‘Heerlijk om gewoon samen thuis te zijn’

Spitsuur Op zondagen houden Rob (31) en Mariëlle de Mooij (33) een rustige pyjama-ochtend met hun tweeling van vier. De rest van de week is het spitsuur met twee drukke banen en een gezin. Mariëlle: „Ik probeer een fulltime baan in drie dagen te proppen.”

Rob: „We kennen elkaar van de Zwarte Cross. Zij komt uit Katwijk, ik uit Rijnsburg. Vlakbij.”

Mariëlle: „Voordat ik het wist, woonden we samen.”

Rob: „Toen reed ik nog in Engeland en Duitsland op de vrachtwagen voor mijn vader, van bloemenwinkel naar bloemenwinkel. Op zondagavond vertrok ik en vrijdag kwam ik thuis.”

Mariëlle: „Rob is echt in de wieg gelegd om de bloemen in te gaan. Er is eigenlijk nooit iets anders voor je geweest.”

Rob: „Pas op latere leeftijd vroeg ik mij af of ik dit wel wilde, toen ik bij mijn vader vertrok. ‘Wat moet ik nu? Had ik maar geleerd!’ Ik was zestien toen ik begon. Ik heb eigenlijk leren lopen op de bloemenveiling.”

Mariëlle: „Al je vrienden deden dit, he?”

Rob: „De vaders van mijn beste vrienden zaten ook in de bloemen. Andere vrienden gingen naar school, maar ik verdiende al jong geld. Al snel kon ik doen en laten wat ik wil. Totdat zij klaar waren met school; toen haalden ze me in, qua salaris.”

Mariëlle: „Maar ook in vrijheid. Zonder diploma’s ben je beperkt in beroepskeuzes.”

Rob: „Vroeger werkte ik 80 uur in de week. Tijd voor opleiding was er niet. Nu werk ik 50 uur in de week. Maar op de achtergrond staat de computer tot negen uur aan.”

Mariëlle: „Ik heb hiervoor bij de Rabobank gewerkt en deed sociaal pedagogisch werk. Die combinatie heeft ervoor gezorgd dat ik scheidingsbemiddelaar werd. Ik help mensen stap voor stap door het proces. Het is mijn taak als bemiddelaar om inzicht te bieden in financiële zaken en met lastige emoties om te gaan. Cliënten proberen me wel eens te betrekken in e-mails waarin de een zegt recht te hebben op bepaalde dingen omdat de ander hem of haar dingen zou hebben aangedaan. Dat soort berichten zijn voor het traject niet belangrijk en verwijder ik meteen.”

Rob: „Sowieso moet je onpartijdig blijven.”

Mariëlle: „Ik moet af en toe echt op mijn lip bijten. Als de emoties hoog oplopen zeg ik wel eens: ‘Je zegt dat Pietje of Klaasje is vreemdgegaan, maar gaat dat je helpen? Je bent hier niet om erachter te komen hoe het precies is gelopen, je bent hier om verder te komen.’ De schuldvraag is niet belangrijk, dat leg ik al in het eerste gesprek uit.”

Gijs of Guus?

Rob: „Als zij in de avond afspraken heeft, leg ik de kinderen op bed.”

Mariëlle: „Ik werk soms wel vier avonden per week. Mensen nemen niet graag vrij voor hun scheiding. De ene keer ben ik tien uur thuis, de andere keer elf uur.”

Rob: „De kinderen gaan twee dagen per week naar de opvang. Een dag past mijn schoonmoeder op en de andere twee dagen blijf jij thuis.”

Mariëlle: „Eigenlijk probeer ik een fulltime baan in drie dagen te proppen. Wat dat betreft kijk ik ernaar uit dat de jongens naar school gaan. Ik merk dat het niet altijd te combineren is. Zit ik achter mijn laptop, dan klimmen ze op mijn schoot. Maar ze zijn ook regelmatig aan het fietsen achter. Als ik even mijn hoofd om het hoekje kan steken, is het oké.

Rob: „Als ze op de opvang zijn, haal ik de jongens rond vijf uur op. Zij eten een broodje. Wij eten daarna.”

Mariëlle: „We koken om de beurt. Boodschappen bestellen we online. De jongens hebben al warm gegeten op de opvang.”

Rob: „Ze gaan naar bed tussen zeven en acht. Daarna ruim ik op, of kijk ik tv.

Mariëlle: „Na het eten liggen overal kruimels, dan stofzuig jij meestal.”

Rob: „Soms wel twee, drie keer op een dag. Gelukkig is de cavia er niet meer.”

Mariëlle: „Gelukkig? Hoeveel last had jij van dat beest? ‘Ik ben allergisch voor stro…’ Kon ik hem weer verschonen.”

Rob: „We hadden heel veel last van vliegen met dat beest. Hij was gewoon ziek.”

Mariëlle: „De kinderen vonden het wel heel leuk, maar ja. Toen ze nog in de luiers zaten had ik echt geen zin om dat hok ook nog te gaan verschonen.”

Rob: „Gijs heette hij volgens mij. Of Guus, toch?”

Mariëlle: „Ik heb geen idee.”

Rob: „De laatste jaren heb ik ineens een allergie opgebouwd voor verschillende dieren.”

Mariëlle: „Dat is nog nooit uit een test gekomen.”

Het dorpse

Rob: „Zondagochtend is het meest ontspannen moment van de week. Dan kom ik terug van hardlopen en hebben we hier een rustig pyjama-ochtendje.”

Mariëlle: „We proberen zo min mogelijk oppas in het weekend te doen. En op donderdag gaan we echt zitten voor expeditie Robinson. Als ik een avondafspraak heb, wacht hij tot ik thuiskom.”

Rob: „We kijken het vanaf het begin dat we samen zijn.”

Mariëlle: „Vijf jaar nu. Daarvoor keek ik het eigenlijk nooit.”

Rob: „Nee, ik ook niet. We proberen ook een keer in de week samen te eten, zonder kinderen.”

Mariëlle: „Dat doen we gewoon thuis.”

Rob: „Meestal steek ik buiten de barbecue aan, dat kan ook gewoon in de winter.”

Mariëlle: „Dikke jas aan.”

Rob: „Ik denk dat het iets mannelijks is. Er zijn heel veel mannen die zeggen: ‘Ik bemoei me niet met de keuken, tot de keuken in de tuin staat’. Soms doet zij de aardappeltjes of de sla dan in de keuken.”

Mariëlle: „Op zondag gaan we vaak naar de schoonouders.”

Rob: „Dat proberen we om de week te doen, dan gaan we langs allebei. In ‘het dorpse’ zit je toch wat meer op elkaar. Als ik iets met vrienden doe, zitten we ook meestal bij iemand thuis.”

Mariëlle: „Het eten is goedkoper en ik vind het meer ontspannen om thuis te eten. We zijn al zoveel weg. Het is ook heerlijk om af en toe gewoon samen thuis te zijn.”

    • Rolinde Hoorntje