‘Een breder cultuuraanbod leidt tot diverser publiek’

Kamerdebat cultuurbegroting

Er is volgend jaar 50 miljoen euro extra voor cultuur. De vraag is hoe het geld te verdelen. Politieke partijen zochten naar hun invulling van toegankelijkheid.

Muziekkorps in de straten van Delft, oefenend voor de Taptoe Delft, september 2018. Foto iStock

„Meneer Aartsen, je kunt niet een van de beste orkesten ter wereld hebben voor een dubbeltje”, verklaarde minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) tijdens het debat over de cultuurbegroting 2019 maandag in de Tweede Kamer. Ze had zich geërgerd aan uitspraken van Tweede Kamerlid Thierry Aartsen (VVD) afgelopen vrijdag. De tegenstelling dat het Concertgebouworkest miljoenen krijgt terwijl immaterieel regionaal erfgoed niets krijgt, was onjuist. In de Cultuurnota is een miljoen extra uitgetrokken voor regionale kunst, of volkskunst zoals Aartsen het noemde.

In 2019 is er in totaal 50 miljoen extra te besteden aan cultuur. Het debat ging dan ook over hoe die extra euro’s te besteden. De meningen liepen niet echt uiteen. Bijna alle partijen hamerden op toegankelijkheid en educatie, ongeacht of die nu in de vorm komt van geld voor bibliotheken (1 miljoen extra), talentondersteuning (10 miljoen), bereikbaarheid voor mindervaliden (zowel bezoekers als makers, 1 miljoen), meer educatieve projecten, muziekonderwijs, enzovoort. Een rode draad was daarbij de rol van de maker. In veel gevallen ging het om zzp’ers die te weinig verdienen.

Een deel van de ‘makers’ krijgt talentondersteuning. Vooraf had Van Engelshoven al in een persbericht aangegeven: „Verjonging zorgt voor meer diversiteit in de culturele wereld.” GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellemeet had daarvoor al gepleit voor een rijker cultuuraanbod. De subsidies gingen nu nog vaak naar sectoren die volgens haar vooral witte, hoogopgeleide mensen aantrekken.

Samen met D66-Kamerlid Vera Bergkamp had ze een motie voor extra geld voor muziekensembles. Leden daarvan krijgen minder loon dan orkestleden. In het verleden werd volgens Bergkamp te veel naar bezoekersaantallen gekeken, en minder naar beheer en behoud. Lodewijk Asscher (PvdA) onderschreef het voorstel, al vond hij dat alle orkestleden meer loon moesten krijgen. Ook bepleitte hij beter muziekonderwijs. „Cultuur is een manier om andere mensen beter te begrijpen, om empathie te hebben – iets waar het in deze samenleving wel eens aan ontbreekt.”

Volkscultuur

Aartsen – die maandag zijn debuut maakte in een parlementair debat – diende een motie in voor het goed besteden van het geld voor volkscultuur. Dat maakte weinig indruk op de andere partijen. Iedereen droeg regionale cultuur een warm hart toe, en er was al extra geld voor uitgetrokken. Wilde Aartsen een andere verdeling en had hij concrete plannen, vroegen Asscher en Ellemeet hem. Nee, hij wilde vooral een betere regionale spreiding. Hij benadrukte dat het niet ten koste moest gaan van de budgetten voor de landelijke cultuur, maar om zekerheid voor geld voor volkskunst. Die motie ondersteunde iedereen, mits het niet ten koste ging van de subsidie voor ambachten.

„Waarom verdedigt u niet gewoon Zwarte Piet”, vroeg Martin Bosma (PVV) aan Aartsen. „Dat is gratis volkscultuur.” Bosma bepleitte bescherming van de Nederlandse cultuur, nu het Wilhelmus, het VOC-verleden, Kerst en Pasen onder druk stonden. Bosma was uit op een bruggetje naar volkscultuur, maar Aartsen wilde die brug niet over.

Correctie (19 november 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd minister Ingrid van Engelshoven foutief Ingrid Engelshoven genoemd. Dat is hierboven aangepast.

    • Toef Jaeger