Vondst van gestolen Picasso blijkt toch stunt te zijn

Kunstroof Mira Feticu dacht een gestolen Picasso te hebben gevonden. Haar verhaal leek te mooi om waar te zijn – en dat is het ook.

Schrijfster Mira Feticu met de door haar gevonden ‘Picasso’. Foto Frank Westerman

„Ik ben het zat om Tête d’Arlequin te bewaren. Ik wil dat dit verhaal stopt. Volg het weggetje…” Het zijn de eerste zinnen van een anonieme brief die schrijfster Mira Feticu begin november in Den Haag tussen haar post vindt.

De brief gaat over een verloren gewaande pasteltekening van Picasso. In 2012 werd die gestolen uit de Rotterdamse Kunsthal. De Roemeense dieven werden in hun thuisland opgepakt en veroordeeld. Maar van de Picasso ontbreekt sindsdien ieder spoor.

Theatergroep

Maar Feticu dacht dit weekend de Picasso te hebben gevonden in Roemenië. Al onmiddellijk twijfelden deskundigen aan de echtheid van het doek, op basis van foto’s die ze online zette. Zondagavond claimde de Belgische theatergroep Berlin de ‘vondst’ van de Picasso in scène te hebben gezet als onderdeel van een productie. Berlin, dat in Antwerpen een voorstelling rond de Nederlandse meestervervalser Geert Jan Jansen heeft, stuurde zes brieven, drie naar Roemeense adressen, drie naar Nederlandse. „Het is nooit onze bedoeling geweest dat u zelf naar Roemenië zou reizen”, schrijft de groep.

NRC publiceerde in 2015 een special waarin de kunstroof wordt gereconstrueerd. Lees ook: de Kunst van het Stelen

Berlin stuurde de anonieme brief niet toevallig naar de Roemeens-Nederlandse schrijfster. Ze schreef de roman Tascha (2015), waarin ze de geruchtmakende roof reconstrueert. Het boek is ook in het Roemeens gepubliceerd.

In de brief stond de plek waar het werk verstopt zou zijn en instructies over hoe dat te vinden, vertelt Feticu zaterdagavond vanuit Roemenië met trillende stem van enthousiasme aan de telefoon. „Ik heb meteen de Rotterdamse rechercheur gebeld die zich met de zaak bezighield.” Als ze aan haar uitgever, schrijver Frank Westerman, over de brief vertelt, reageert die enthousiast: hier zit een boek in.

‘Alles klopte’

Vliegtickets naar Roemenië zijn snel gekocht. Volgens de anonieme tipgever zou de pasteltekening in het dorpje Greci verborgen liggen, in het zuidoosten van Roemenie.

„Ik volgde de instructies in de brief: 450 stappen vanaf een toeristisch punt, richting twee bomen met een rode markering. Alles klopte.” Onder een steen vindt Feticu een in plastic gewikkeld mapje. „In de auto hebben we dat voorzichtig geopend en het doek vergeleken met een printje. Toen ik het zag, begon ik te huilen. Het leek wel heel veel op de Picasso, al ben ik geen expert.”

Peter van Beveren is dat wel. De voormalige conservator van de Triton-collectie, waar Tête d’Arlequin toe behoorde, is er kort over: „Dit is een vervalsing. Honderd procent.” Van Beveren vergeleek een foto van de in Roemenië aangetroffen tekening met een foto van het origineel.

„De lijnvoering, de kleuren – het klopt allemaal niet. Picasso heeft dit vlug getekend en als je als vervalser gaat proberen het in die stijl na te maken, dan loop je tegen de lamp.” Het belangrijkste bewijs is volgens hem dat de ondertekening van de meester zelf ontbreekt op de ‘Roemeense Picasso’.

Maar buiten de vraag of deze Picasso dé Picasso is, bleven er tot zondagavond andere vragen open. Wie stuurde de anonieme brief naar Feticu? Als het de tipgever om een vindersloon te doen was, waarom kwam hij dan met een slechte vervalsing? Of hebben zij en Westerman het verhaal opgeklopt voor een nog te schrijven boek?

Op de laatste beschuldiging reageert Feticu zondagochtend stoïcijns: „Als ik iets had wil verzinnen, schrijf ik het wel op als een verhaal. Dan ga ik niet als een gek in de winter naar Roemenië.”

‘Misschien ben ik te naïef geweest’

Die verklaring doet oud-curator Van Beveren denken aan de Picasso-tentoonstelling in het Haagse Gemeentemusem in 2011, waar Tête d’Arlequin ook onderdeel van was. „Die expositie had een beroemde uitspraak van Picasso als titel: ‘Ik zoek niet, ik vind’. En dat is precies wat mevrouw Feticu hier ook gedaan heeft.”

Vanuit de auto klinkt zondagochtend een vermoeide Feticu, die de berichten over de vervalsing uit Nederland ook al heeft gehoord. „Natuurlijk wil ik dat het echt een Picasso is, misschien ben ik wel te naïef geweest. We zullen het zien.”

Zondagavond, als de Belgische theatergroep claimt de brief als een stunt te hebben gestuurd, zegt ze: „Ik weet niet wat ik nu moet geloven. Moet ik lachen of huilen?”

    • Sjoerd Klumpenaar