Opinie

    • Joep Simmelink

Bij megaschikkingen heeft de rechter geen zinvolle rol

Grote schikkingen van het OM met bedrijven roepen altijd kritiek op: klassenjustitie, onderonsjes, etc. Toch is controle door de rechter hier geen oplossing, betoogt advocaat-generaal en bijzonder hoogleraar Joep Simmelink in de Togacolumn.

Regelmatig wordt in de media gemeld dat het Openbaar Ministerie met een van strafbare feiten verdacht bedrijf een zogenaamde ‘megaschikking’ heeft getroffen. Spraakmakende voorbeelden van de laatste jaren zijn de megaschikkingen die zijn getroffen met VimpelCom (het bedrijf betaalde bijna 400 miljoen dollar wegens corruptie in Oezbekistan) en de ING (de bank betaalde 775 miljoen euro voor het onvoldoende treffen van maatregelen ter voorkoming van witwassen). Maar er zijn er meer: Telia, SBM Offshore, Rabobank, KPMG, de vastgoedfraudezaak, etc.; allemaal bedrijven die aan de Staat miljoenen hebben betaald en daarmee een strafzaak hebben ‘afgekocht’.

Onderonsje

De wandelgangenterm ‘megaschikking’ is in essentie een strafrechtelijke transactie, waarbij strafbare feiten buitengerechtelijk worden afgedaan en de verdachte op basis van vrijwilligheid voldoet aan door het OM te stellen voorwaarden, zoals de betaling van een geldbedrag of het verrichten van een werkstraf. Het is inmiddels een rituele stoelendans dat na het bekend worden van een megaschikking wordt geroepen dat het een schande is dat het verdachte bedrijf de zaak kan afdoen op basis van een ‘onderonsje’  met het OM, terwijl de spreekwoordelijke bijklussende uitkeringstrekker zich wel wegens uitkeringsfraude voor de strafrechter moet verantwoorden.

Ook wordt telkens bepleit dat zaken met megaschikkingen niet buiten de rechter om zouden mogen worden afgedaan. Een megaschikking zou door de strafrechter moeten kunnen worden getoetst.

Schadelijk

De regelmatig bepleite rechterlijke toetsing berust op verschillende argumenten. Zo zouden megaschikkingen buiten de rechter om schadelijk zijn voor de rechtsstaat, doordat de afdoening niet transparant is.  Het is onduidelijk hoe de overeenkomst tussen OM en verdachte tot stand is gekomen en het is voor de samenleving onvoldoende inzichtelijk dat er strafrechtelijk wordt opgetreden en of er wel sprake is van een passende sanctie op strafbaar gedrag.

Verder zou het OM zijn toevlucht nemen tot ‘megaschikkingen’, omdat de strafrechtelijke procedure niet goed functioneert. In plaats van de uitbreiding van de bevoegdheden van het OM om zaken buitengerechtelijk af te doen, zou de werking van de strafrechtsketen moeten worden verbeterd.

Hypergigasuperstrafzaak

Is invoering van een rechterlijke toetsing van een megaschikking wenselijk? Voordat op deze vraag antwoord kan worden gegeven, is het zinvol eerst stil te staan bij de vraag naar het ‘waarom’ van megaschikkingen. Dat waarom hangt op de eerste plaats samen met de omvang en aard van het feitencomplex. In gewone strafzaken gaat het meestal om overzichtelijke gebeurtenissen, waarin een verdachte een of een beperkt aantal strafbare feiten heeft begaan. In zaken waarin een megaschikking wordt getroffen, gaat het daarentegen vaak over een zeer grote hoeveelheid strafbare feiten, of over ingewikkelde, vaak grensoverschrijdende constructies.

Het alternatief voor een megaschikking is een gang naar de strafrechter. Dan hebben wij het niet zomaar over een megastrafzaak, maar over een hypergigasuperstrafzaak die nooit in volle omvang aan de strafrechter kan worden voorgelegd. Daarvoor is zo’n zaak gewoon te groot en ingewikkeld. Een strafvervolging zou jaren duren en een veel te groot beslag op mensen en middelen leggen.

Voor een lange periode zorgt zo’n zaak voor verstopping bij de gerechten in eerste aanleg en hoger beroep waar de zaak zou moeten worden vervolgd. Als het OM dan, om die verstopping te voorkomen, maar een klein deel van het totale feitencomplex aan de strafrechter zou voorleggen, is het gevolg dat de strafoplegging door de strafrechter alleen maar symbolisch kan zijn. In een strafzaak zou het nooit tot oplegging van een boete kunnen komen, die ook maar enigszins in de richting van de megaschikkingen gaat.

Tijdrovend

Zaken met megaschikkingen zijn dus te groot of ingewikkeld voor een gang naar de strafrechter. Hiermee is ook het antwoord gegeven op de vraag naar wenselijkheid van rechterlijke toetsing van een megaschikking. Wat zou die rechter immers moeten toetsen? Zou hij moeten onderzoeken of het bewijs van de strafbare feiten voldoende is?

Om zo’n toetsing mogelijk te maken, zou het OM allereerst die feiten moeten gaan specificeren en vervolgens een op die specificatie toegespitst dossier moeten gaan samenstellen. Dat zou een buitengewoon tijdrovende klus zijn en dat gebeurt nu dus niet.

Vervolgens zou de rechter zich in dat (zeer omvangrijke) dossier moeten gaan verdiepen en moeten bezien of het bewijs van al die feiten toereikend is. Als de strafrechter in het huidige tijdsgewricht al overbelast is, is duidelijk dat die rechter geen tijd heeft voor een grondig onderzoek naar de juistheid van een megaschikking.

Stempelmachine

Als het niet kan gaan om een toetsing van het bewijs, zou wellicht van de rechter een oordeel kunnen worden gevraagd over de evenredigheid tussen het feitencomplex en het te betalen bedrag. Ook deze toetsing veronderstelt dat het feitencomplex in zijn totaliteit duidelijk is en blijkt uit een dossier. Zonder zicht op feiten en dossier is het evenwel lastig om iets zinvols te zeggen over evenredigheid tussen feitencomplex en boete.

Of zou de toetsing door de rechter beperkt moeten blijven tot onderzoek naar de vraag of het verdachte bedrijf wel vrijwillig instemt met de megaschikking? In dat geval stelt een rechterlijke toetsing niets voor en fungeert de rechter min of meer als stempelmachine. Ik vermoed dat de gemiddelde strafrechter bedankt voor die eer.

De conclusie is dat de strafrechter geen zinvolle rol kan spelen bij de totstandkoming en beoordeling van megaschikkingen. Invoering van een rechterlijke toetsing klinkt in zijn abstractie rechtsstatelijk wel lekker, maar is bij nader inzien dus geen goed idee.

De Togacolumn wordt geschreven door een rechter, officier van justitie of advocaat. Joep Simmelink is senior advocaat-generaal bij het Ressortsparket van het Openbaar Ministerie en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Maastricht

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Joep Simmelink