Opinie

Er is meer tussen een benoemde en een gekozen burgemeester

Eindelijk weer een stap op het kronkelige en vooral hobbelige pad van de staatkundige vernieuwing. Beter gezegd: stapje. Het ziet ernaar uit dat de Eerste Kamer dinsdag met een benodigde tweederdemeerderheid zal instemmen met het uit de Grondwet schrappen van de benoeming van de burgemeester en de commissaris van de koning. Met het afschaffen van de kroonbenoeming komt de rechtstreekse verkiezing van deze publieke ambtsdragers in zicht.

In zicht maar zeker niet meer dan dat. De nu nog hermetisch gesloten deur naar een andere aanstellingswijze wordt slechts van het slot gehaald, maar het is nog lang niet zover dat de deur ook werkelijk is geopend. Integendeel. Als het debat in de Eerste Kamer over het initiatiefwetsvoorstel van D66 één ding heeft duidelijk gemaakt is het dat de animo voor directe burgerinvloed op de aanstelling van burgemeesters en commissarissen gering is.

Ondanks de vooralsnog beperkte materiële betekenis is het goed dat de zogeheten deconstitutionalisering binnenkort een feit is. Al was het maar doordat de Grondwet hiermee wordt aangepast aan de praktijk en ontdaan van overbodigheden. De klassieke benoeming waardoor het kabinet vanuit het niets een burgemeester of commissaris van de koning kon aanstellen bestaat in feite al niet meer. Vertrouwenscommissies uit de gemeenteraad of de Provinciale Staten hebben het voortouw, maar geen benoemingsrecht.

Het gaat er dan ook om wat er staat te gebeuren als de aanstelling van de burgemeester of de commissaris van de koning niet meer grondwettelijk is verankerd. Wat D66, de initiatiefnemer van de grondwetswijzing, wil is duidelijk. Het verkiezingsprogramma van deze partij stelt al sinds jaar en dag dat deze functionarissen rechtstreeks door de bevolking moeten worden gekozen. Maar een meerderheid in het parlement is zover nog niet.

Typerend voor de huidige stand van zaken is de motie van senator Ton Rombouts (CDA), waar de Eerste Kamer dinsdag eveneens over zal stemmen en die verzekerd is van een meerderheid. Hierin wordt de bijzondere positie van de burgemeester als onpartijdig en onafhankelijk persoon met verbindend vermogen benadrukt. Ook wordt erop gewezen dat de burgemeester een eigenstandig taken- en bevoegdhedenpakket heeft op het terrein van openbare orde en veiligheid. Mochten er voorstellen komen voor een andere aanstellingswijze, dan zal volgens de motie met deze elementen rekening moeten worden gehouden.

Het zijn stuk voor stuk voorwaarden die een directe verkiezing eerder in de weg staan dan bevorderen. Van het huidige kabinet hoeven op dit vlak geen initiatieven verwacht te worden. Toch hoeft het denken niet stil te staan. Tussen benoemen en rechtstreeks kiezen liggen nog andere mogelijkheden. In elk geval zou de rol van de gekozen lokale vertegenwoordigers in gemeenteraden en provincies in het benoemingsproces versterkt kunnen worden.

De grondwettelijke bescherming van de benoemingsprocedure voor burgemeesters en commissarissen van de koning behoort straks terecht tot het verleden. Overigens was het de staatscommissie-Cals-Donner die in 1971 het punt voor het eerst opbracht. Dat is dus bijna een halve eeuw geleden.

Wellicht is dit een nuttige wetenschap voor de huidige staatscommissie parlementair stelsel die in de laatste fase zit van haar eindrapport met oplossingen om democratie, rechtsstaat en parlement te versterken. Verandering kan even duren.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.