naar school, ook al is er een leerplicht tot zestien jaar.”

‘Alles is in elkaar gestort’

De afgelopen jaren hebben een grote terugval laten zien, zegt Trani. „Ik ben nu 56 en doe dit werk al dertig jaar, maar ik heb nog nooit zo’n dramatische situatie gezien. Het is hallucinerend wat er is gebeurd. De afgelopen jaren is de economie in elkaar gestort. We zijn weer terug bij af, het is net als in de jaren zeventig. In het zuiden is 35 tot 40 procent van de jongeren niet bezig met een opleiding, een baan of training. „De mensen zijn gedesillusioneerd. Er is hier ab-so-luut geen werk meer.”

Zowel Tuglio als Giordano praten fatalistisch over hun pogingen om werk te zoeken. Tuglio heeft een tijdje in een pizzeria gewerkt, zwart natuurlijk. Van zes tot twee ’s nachts, voor 30 euro per avond. Maar daar was hij op een gegeven moment niet meer nodig. Hij heeft een diploma terza media, de voorbereidende middelbare school waar je, als alles goed gaat, van je elfde tot je veertiende zit. „Ik heb een heleboel mensen een cv gestuurd, maar niets gevonden.”

Ik doe dit werk al dertig jaar, maar ik heb nog nooit zo’n dramatische situatie gezien

Giancamillo Trani, Caritas Napels

Vroeger kon hij nog wel wat regelen, zoals zo veel mensen in Napels. Hij had bijvoorbeeld een tijd een kraampje met vervalste dvd’s. Vroeger keek de politie de andere kant op. Maar de verkoop van vervalste spullen (bijna standaard in Napels) werd opeens actief vervolgd. „In 2009 ben ik veroordeeld omdat ik een heleboel valse cd’s en dvd’s verkocht en op voorraad had. Ze zeiden dat het heling was.” Hij heeft, toen de straf vijf jaar later effectief werd, tussen 2014 en 2016 achttien maanden een werkstraf gehad en is zo terechtgekomen bij Caritas. Die kan af en toe een klusje voor hem regelen. Af en toe.

Giordano lukt dat niet. „Na je veertigste vind je hier helemaal geen werk meer.” Hij praat vol enthousiasme over de negen jaren dat hij als cabinepersoneel heeft gewerkt voor de luchtvaartmaatschappij Alitalia, en later nog wat korter voor kleinere maatschappijen. „Ik weet nog hoe we in een grote limousine door Manhattan reden.”

Jaren op straat

Maar ondanks zijn hbo-opleiding toerisme, Engels en Frans als buitenlandse talen, ging het fout. Hij verloor zijn baan. Kreeg ruzie met zijn vrouw, raakte bij de scheiding zijn huis kwijt, en wist eigenlijk nooit meer overeind te krabbelen. Jaren op straat, een baan in een fabriek in het noorden, maar daar kon hij niet aan wennen. „Daar zijn de mensen egoïstisch, er is geen persoonlijk contact.”

Hij keerde terug naar zijn geboortestad en kwam op voorspraak van een priester in een opvangcentrum, een slaapgelegenheid voor honderd mensen. „Het is niet schoon daar. Er zijn allerlei insecten, luizen. Je moet om 19.00 uur binnen zijn. Dan eet je wat en ga je slapen. Of je gaat nog even de deur uit, maar je moet om 23.00 uur binnen zijn. Daarna blijft de deur dicht, hoe koud het buiten ook is.”

De straten van Napels. De recessie trof het Italiaanse zuiden hard.
Foto Jochen Eckel
‘Ik ben arm, ik heb een kind, geen huis. Alstublieft, helpt u mij. Dank aan iedereen’ staat op het plakkaat van deze bedelares in Napels.
Foto BSIP/UIG/Getty Images

Ze vertellen het feitelijk, zonder klagen. Het is zoals het is. Tussendoor vallen ze over elkaar heen in enthousiaste lofzangen op de inventiviteit en de hartelijkheid van de Napolitanen. Als dat echt zo is, kunnen familie en vrienden dan niet helpen? Beiden schudden meteen het hoofd. Giordano heeft nauwelijks contact meer met zijn familie, en voor de paar vrienden die hij nog heeft, wil hij niet weten hoe slecht hij er nu aan toe is. „Je wilt je zo niet laten zien.” En Tuglio: „Eén keer om hulp vragen, dat is acceptabel. Maar je kunt niet steeds op de deur van je vrienden blijven kloppen.”

In hun beleving is het vanaf 2009 fout gegaan in Napels. Italië kwam in een recessie terecht die het zuiden, met zijn toch al wankele werkgelegenheid, nog veel zwaarder heeft getroffen dan het industriële noorden van het land. „Ook door de buitenlanders is er veel veranderd”, zegt Tuglio. „Die moeten ook werken. Het beetje ruimte dat er was, is er nu niet meer. Als je 50 euro voor een dag werken vraagt, bellen ze iemand anders.” Giordano ziet het zo: „De staat heeft Europees geld gekregen voor de opvang van buitenlanders. Ze hebben ze laten komen en hen en ons verder aan ons lot overgelaten.”

Soort van bijstand

Allebei hebben ze op de Vijfsterrenbeweging gestemd, de partij van vicepremier Luigi Di Maio, die uit de omgeving van Napels komt.

De belofte van een soort bijstand was allesbepalend daarbij, en tegen het harde beleid dat coalitiepartner Lega wil voeren tegen illegale immigranten hebben ze geen bezwaar.

„Het zou mijn leven veranderen. Ik hoop dat op z’n minst de helft van de beloftes van het kabinet wordt vervuld”, zegt Giordano. Tuglio kijkt hem even aan. „Laten we het hopen.”

    • Marc Leijendekker