Opinie

    • Sjoerd de Jong

Eerst zien, dan geloven: over de non-nieuwsrubiek van NRC

Wat hebben deze berichten gemeen? Ultimatum voor Achmea bij vergoeding woekerpolissen; Speciaal fonds voor zonnepanelen op scholen; Ambulance-acties worden vanaf maandag hervat; Ingrijpende veranderingen aan ontslagrecht.

Dit: u kon ze allemaal tegenkomen in de media, maar niet in NRC. Nou ja, alleen in één, betrekkelijk nieuwe online rubriek, Is dit nieuws? Daarin meldt de redactie welke berichten (nog) niet zijn gebracht, omdat ze geen nieuws zijn. Want: dreigen met stappen is te vaag (Achmea); er zijn nog geen harde afspraken (zonnepanelen); eerst zien of het gebeurt (ambulance-actie) en: wisten we al (ontslagrecht). In de rubriek wordt een en ander toegelicht.

Die rubriek wordt verzorgd door de stachanovisten van de nieuwsdienst van NRC, twintig jonge journalisten in wisseldiensten (van wie zestien freelance). Die zorgt voor berichten op nrc.nl – en krijgt dus te maken met de afweging: is dit nieuws? Bij rondbellen of checken bij specialisten op de redactie valt dan al van alles af.

Waarom dat dan toch melden? Om twee redenen, zegt Jisca Cohen, chef van de nieuwsdienst: het geeft inzicht in de manier waarop de redactie berichten afweegt en kan antwoord bieden aan lezers die zich afvragen waarom ze bepaald nieuws wel lezen bij de buren of zien op tv, maar niet in hun eigen krant. Omdat het geen nieuws is, dus.

De nieuwe rubriek past dan ook bij de behoefte aan journalistieke uitleg en rechtvaardiging. Nuttig, al is het maar omdat ‘insteken’ van nieuws en nieuwtjes inmiddels een ware industrie is geworden van een legioen belangenorganisaties en anderen. Het is tegelijk een correctie op het wijdverbreide beeld van journalisten die klakkeloos persberichten overtikken en niks afwegen.

En zoals veel innovatie is ook deze in feite een terugkeer naar een beproefd recept: checken, afwegen en uitleggen. Een van de aardigste criteria om een bericht af te keuren is dan ook het aloude adagium: eerst zien, dan geloven. Bij dreigen met juridische stappen, zegt nieuwsdienst-redacteur Sjoerd Klumpenaar, hoort een advocaat, dagvaarding of zittingsdatum. Zo niet: geen nieuws.

Een ander vereiste: het moet gaan om berichten die op zichzelf nieuwswaardig kúnnen zijn voor NRC. Dus niet om nieuws waar je politiek of ideologisch hartgrondig over van mening kunt verschillen. Trumps aanval op fake news valt dus buiten de ambachtelijke criteria van de rubriek. Ook gaat het er niet om hoe groot of klein iets wordt gebracht.

Over de rubriek is wel discussie – en op Twitter ontbrak de hoon niet. Want besteedt NRC zo niet toch aandacht aan iets waarvan de krant zelf zegt dat het geen aandacht verdient? Of, zoals een tv-journalist me ooit vaderlijk uitlegde: nieuws is nieuws en nieuws moet de krant in want de krant is er voor nieuws. Dus niet voor nieuws dat geen nieuws is.

Dank. Toch lijkt die kritiek me een misverstand. Uitleg wat er mis is met een zogenaamd nieuwtje, is iets heel anders dan het ‘gewoon’ melden; dit zijn tweede-orde-berichten. Overigens, om het verwijt te voorkomen dat NRC andere media de maat neemt: er wordt in de stukjes niet gelinkt naar media die het ‘fout’ deden, maar naar de overzichtspagina van Google, waarop te zien is in hoeverre een bericht is overgenomen. Voor opname in de ‘geen-nieuws-rubriek’ geldt dat ten minste twee serieuze media het bericht in kwestie moeten hebben gemeld. NRC zelf valt daar niet onder, want als daar iets misgaat (dat gebeurt), leest u het in een fact check, correctie of rectificatie – of hier, natuurlijk.

De rubriek is nog een experiment, maar het ziet ernaar uit dat ze blijft. Is de rubriek volmaakt? Absoluut niet – en dat zou ook niet kunnen. Alleen al niet omdat de dagelijkse hoeveelheid non-nieuws in het aanbod veel te groot is om te behappen; de rubriek is dus vooral illustratief.

Bijkomend voordeel: ook NRC zelf kan ervan leren, want non-nieuws glipt er uiteraard niet alleen door bij anderen. Ook een dreiging met een kort geding wil nog wel eens deze krant halen – waarna er niet altijd nog iets naders van wordt vernomen.

Tot slot is de rubriek nuttig omdat ze je leert nadenken over de vraag wat nieuws nu eigenlijk is. Journalistieke omschrijvingen ervan zijn vaak repeterend saai of tautologisch (zie boven): iets wat je nog niet weet, wat uitzonderlijk of onverwachts is, en wat ertoe doet. Maar wie bepaalt dat? Nou ja, journalisten. Dus dan zijn we terug bij een vaak gehekelde definitie: nieuws is wat journalisten relevant vinden. Maar mag u er ook nog iets over zeggen, als geïnteresseerde afnemer?

Dat is een bredere discussie. Mediacritici als Joris Luyendijk en Rob Wijnberg vinden dat journalisten zich fixeren op hevige prikkels die ze zelf interessant vinden, dus op het uitzonderlijke en onverwachte – het vliegtuig dat neerstort – en zo een scheef en overdreven angstaanjagend wereldbeeld presenteren, dat op den duur afstompend gaat werken. Terwijl het, aldus optimisten, beter gaat dan ooit tevoren.

Het is een punt. Aan de andere kant, er stáát al zoveel positiefs en warm-menselijks in kranten en andere media. De cruciale functie van nieuws blijft: burgers attenderen op wat er misgaat, op risico’s, mankementen, leugens en bedrog, juist zodat zaken kunnen worden verbeterd, in dienst van het algemeen belang. Daarom is het belangrijk te weten waaróm dat ene vliegtuig neerstortte.

Kortom, iets is pas nieuws als de krant erin slaagt de relevantie ervan duidelijk te maken. Of uitlegt waarom iets niet relevant en dus géén nieuws is.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Sjoerd de Jong