Opinie

    • Maxim Februari

Een miljardair die presidenten afwerkt

Dit nogal ongemakkelijke verhaal begon voor mij met een uitzending van het VPRO-programma Tegenlicht in april. Die ging over Hongarije, onderwijsvrijheid, immigratie en George Soros. Meteen in de eerste zin werd het nationalisme een ‘spook’ genoemd dat door Hongarije waart. „Daarbij moet een universiteit het ontgelden, en niet zomaar één.”

Niet zomaar een universiteit. Het regime van premier Orbán had namelijk gedreigd de Central European University te sluiten, die in 1991 door financier George Soros in Boedapest is opgericht „om de waarden van een open samenleving te propageren”. De VPRO gebruikte dit begrip, propaganda, tweemaal op de site. En blijkbaar was het positief bedoeld.

De aflevering bleef me lang bij. En nu de universiteit van Soros op het punt staat noodgedwongen van Boedapest naar Wenen te verhuizen, kijk ik opnieuw naar alle commotie eromheen. „We worden het land uit gejaagd”, zegt de Canadese intellectueel Michael Ignatieff, rector van de universiteit. En zo is het. Maar vreemd genoeg is het juist Ignatieff die daarvoor bij mij begrip heeft gekweekt.

In de aflevering van Tegenlicht komt allereerst regeringswoordvoerder Zoltán Kovács aan het woord, die het Hongaarse regime verdedigt. Hongarije kent een geschiedenis van langdurige onderdrukking, zegt hij. Daarom betekent vrijheid voor Hongaren vooral soevereiniteit; in staat zijn zelf te zorgen voor welvaart. In de eenentwintigste eeuw verdedigt het land deze soevereiniteit niet tegen overheersers, maar tegen het wereldbeeld van Soros, dat uitnodigt tot wereldwijde migratie en het opheffen van alle grenzen.

Ignatieff gaat in het programma deels mee in deze historische analyse. Hij herhaalt weliswaar zijn oude standpunt dat grenzen sluiten rampzalig is. In 2016, tijdens ‘de vluchtelingencrisis’, heeft hij gezegd dat het gevaarlijk is om nationale soevereiniteit boven universele verplichtingen te stellen. Maar in september 2017 zegt hij tegen Trouw dat het geen schande is je eigen land voor te trekken, ook in Hongarije niet. „U wilt vast ook geen Europa waarin de Nederlandse taal verdwijnt.” En „het gepreek van de EU” helpt niet.

Ignatieff wijst dus wel degelijk op de verplichting jegens vluchtelingen, maar vraagt tegelijk begrip voor ‘patriottisme’. En daarin staat hij niet alleen. De van oorsprong Hongaarse socioloog Frank Furedi zegt hetzelfde in zijn boek Populism and the European Culture Wars. Speel het belang van het land en het belang van kwetsbare individuen niet tegen elkaar uit, is zijn boodschap; nationalisme is niet vanzelf antisemitisch en een keuze voor de bescherming van Roma en homo’s is niet vanzelf een keuze tegen Hongarije.

Het nationalisme is dus niet per definitie een ‘spook’. Net zo min als het propageren van je eigen waarden via je universiteit je vanzelfsprekend gelijk geeft. Michael Ignatieff mag de universiteit dan naar voren schuiven als plek die vrijheid garandeert, tegelijk dwingt hij zelf tot een kritische blik op die universiteit – „niet zomaar één” – die wordt gefinancierd door George Soros.

Hier wordt het verhaal echt ongemakkelijk. Het is immers lastig kritisch naar Soros te kijken, nu hij wereldwijd door antisemitische clubs wordt beticht van Joodse complotten. Toch moet kritiek mogelijk blijven en dus kijken we naar George Soros. De man is immers ook gewoon maar een miljardair met politieke invloed op wereldschaal.

In januari van 2017 schetste de Volkskrant een portret van hem en citeerde daarin de Amerikaanse journalist Michael Lewis. Die was begin jaren negentig met hem meegereisd, „en zag hoe makkelijk Soros regeringsleiders in Bulgarije of Moldavië te spreken kreeg”. Soros zelf zei daarover: „I have one president for breakfast and another for dinner.” Kijk eens aan, een financier die presidenten afwerkt: de Hongaarse regering mag daar wat mij betreft vraagtekens bij zetten. Een liberaal westers land móét daar vraagtekens bij zetten.

Dat gebeurt te weinig. Er is een ‘schmittiaanse vriend-vijand-indeling’ geslopen in het denken over waarden in Europa, zegt Furedi. In een liberale samenleving verwacht je een open gesprek, maar het gesprek over Hongarije laat zien dat waarden vooral worden gebruikt als herkenningstune om je vrienden van je vijanden te kunnen onderscheiden.

Als de BBC in oktober 2017 regeringswoordvoerder Kovács interviewt over de universiteit, komt de journalist als vriend van Soros en vijand van de Hongaarse regering over. De woordvoerder stelt dat George Soros politieke plannen heeft. De vraagsteller is er duidelijk over. „That’s rubbish, isn’t it?” Zelf stel ik me openheid anders voor.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari