Haagse politici huiverig om kleur te bekennen in piet-debat

Zwarte Piet Politici veroordelen de relschoppers die de Sinterklaasintochten verstoorden. Maar ze nemen zelf in het debat over de kleur van Zwarte Piet liever geen positie in.

Pro-Zwarte Piet demonstranten belagen zaterdag in Eindhoven een demonstratie van Kick Out Zwarte Piet bij de intocht van Sinterklaas. Foto: Merlin Daleman

Helemáál stil is het niet in Den Haag, na een weekend van rellen, aanhoudingen, vechtpartijen en intimidaties, waarbij demonstraties van Kick Out Zwarte Piet op veel plekken onmogelijk werden gemaakt. PvdA-leider Lodewijk Asscher noemde het „afschuwelijk hoe met racisme en intimidatie het recht op demonstratie wordt geschonden”. Tweede-Kamerlid Dilan Yesilgöz (VVD) had het over „walgelijk gedoe”. CDA-leider Sybrand Buma sprak van „een nieuw dieptepunt in de polarisatie die we de afgelopen jaren hebben zien toenemen”. ” En premier Mark Rutte (VVD) sprak over „de aso’s”, die het voor iedereen verpesten. VVD-leider Klaas Dijkhoff deed op Facebook een oproep aan de burgemeesters: volgend jaar „van de intocht tot het feest even geen demonstraties”. „En als het echt niet anders kan: zet ze maar op een industrieterrein.”

Vrijwel alle reacties gingen over de openbare orde, het openlijke racisme op straat, of het demonstratierecht. Het debat over Zwarte Piet zelf, dat maatschappelijk in alle hevigheid wordt gevoerd, bestaat politiek praktisch niet. Ook niet in de afkeurende woorden die maandag te horen waren. De excessen worden veroordeeld, maar het echte onderwerp – de kleur en rol van Zwarte Piet – wordt grotendeels gemeden.

Tekenend was de vrijdagse persconferentie van premier Rutte, een dag voor het uit de hand liep. Rutte noemde Sinterklaas „een feest van de samenleving” en zei dat het „logisch” was dat erover gediscussieerd wordt. Maar, zei hij, die discussie moest niet tijdens de feestdagen gevoerd worden, maar alleen „op passende momenten”. „We gunnen kinderen de magie van het sinterklaasfeest.”

Fatsoenlijk gedrag

In het verleden heeft Rutte Zwarte Piet verdedigd met twee argumenten. Eén: daar gaat Den Haag niet over, maar de samenleving. „Jongens, volkstradities. Come on. Welke sinterklaasliedjes jullie zingen, hoe je Kerst viert, hoe je Pasen viert. Daar gaat toch de politiek niet over?” Twee: van suggesties dat Zwarte Piet racistisch is, wilde hij niet horen. „Zwarte Piet is nu eenmaal zwart.”

Afgezien van een oproep tot fatsoenlijk gedrag in sinterklaastijd ziet Rutte niet wat hij meer zou kunnen of moeten doen. De manier waarop het kinderfeest gevierd wordt, is volgens hem „geen staatsaangelegenheid”. Ook het CDA vindt het sinterklaasfeest „een waardevolle traditie” die zich niet laat vatten in een wet. „Zwarte Piet is geen Zwarte Piet omdat hij voldoet aan wettelijke criteria. Met het formaliseren van het sinterklaasfeest gaat de essentie van dit feest verloren, namelijk een kinderfeest waar ieder op zijn eigen manier invulling aan geeft en dat mee beweegt met ontwikkelingen in de samenleving”, zo luidt het officiële standpunt van de partij.

Lees ook het NRC Commentaar: Niet wegkijken van openlijk racisme bij de intocht van de Sint

Geen onschuldige figuur

Maar tegenstanders van ‘blackfacen’, zoals het zwartschminken van een gezicht wordt genoemd, zien dat anders. Zwarte Piet is geen onschuldige figuur, maar een racistische karikatuur, stellen zij, een geknecht personage dat slechte herinneringen bovenbrengt aan het slavernijverleden van Nederland. Mensen kunnen zich hierdoor gekwetst en gediscrimineerd voelen, en discriminatie is iets waar de overheid wel degelijk tegen moet optreden, vinden zij.

„Ik denk dat we allemaal echt snakken naar de nuance en een oplossing hiervoor”, zei D66-leider Rob Jetten zondag. Hij liet voorzichtig iets van zijn voorkeur doorschemeren. Persoonlijk lijkt „een klein beetje verandering van Zwarte Piet om ervoor te zorgen dat andere mensen zich niet meer beledigd en gediscrimineerd voelen” hem „helemaal niet verkeerd”. Waarbij hij meteen opmerkte dat mensen die wél van Zwarte Piet houden niet meteen het label ‘racist’ opgeplakt moeten krijgen. En daarmee ging hij al een stuk verder dan andere partijen.

Zelfs de linkse oppositiepartijen houden zich opvallend stil over dit onderwerp. Lodewijk Asscher pleitte twee jaar geleden, hij was nog vicepremier, voor aanpassing van Zwarte Piet. „Nederland kan dit aan.” Hij staat nog altijd achter dit standpunt, zegt zijn woordvoerder, maar dit weekend bracht hij dat niet ter sprake. GroenLinks-leider Jesse Klaver zette wel een voorzichtige stap. Hij schreef op Facebook dat hij niet graag over het onderwerp praat, net als zijn collega’s: „Politici hebben lang bewust de sinterklaasdiscussie gemeden.”

Nu de intocht zo uit de hand gelopen is, „mogen we niet zwijgen”. Klaver schrijft dat hij nooit iets achter Zwarte Piet had gezocht, maar dat een huiskamerbezoek van een paar jaar geleden hem duidelijk had gemaakt „waar het stereotype vandaan komt”.

Identiteitspolitiek

De terughoudendheid van linkse partijen heeft te maken met een dieper liggend probleem: links is huiverig voor het bedrijven van identiteitspolitiek. Daar valt niets mee te winnen, is het dominante idee. „Met Zwarte Piet spelen we het spel onder de voorwaarden van rechts”, vertelde een hooggeplaatst links politicus onlangs. Linkse kiezers, is de gedachte, win je door te praten over sociaal-economische thema’s: banen, of wonen. Niet met een onderwerp als Zwarte Piet.

Lees ook: In Eindhoven voert even ongebreideld racisme de boventoon

Dat er niet snel een oplossing uit politiek Den Haag zal komen, bleek deze maandag ook weer uit de woorden van premier Rutte. Hij riep iedereen nogmaals op zich te „gedragen als volwassenen” en de discussie te voeren „in praatprogramma’s of in ieder geval op een fatsoenlijke manier.”

Maandag, aan het einde van de dag, was er toch één politicus die steviger stelling nam in het debat. Gert-Jan Segers, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, plaatste op zijn Facebook-pagina een pleidooi „om kleur te bekennen”. „Een kinderfeest is geen fijn feest meer als er ook mensen zijn die er pijn door oplopen. Dan moet het gewoon anders”, schreef Seger.

Hij kiest voor de roetveegpiet, die via ‘trial and error’ is ontstaan. Maar ook hij ziet geen rol voor de politiek als wetgever. De traditie van de polder, waarbij alle partijen meewerken aan een compromis, is volgens Segers de enige begaanbare weg naar „een familiefeest voor ons allemaal”.

Dit bericht is op 19 november om 21.25 uur geactualiseerd.
    • Claudia Kammer
    • Guus Valk