Hoelang leunt Frankrijk nog op kernenergie?

Energiemix In Nederland herleeft het debat over kernenergie. Hoe zit dat in andere landen? In Frankrijk was „le tout nucléaire” lange tijd het uitgangspunt. Dat kan nu veranderen.

Kerncentrale bij Fessenheim, Frankrijk. Foto Michele Tantussi/Getty Images

140 hectare aangekocht bij de kerncentrale in Belleville, onderhandelingen over 116 hectare bij die in Saint-Laurent-des-Eaux, even verder aan de Loire, en over nog eens 120 hectare bij Chinon: het Franse energiebedrijf EDF zoekt naarstig naar grond rond zijn negentien kerncentrales, melden lokale media deze week. Gemeentebesturen zijn niet vooraf geïnformeerd, maar horen van boeren en andere grondbezitters dat ze zijn benaderd met de vraag hun land te verkopen.

Wat EDF met al die grond wil, zegt het niet. „We anticiperen op de toekomst”, aldus een woordvoerder. De extra terreinen zouden nodig kunnen zijn als bouwplaats tijdens het ontmantelen van reactoren, suggereert radiozender France Bleu. Maar een ander scenario is waarschijnlijker: uitbreiding van het Franse reactorpark.

Nu leveren 58 kernreactoren circa driekwart van de Franse stroomproductie. En hoewel toenmalig president François Hollande in 2015 bij wet liet vastleggen dat dit aandeel per 2025 terug moet naar de helft, kwam de regering van zijn opvolger Emmanuel Macron daarvan terug. Snelle afbouw zou op korte termijn tot fors meer CO2-uitstoot leiden, waardoor Frankrijk zijn klimaatdoelen niet zou halen.

Besluit energiemix

Ligt het aan de Franse kernsector, dan komen er zes centrales bij van het meest krachtige (en omstreden) type ‘EPR’ (European Pressurised Reactor). Die aanbeveling staat in een rapport dat in augustus uitlekte na het vertrek van minister van Milieu Nicolas Hulot. Niet de CO2-uitstoot, maar de economie was het hoofdargument: alleen met kennis en ervaring in eigen land kan de voor Frankrijk strategisch belangrijke kernsector ook internationaal zaken blijven doen.

Nog deze maand neemt de Franse regering een besluit over de energiemix voor de komende jaren. Al maanden wordt daarover gediscussieerd, onder andere in een forum met vierhonderd willekeurig geselecteerde burgers. Sinds president Charles De Gaulle (1959-1969) het land met nucleaire stroom op weg hielp naar meer energieonafhankelijkheid, is „le tout nucléaire” (alle ballen op nucleair) voor linkse én rechtse regeringen uitgangspunt geweest. Dat zou nu kunnen veranderen.

Dan moet nog wel de Franse bevolking worden overtuigd. Vooral op het platteland strijdt een actieve lobby tegen horizonvervuilende windenergie. De verhouding tussen voor- en tegenstanders van kernenergie is volgens peilingen ongeveer gelijk. Het vertrouwen erin daalt langzamer dan in andere Europese landen.

Het debat over kernenergie is in Duitsland decennialang heftig gevoerd. Hoe staat het er nu voor? Lees ook: ‘Duitse regeringen drukten zich bij klimaatmaatregelen’

Lage nota’s, hoge kosten

Dat is niet vreemd: elektriciteitsprijzen voor huishoudens en industrie horen in Frankrijk tot de laagste in Europa. Jarenlang propageerde EDF elektrische kacheltjes om huizen voordelig te verwarmen. Ondanks het zachte klimaat is de stroomconsumptie per inwoner in Frankrijk hoger dan in de meeste andere EU-landen.

Maar de prijs is geen valide argument meer, zeggen milieuclubs, ex-medewerkers van EDF en de Franse rekenkamer. Burgers mogen nog zo’n lage maandnota hebben, de noodlijdende kernsector moet regelmatig gestut worden door de Franse overheid – en dus door de belastingbetaler. Omdat niet precies vastligt wie de miljarden betaalt voor ontmanteling van centrales, kan de rekening verder oplopen.

Om faillissement te voorkomen, werd kerngigant Areva in 2016 opgesplitst. De tak voor bouw en exploitatie van centrales ging naar EDF, de tak voor mijnbouw, uraniumverrijking en afvalverwerking ging Orano heten en kreeg een injectie van 4,5 miljard euro. EDF, voor 84 procent in staatshanden, heeft nog 33 miljard schuld. Orano, voor de helft staatsbezit, 3 miljard.

De tekorten zijn vooral te wijten aan de EPR, de extra krachtige reactor die EDF bouwt in het Normandische Flamanville en in het Finse Olkiluoto. Beide projecten hebben jaren vertraging opgelopen en zijn vele malen duurder uitgevallen dan begroot. De EPR in Flamanville had in 2012 klaar moeten zijn, maar EDF houdt nu rekening met 2020. De bouwkosten liepen op van 3 tot 10,5 miljard euro.

Een kilowattuur stroom uit zo’n nieuwe centrale wordt daarmee drie keer duurder dan die uit oude centrales, becijferde ingenieur Bernard Laponche, betrokken bij de bouw van de eerste Franse kerncentrales, onlangs in de documentaire Nucleair, het eind van een mythe. De EPR is volgens hem „te groot, te complex en te duur”. De nucleaire waakhond ASN heeft de bouw in Flamanville na constructiefouten al menigmaal stilgelegd, maar de ingenieurs blijven overlopen van zelfvertrouwen, zegt activist Yves Marignac van antikernenergiebeweging WISE.

In de campagne van 2017 zei Macron dat kernenergie „een toekomst” heeft, maar dat het aandeel omlaag moet. Nu wordt hij als president omringd door adviseurs van het machtige Corps des Mines (kern-ingenieurs die volgens critici een „staat binnen de staat” zijn). Om tot 50 procent te komen, zullen 17 à 20 reactoren dicht moeten, stelt de rekenkamer. Vooralsnog staat alleen sluiting van de oudste Franse centrale, in Fessenheim, op de Duitse grens, op het programma. En niet voordat de EPR in Flamanville eindelijk stroom levert.

Aanvulling: In een eerdere versie van dit verhaal stonden twee grafieken die bij nader inzien niet bij de context van het verhaal pasten. Een grafiek toonde de zogeheten ‘primaire’ energieproductie van de meeste EU-landen, de andere cijfers lieten per lidstaat zien welke energiebronnen er in het land aanwezig zijn. De grafieken lieten niet zien welk type energie er in een land geleverd wordt. Daardoor was er geen goed inzicht in het gebruik van verschillende energiebronnen, ten opzichte van kernenergie. De grafieken zijn daarom verwijderd.

    • Peter Vermaas