Brieven

Brieven

Als betrokkene bij het opstellen van de petitie tegen euthanasie bij gevorderde dementie, maakte ik destijds bezwaar tegen het prominente woord ‘stiekem’ in de tekst. In de eerste plaats omdat het nogal manipulatief is om het voorafgaand toedienen van een slaapmiddel in de koffie als heimelijk, opzettelijk misleidend, te kwalificeren. Met reden valt immers aan te voeren dat zo’n slaapmiddel gewenst is om een veilige uitvoering van de voorgenomen euthanasie te verzekeren. In de tweede plaats, en belangrijker, omdat het een principiële discussie op een zijpad bracht.

De kwestie is of we zwaar demente mensen op grond van een nog met helder hoofd opgestelde wilsverklaring mogen doden. Theo Boer vindt van niet (Aarzeling over koffie-euthanasie is terecht, 13/11), en veel artsen zeggen hem dat na. Het vervelende is dat zo’n categorisch ‘nee’ onmogelijk met de wet en de wetsgeschiedenis in overeenstemming te brengen valt. Boer en de zijnen rekenen zich nu rijk aan de rechter. Dat wordt een deceptie.

De rechter zal het eerdere oordeel van toetsingscommissie en tuchtrechter in de zaak van de ‘koffie-euthanasie’ ongetwijfeld bevestigen: uit de ambivalente wilsverklaring viel geen actuele doodswens af te leiden. Een strafoplegging – dat zou materieel de toegevoegde waarde van de rechterlijke interventie zijn – verwacht niemand. Als de rechter zich tegen het vooraf toedienen van een slaapmiddel zou uitspreken, zou hij daarmee de regionale toetsingscommissie corrigeren die dit in haar recente code juist verdedigt.

Ook ik neig naar het uitsluiten van euthanasie bij mensen die, in Boers woorden, „niet meer weten wat euthanasie is”. Maar in het besef dat daar een aanpassing van de wet voor nodig is. En dat er dus niet bij de rechter maar bij de politiek moet worden aangeklopt. En laten we het vooral hebben over de vraag of het euthanaseren van zwaar demente mensen moet kunnen; niet over de uitvoering van zo’n euthanasie.

    • Bert Ummelen