Staat in cassatie om Urgenda

Klimaatzaak

De Nederlandse staat gaat naar de Hoge Raad over het Urgenda-arrest. Volgens het kabinet telt het principe: hoe politiek is de rechter?

Minister Wiebes van EZ en Klimaat Foto Bart Maat/ANP

De Nederlandse staat stapt naar de Hoge Raad in de Urgenda-zaak. Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) maakte dat vrijdag bekend. Het was al bekend dat het kabinet overwoog om in cassatie te gaan.

Het Haagse gerechtshof oordeelde eerder dat de staat meer moet doen om de uitstoot van CO2 tegen te gaan. Door deze uitspraak voelt de regering zich beperkt in de vrijheid zelf te bepalen hoe hoog de reductie moet worden. De stap naar de Hoge Raad is een principekwestie, zei Wiebes na afloop van de ministerraad. „Omdat wij willen weten, in hoogste instantie, of een rechter in deze mate op de stoel van de politiek mag gaan zitten.”

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Wiebes dat het kabinet erop „blijft sturen” om de uitstoot van broeikasgas in 2020 met ten minste 25 procent te verminderen, zoals de Urgenda-uitspraak bepaalt. Deskundigen achten dat doel echter nauwelijks nog haalbaar.

Urgenda-directeur Marjan Minnesma is niet verrast over het besluit van het kabinet om in cassatie te gaan. „Het kabinet heeft steeds gezegd dat zijn verweer alleen principieel is.” Ze noemt dat „niet meer geloofwaardig”. Sinds 2015, toen Urgenda won in eerste aanleg, is de uitstoot van broeikasgas niet wezenlijk afgenomen, voert Minnesma aan. „Als het voor de staat alleen om het principe zou gaan, had het kabinet allang grote stappen gezet om de uitstoot te beperken.”

Klimaatverandering is een „reëel en ernstig” gevaar waartegen burgers moeten worden beschermd, oordeelde het gerechtshof in Den Haag vorige maand. Volgens het hof was er internationale consensus dat 25 procent vermindering van de CO2-uitstoot minimaal nodig is tegen klimaatverandering, en dat twee belangrijke grondrechten in het geding zijn als de uitstoot onvoldoende omlaag gaat. Het hof noemde het recht op leven en het recht op een privé- of familieleven, uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Het kabinet vindt dat die redenatie, waarbij internationale afspraken centraal staan, „grote gevolgen” kan hebben voor klimaatbeleid, maar ook voor „andere beleidskeuzes”.

De Hoge Raad gaat zich nu buigen over de zaak. De hoogste bestuursrechter bepaalt alleen of het recht en procesregels juist zijn toegepast.

In 2015 spande duurzaamheidsorganisatie Urgenda een zaak aan tegen de Nederlandse staat. Insteek van het proces was om de overheid meer te laten doen tegen klimaatverandering. Bij de rechtbank kreeg Urgenda in eerste aanleg gelijk, waarna de Staat in beroep ging. In oktober stelde het gerechtshof in Den Haag de Stichting Urgenda opnieuw in het gelijk. De Urgenda-uitspraak geldt internationaal als baanbrekend. Voor het eerst werd een staat gedwongen om een grotere inspanning te doen tegen klimaatverandering. Het huidig beleid is wat Urgenda betreft namelijk bij lange na nog niet genoeg. Marjan Minnesma: „Wij hebben onderzoek laten doen dat laat zien dat de uitstoot in 2020 slechts met 15 procent zal zijn afgenomen.” Ook het Planbureau voor de Leefomgeving wees er al op dat de afname van de CO2-uitstoot tegenvalt, onder meer door de sterke economische groei.