Coalities nodig voor betere toegang tot medicijnen

Rapport Access to Medicine Slechts vijf bedrijven ontwikkelen medicijnen voor de belangrijkste ziekten. Die afhankelijkheid maakt aanpak van al die ziekten „heel fragiel”.

De toegang tot geneesmiddelen in arme landen, zoals hier in Zuid-Soedan, verbetert alleen als farmaceuten, overheden en donoren meer gaan samenwerken, stelt Access to Medicine. Kassie Bracken/The New York Times

Alleen door meer coalities tussen grote farmaceutische bedrijven, overheden en charitatieve donoren verbetert de toegang tot geneesmiddelen in arme landen. Nog steeds ontwikkelt slechts een klein aantal bedrijven medicijnen voor de belangrijkste ziekten die deze landen treffen. Dat blijkt uit het tweejaarlijkse onderzoeksrapport dat non-profitinstelling Access to Medicine dinsdag heeft gepubliceerd.

Directeur Jayasree Iyer van Access to Medicine ziet de bestrijding van malaria als goed voorbeeld van zo’n samenwerking. Farmabedrijven werken hierbij nauw samen met onder meer de Bill & Melinda Gates Foundation en diverse overheden, waaronder de Nederlandse. Iyer: „Gezamenlijke doelstelling is de ziekte in 2030 uitgebannen te hebben. De farmabedrijven hebben daarbij uitgesproken geen winst te zullen maken op de malariamedicijnen. Dat is een recept voor succes”, zegt ze.

Voor veel andere ziekten ontbreekt zo’n grote coalitie echter, merkt Access to Medicine, en dan gebeurt er vaak weinig aan de bestrijding ervan. Zo is er een schreeuwend gebrek aan medicijnen voor jonge moeders en pasgeborenen – een vergeten groep, volgens Iyer. De VN stelden deze maand een programma vast om hier wat aan te doen; Nederland betaalt 50 miljoen euro mee. Iyer: „Het is hard nodig dat de farmaceutische industrie nu vaccins voor deze groepen ontwikkelt.”

De bestrijding van malaria richtte zich vooral op de muskiet. Teun Bousema verlegde de strijd naar de parasiet. Lees ook: Het gevecht met de stille malaria

Uit het onderzoek van Access to Medicine blijken vijf farmabedrijven goed voor 63 procent van het onderzoek naar medicijnen voor de 45 ziekten op de prioriteitenlijst van de Wereldgezondheidsorganisatie. En dan concentreren die bedrijven zich vaak nog op vijf ernstige ziekten: malaria, hiv/aids, tuberculose, de ziekte van Chagas en leishmaniasis. Veel farmabedrijven richten zich volgens Iyer veel liever op de lucratieve kankergeneesmiddelen dan op geneesmiddelen tegen infectieziekten.

Fragiele aanpak

De afhankelijkheid van slechts een handvol farmabedrijven maakt gecoördineerde aanpak van al die ziekten „heel fragiel”, zegt Iyer. „Als één van die bedrijven zijn strategie wijzigt en zich minder op voor arme landen toegankelijke medicijnen zou richten, ontstaat direct een groot probleem. Vooral omdat bij veel infectieziekten maar één of twee bedrijven zich met medicijnen ervoor bezig zijn.”

Al jarenlang is GlaxoSmithKline (GSK) het farmabedrijf dat de Access to Medicine-index aanvoert. Deze index toont hoe de grootste medicijnproducenten ter wereld – ‘Big Pharma’ – het doen in de 106 armste landen. Het Britse GSK is in zijn eentje goed voor eenderde van de uitgaven aan onderzoek naar ‘essentiële geneesmiddelen’ en heeft ook eenderde van de patenten. Daarna volgen het Zwitserse Novartis, het Amerikaanse Johnson & Johnson en het Duitse Merck. Het Japanse Takeda vond als snelste stijger aansluiting bij dit rijtje.

Naast overheden en donoren worden beleggers een steeds belangrijker drijvende kracht achter veranderingen bij farmabedrijven, stelt Iyer. Dat begon vier jaar geleden, toen 35 grote institutionele beleggers – waaronder Nederlandse pensioenfondsen als APG en PGGM – zich aan de doelstellingen van Access to Medicine verbonden. Inmiddels zijn dat er 81. „Die komen ook uit grote landen als de VS en het Verenigd Koninkrijk”, zegt Iyer. „En onlangs heeft ook de grootste Japanse institutionele belegger, Dai-Ichi Life Insurance, zich daarbij gevoegd.”

Nieuwe ontwikkeling is dat ook grote zakenbanken interesse hebben. Volgende week organiseren Goldman Sachs in New York en Londen en UBS in Tokio bijeenkomsten met farmabedrijven en beleggers om de uitkomsten van het Access to Medicine-onderzoek te bespreken.

Prijsbeleid

Access to Medicine keek bij zijn onderzoek ook naar transparantie en prijsbeleid. Voor geneesmiddelen worden per land verschillende prijzen gerekend. In westerse landen zijn die middelen dan duurder dan in de armere landen.

Sommige bedrijven blijken ook binnen een land met verschillende prijzen te werken. Dat is relevant, legt onderzoeksleider Danny Edwards uit, bijvoorbeeld voor kankergeneesmiddelen in opkomende economieën. Daar is geld, maar een groot deel van de bevolking is nog arm. „Er zijn nu bedrijven die de armste groepen een veel lagere prijs berekenen dan de rijke bovenlaag.” Dit beleid bestaat overigens maar in een paar landen, zoals China en Brazilië. Van de mondiale sterfte aan kanker valt 65 procent in arme landen en landen met een opkomende economie.

Volgens Access to Medicine denken farmabedrijven goed na over de toegang tot hun medicijnen. Daarvoor wordt soms al tijdens de ontwikkeling een strategie bedacht. Novartis is het meest markante voorbeeld; dat eist bij elk nieuw product zo’n strategie. Er zijn in de branche wel verschillen: bij kankermedicijnen gebeurt het bij 5 procent van de producten in een vergevorderd stadium van ontwikkeling, bij geneesmiddelen voor infectieziekten is dat 54 procent.

„Het toegangsbeleid van bedrijven is volwassener aan het worden”, stelt Edwards vast. „De afgelopen vier jaar zijn duidelijke stappen gezet.” Volgens hem komt dat mede doordat de farmabedrijven zien dat opkomende markten al voor een aanzienlijke omzet zorgen, en dat er groeipotentieel is. „Daardoor groeit het besef dat je op die markten niet met één prijs actief kan zijn.”

Externe prikkels om brede beschikbaarheid van medicijnen te bevorderen, blijven noodzakelijk, vindt Access to Medicine. Dat kan op veel manieren, aldus Iyer. Zo kreeg GlaxoSmithKline een voucher bij de Amerikaanse medicijnenautoriteit FDA. Het bedrijf krijgt daardoor voorrang bij de toelatingsprocedure voor medicijnen. „Dat begon met medicijnen voor patiënten in arme landen, maar ook voor andere geneesmiddelen krijgt GSK nu een snellere toelatingsprocedure.”

Correctie (20 november 2018): In een eerdere versie stond dat twee jaar geleden institutionele beleggers als pensioenfondsen zich bij Access to Medicine aansloten. Dat moet vier jaar zijn.

    • Daan van Lent