Opinie

    • Menno Tamminga

Europa weet goed hoe je het populisme voedt

Twee jaar geleden begon Lodewijk Asscher er opeens over. Het werd tijd om paal en perk te stellen aan Europese arbeidsmigratie. Als dat „niks meer is dan loonconcurrentie”, omdat Oost-Europese werknemers minder sociale premies betalen, dan moeten daar nationale regels tegen komen. Dat klonk als take back control, de eerdere Brexit-leus om het Verenigd Koninkrijk los te koppelen van Europa.

De reacties waren voorspelbaar. Populisme, schande. Verkiezingsretoriek. Wat heeft de PvdA-minister – Asscher zat op Sociale Zaken – zelf gedaan tegen dat onrecht?

Begin dit jaar nam Maurice Limmen arbeidsmigratie op de korrel. Hij was toen voorzitter van vakbond CNV. Limmen hekelde de reflex van werkgevers om op de krappe arbeidsmarkt arbeidsmigranten in te huren, terwijl er in Nederland nog zoveel onbenut arbeidspotentieel is. „Maak je sector aantrekkelijk door het bieden van fatsoenlijke banen”, hield hij in een interview met De Telegraaf werkgevers in de horeca en de bouw voor. Vaste contracten. Investeer in opleidingen.

Hij nam het op voor economisch nationalisme. Dapper. De vakbeweging zit traditioneel in z’n maag met arbeidsmigratie: aan weerszijden van de grens staan werknemers.

Lees ook deze column van Paul Scheffer: Van Turkenpension naar Polenhotel

Afgelopen week fulmineerde ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers. „Arbeidsmigratie is potentieel gif” staat boven zijn interview in weekblad Elsevier. „De toestroom mag niet ongereguleerd doorgaan.” Want de gevolgen zijn: nieuwe minderheden, taalachterstanden, concentratie van arbeidismigranten in bepaalde steden en regio’s, apathie bij mensen die zich verdrongen voelen en op termijn ondergraving van het sociale vangnet. De WW-fraude van Poolse werknemers in Nederland bevestigt de indruk dat het bevoegd gezag achter de ontwikkelingen aanloopt.

Van wie komt de aanzuigende werking? Segers: „De motor achter elke migratiegolf is het grote bedrijfsleven. Uitzendbureaus en VNO-NCW zijn blij met goedkope krachten.”

De timing van Segers is tiptop. De werkloosheid was in oktober 3,7 procent, nipt hoger dan in de vorige economische piek, eind 2008 (3,6 procent). Arbeidstekorten zijn aan de orde van de dag en hinderen de economische groei. Een ‘blik’ agenten of leraren trek je niet zomaar open, maar in de bouw, de distributiecentra en de agrarische sector kun je als werkgever snel een beroep doen op gespecialiseerde uitzendbureaus. Dat is waarschijnlijk al actueel: de uitzendbranche is nu goed voor 842.000 banen, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week. Dat is 10 procent van alle banen van werknemers. In 2010 ging het om 7 procent.

De aanklacht van Segers en andere politieke en sociaal-economische critici illustreert bovenal de nationale onmacht. De Oost-Europese landen van herkomst van migranten hebben geen belang bij serieuze regulering.

Er is wel een nieuwe Europese richtlijn voor grensoverschrijdende arbeid die gelijk loon voor gelijk werk dicteert, maar die wordt volgens Segers door werkgevers omzeild. Er is ook een Europese Arbeidsinspectie ingesteld, maar dat is meer een voorlichtingsbureau dan een waakhond.

Arbeidsmigratie heeft duidelijke private baten voor werkgevers en hun Oost-Europese werknemers. Maar de maatschappelijke kosten (huisvesting, onderwijs, integratie) worden afgewenteld op anderen. De samenleving. De burgers.

Zolang dat blijft, is het vrij schieten voor anti-Europa-populisten en iedereen die de misstanden op de arbeidsmarkt ziet. Niet elk PVV-agendapunt is automatisch abject. De Europese Unie laat zich voorstaan op zijn identiteit als wáárdengemeenschap. Dan moet dat ook gelden voor arbeidsvoorwáárden.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga