Een blije leraar wiskunde is beter

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: over een programma om leraren in New York een opsteker te geven.
Illustratie Eliane Gerrits

Leraar is een lastig beroep. En helemaal in een openbare school in New York City. Je hebt de doorsneeproblemen waarmee alle docenten worstelen: leerlingen met gedragsproblemen, veeleisende ouders, ingewikkelde administratie, weinig middelen, veel uren en geen riant salaris – vele docenten nemen er nog een baan bij. In New York komen daar nog ongelijkheid, geweld, racisme en armoede bij.

Er zijn bijna tweeduizend openbare scholen, met meer dan een miljoen kinderen. Er is soms zo weinig geld dat leraren zelf potloden en papier voor hun leerlingen moeten kopen. Het verloop is groot, juist onder de betere docenten.

Maar vanavond is het feest. Midden in Manhattan, in het enorme Marriott Marquis-hotel, zijn zo’n duizend bètaleraren en hun partners bijeen, allemaal in avondjurk en smoking, voor het jaarlijkse gala van Math for America. Vanavond worden ze als ‘meester-leraren’ in de schijnwerpers gezet. Een leraar die eruitziet als een rockster rapt op het podium over zijn school. Een astronaut vertelt hoe ze zonder haar inspirerende docenten nooit astronaut zou zijn geworden.

Iedereen hier heeft een beurs gekregen van Math for America, opgericht door de rijke wiskundige, bankier en filantroop Jim Simons. Hij ontsteeg de armoede thuis dankzij zijn leraren. Daarom raakt het hem zo dat het Amerikaanse onderwijssysteem faalt. Simons’ doel is om leraren hun trots en motivatie terug te geven door hen te behandelen als de professionals die ze zijn.

Deze docenten zijn geselecteerd voor een vierjarig fellowship. Het zijn zowel beginners als gevorderden, van de kleinste basisschool tot de grootste high school – zo’n tien procent van de bètadocenten. Dat is een grote opsteker voor docent en school. De geselecteerde leraren krijgen tussen de 12.000 en 20.000 dollar per jaar extra. Simons geeft de leraren ook de kans zich bij te scholen in de ontwikkelingen in hun vak. Daarvoor heeft hij midden in de stad een centrum geopend waar elke dag workshops, lezingen en ondersteuning worden aangeboden.

„Het programma is razend populair”, glundert Simons, die tot nu toe alles uit eigen zak heeft betaald. „90 procent van de docenten zegt dat ze hierdoor gemotiveerd zijn hun vak te blijven uitoefenen.” Het programma wordt uitgebreid naar de rest van de staat New York, nu met steun van de overheid en andere filantropen.

„Wie is er sinds het begin bij?”, vraagt iemand van de organisatie aan de aanwezigen in de zaal. Een vrouw naast me staat op. Ze emigreerde twintig jaar geleden uit Haïti. Sinds 2004 is ze meester-docent in de Bronx. Vanavond heeft ze haar nichtje meegenomen. Trots applaudisseert die voor haar tante.

„De problemen op school zijn morgen niet minder”, zegt de vrouw als we samen later naar buiten lopen. „Maar dat ik als docent meer waardering krijg, maakt een enorm verschil.”

Het zou mooi zijn als er vergelijkbare initiatieven zouden zijn voor alle vakgebieden, en niet alleen in Amerika. En liefst niet afhankelijk van liefdadigheid, maar als blijk van waardering van ons allemaal. Niets fijner dan blije leraren. Vanavond in avondjurk of morgen voor de klas.

Reacties naar pdejong@ias.edu.
    • Pia de Jong