Door de Nations League zijn ook de oefeninterlands ineens spannend

Nations League De introductie van het nieuwe toernooi blijkt een schot in de roos. Oefenduels fungeren niet meer als vulling van de kalender.

Bondscoach Koeman maakt optimaal gebruik van de Nations League. Foto KOEN VAN WEEL/ANP

Er was een tijd dat de bondscoach van Oranje iedere international zijn speelkwartier kon gunnen. De sportieve consequenties waren nihil, de wisselspelers bleven goedgehumeurd en de basisspelers bleven enigszins gespaard, zodat ze het weekend erop weer fit bij hun clubs arriveerden.

Uurtje gespeeld: publiekslieveling eruit, jonge belofte erin. De bondscoach maakte vrienden en kon ondertussen al zijn spelers in actie zien.

Tot de UEFA dit jaar de Nations League introduceerde. Sindsdien lijkt de toeschouwer verlost van een bondscoach die wisselt om het wisselen. Nog steeds zullen reserves hun speelminuten krijgen, maar in wedstrijden tegen landen als Frankrijk en Duitsland kan de bondscoach zich geen probeersels of gunsten veroorloven.

Dit waren wedstrijden die ergens om gingen. Veredelde oefenduels, letterlijk, die een einde maakten aan de plichtmatigheid waarin sommige interlands zich in het verleden voltrokken. Geen niemendalletjes meer, geen vulling van de kalender.

De dubbele confrontaties met Frankrijk en Duitsland waren voor Nederland weliswaar interessanter dan dat dat andersom zo zal hebben gevoeld, maar wat gaf het Koeman? Oranje wil zich hervinden na twee gemiste eindtoernooien op rij en dan is het ideaal om te wedijveren met twee meervoudige wereldkampioenen.

Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt kunnen hun krachten meten met Paul Pogba en Antoine Griezmann, terwijl Koeman de zekerheid heeft dat de nieuwe generatie internationals voldoende weerstand krijgt, al oogde Frankrijk vrijdag in de Kuip niet zo gedreven als afgelopen zomer in Rusland. Zal Duitsland écht balen van de degradatie in de Nations League?

Kleine broeder op EK

De Nations League is er vooral om oefeninterlands spannender te maken. Met name doordat het toernooi ook als vangnet dient voor plaatsing voor het EK 2020. Dus als Nederland twee keer op rij een eindtoernooi mist, dan komt een vangnet best lekker uit.

Lees nog eens het verslag van de zege van Oranje op wereldkampioen Frankrijk

De Nations League is daarvoor opgedeeld in vier divisies, waarin elk één EK-ticket te verdienen is. Nederland komt uit in divisie A, de divisie met Europese toplanden die net als de divisies B, C en D uit vier poules bestaat. De winnaars van die poules promoveren: dus Rusland, eerste in poule B van divisie B speelt volgend jaar in divisie A.

Minstens zo interessant als divisie A is divisie D, waarin hoe dan ook een kleine voetbalbroeder naar het EK gaat. Grootste kanshebbers: Kosovo en Georgië. Virtueel maken ze meer aanspraak op het EK dan ooit.

Wel staat eerst nog het reguliere kwalificatietoernooi voor het EK op de kalender. Vanaf maart 2019 strijden 55 UEFA-landen om twintig plaatsen op het EK. De nummers één en twee in de tien poules pakken een rechtstreeks ticket.

Hierna komt de Nations League weer in beeld. De landen die zich niet rechtstreeks plaatsen, krijgen vanaf maart 2020 de kans zich alsnog te plaatsen via de play-offs van de Nations League. De vier hoogst geplaatste landen per divisie spelen in hun eigen divisie play-offs om één plaats op het EK. In divisie D strijden zo vier kleine voetballanden om een ticket. Waarschijnlijk zijn dat naast Georgië en Kosovo ook Wit-Rusland en Macedonië.

De Nations Cup-trofee is er louter voor prestige. Portugal, Engeland, Zwitserland en Nederland, de vier groepswinnaars uit divisie A, treffen elkaar in juni volgend jaar in Portugal voor een aardig toernooitje. Zoals de hele Nations League dat is.

Noot (20 november 2018): dit is een geactualiseerde versie van het artikel dat maandagavond is gepubliceerd.

    • Fabian van der Poll