Opinie

    • Kiza Magendane

Mijn eerste vijf jaar in Nederland maakte ik mezelf wijs dat ik geen moeite had met Zwarte Piet

Zwarte Piet Nu elf jaar in Nederland woont, voelt hij zich voldoende betrokken om tegen Zwarte Piet te zijn.

Illustratie Max Kisman

Het is mijn eerste november in Nederland. Plots zie ik de publieke ruimte veranderen. De veelkleurige herfstbladeren zijn spectaculair, maar het is mijn eerste ontmoeting met een groepje Zwarte Pieten, oog in oog, dat mij duidelijk maakt dat ik in een nieuw universum ben beland. Op de meest onverwachte momenten zie ik ze opduiken. Hun, in mijn ogen, griezelig uiterlijk en sullige vertoning brengen mij in de war – maar ik durf daar met niemand over te praten. Iedere keer als ik zo’n leger hollende Zwarte Pieten tegenkom, ren ik de andere kant op. Het is een eerste introductie in Nederland, het moeder- en vaderland van mijn toekomstige kinderen.

Bovenstaande gebeurtenis vond precies elf jaar geleden plaats, in Amersfoort. Daar had ik, vijftien jaar oud en vers uit een vluchtelingenkamp in Tanzania, mijn eerste maanden in een asielzoekerscentrum doorgebracht. Via de lokale gereformeerde kerk maakte ik Nederlandse vrienden. Op een avond gebruikte Jan, een jonge twintiger verbonden aan de kerk, de pepernoten die wij aan het nuttigen waren als aanleiding voor een mini-college over de sinterklaastraditie. Over de schoorsteen, zwart van roet. Cadeautjes in de schoenen. Pakjesavond. Alsof ik een vijfjarig kind was dat in sprookjes geloofde, zei ik dat ik het begreep.

Mijn eerste vijf jaar in Nederland maakte ik mezelf wijs dat ik geen moeite had met Zwarte Piet. Ik hield mezelf voor de gek. Wilde niet toegeven dat de knecht van de Sint maakte dat ik mij vies voelde, en vernederd. Want ik was een nieuwkomer, een gast. En dit was nu eenmaal hoe de bewoners van het huis Nederland met hun tradities omgingen. Ik moest mij aanpassen. Moest vooral dankbaar zijn dat ik asiel had gekregen en mij richten op belangrijker zaken: diploma, werk, inkomen. Ik had ongelijk. Want de Sinterklaastraditie met de bijhorende Zwarte Piet staat niet (langer) voor verbinding, maar is een bron van gebrokenheid geworden.

Afgelopen weekend herdacht Europa het einde van de Eerste Wereldoorlog, honderd jaar geleden. De mensen stonden stil bij hen die stierven in naam van het vaderland, voor een mythisch verhaal dat oneindig veel groter was dan zij. Waar zouden jonge Nederlanders anno nu voor willen sterven?

De afgelopen vijf jaar zijn wij er via een pijnlijke omweg, en veel te laat, achter gekomen dat jongeren, geboren en getogen in Nederland, bereid waren om voor een zelf uitgeroepen kalifaat te sterven. Ondanks de economische voorspoed en materiële zekerheden die Nederland hen had te bieden, kozen zij voor een hel op aarde.

Sterven voor Zwarte Piet

Een mens leeft niet van brood alleen. Die leus snijdt niet alleen hout als het er om gaat het radicaliseringsproces van zelfverklaarde jihadisten te duiden, maar doet ook dienst in de Slag om Zwarte Piet. Het irrationele gehalte in het Zwarte Piet-debat wekt de overtuigende indruk dat er een groep mensen in dit land bestaat die bereid is om voor Zwarte Piet te sterven.

Twee kunstenaars hun demonstratierecht afnemen in naam van Zwarte Piet? Moet kunnen. Een burgemeester die activisten opsluit en hun het demonstratierecht ontzegt in naam van Zwarte Piet? Mag ook. Individuen die eigenrichting plegen, de snelweg blokkeren en zo anti-Zwarte Piet demonstranten van hun vrijheid van meningsuiting beroven? Alles is geoorloofd, in naam van Zwarte Piet. Zelfs als de rechter deze individuen schuldig bevindt en hen tot een taakstraf veroordeelt, worden ze als held ontvangen en krijgen ze binnen een paar dagen anderhalve ton uit een crowdfunding campagne voor een hoger beroep.

Mark Rutte, die in 2013 verklaarde dat Zwarte Piet „nu eenmaal zwart is” en dat hij daar niets aan kan doen, vindt Nederland een „ongelooflijk gaaf land”. De premier vindt ook dat jij, Nederlander met een migratie-achtergrond, al je dromen kan verwezenlijken – daarvoor hoef je je alleen maar in te vechten. Het klinkt redelijk: Nederland is een land van ongekende kansen en mogelijkheden. En als je hard genoeg werkt en kansen grijpt, kun je het van asielzoeker of kind van een gastarbeider tot programmeur, docent, automonteur of burgemeester van een grote Nederlandse stad schoppen.

Lees ook: Herman Vuijsje over de tien dogma’s van zwart/wit denken

Internationale ranglijsten (innovatie, concurrentiepositie, gezonde overheid, pensioen, gezondheidszorg, geluk) en nationale data over de stand van de Nederlandse economie (groei, consumentenvertrouwen, export) bevestigen deze positieve houding van Nederland. Het gaat economisch en materieel zo goed met Nederland dat onze politieke leiders vooral ruzie maken over waaraan ze die extra miljarden uit de schatkist zullen besteden – niet of ze sowieso geld hebben om de samenleving beter te maken.

De Nederlandse economie is gezond én verzadigd – en dat zie je niet alleen terug in het flink lage werkloosheidscijfer en het tekort aan personeel, maar ook aan het soort innovatie dat Nederland tot stand brengt. Martin Garrix (22 jaar) die vorige maand voor de derde keer op rij tot beste dj ter wereld werd verkozen. Glennis Grace (40 jaar, alleenstaande moeder uit de Amsterdamse Jordaan) die het met haar schitterende stem tot de finale van America’s Got Talent bracht. Boyan Slat (24 jaar), die al sinds zijn zestiende een techniek ontwikkelt om plastic afval uit de oceanen op te ruimen. Hij is oprichter en CEO van The Ocean Cleanup, met ruim zeventig medewerkers (o.a. oceanografen, milieukundigen, ingenieurs en IT’ers) in dienst. Twee maanden geleden mocht hij eindelijk zijn droom verwezenlijken: een forse hoeveelheid plastic soep uit de oceaan vissen. In dit rijtje passen ook Pieter van der Does en Arnout Schuijff, oprichters van betaalsysteem Adyen, dat afgelopen juni naar de beurs ging. Stuk voor stuk innovaties van Nederlandse bodem, bedacht en uitgevoerd door mensen die Nederland een positieve aanblik geven in het buitenland. Het gezicht van een land dat oplossingen zoekt, de handen uit de mouwen steekt. Dat uit een zee een nieuwe provincie kan toveren.

Vloeibare tijdgeest

Toch wringt het. Want het grote verdriet van Nederland is niet economisch, maar cultureel. Wij slagen er in om onze samenleving economisch te organiseren op een manier die recht doet aan de vloeibare tijdgeest. Dat correspondeert niet met de impasse waarin dit land nu verkeert, mede dankzij de omstreden knecht van de Sint. De impasse rondom Zwarte Piet is een illustratie van een dieper liggend probleem. Van het onvermogen van Nederland, zijn politieke leiders voorop, om het principe te geloven én te verdedigen dat een democratische rechtstaat alleen kan bestaan als de meerderheid rekening houdt met de gevoelens van de minderheid.

Lees ook: Onze democratie is de beste

De hardnekkigheid waarmee Zwarte Piet wordt verdedigd, alsof er mensenlevens vanaf hangen, is tekenend voor de pijnlijke tweedeling in ons land. De witte meerderheid, gevangen in haar comfortabele zone, ontbreekt het aan compassie en solidariteit jegens de zwarte minderheid die met legitieme argumenten duidelijk maakt dat de spelregels in de Nederlandse publieke ruimte aan vernieuwing toe zijn.

Nederland is een huis met verschillende kamers – en de bewoners lijken elkaar niet te ontmoeten in de gemeenschappelijk ruimte. „Kunnen jullie alstublieft de gemeenschappelijke woonruimte zodanig inrichten dat wij ons ook thuis voelen?, vraagt de kleine minderheid. Als reactie op hun verzoek krijgen zij te horen dat zij niet thuis horen in het huis Nederland. Racistische verwensingen en bedreigingen worden hen die tegen Zwarte Piet zijn, niet gespaard. Ook deze week, voor de zoveelste keer, in de Telegraaf, waar actie-journalist Wierd Duk en Marcel Vink een ophitsend stuk schreven waarin ze de boegbeelden van de anti-Zwarte-Pietbeweging, Jerry Afriyie en Mitchell Esajas, afschilderden als radicaal links en gevaarlijk. „Dit is de reden dat ik twee keer omkijk als ik buiten loop”, reageerde Afriyie via Facebook. „Door dit ophitsende artikel voel ik me in elk geval niet meer veilig om (in deze periode) alleen over straat te gaan in bepaalde delen van het land”, schreef Esajas op zijn beurt.

Lees ook het interview met Jerry Afriyie: Dit is pesten en dat moet stoppen

Maar in feite zijn Afriyie, Esajas en andere anti-Zwarte Piet-activisten niet een bedreiging voor Nederland, zij zijn juist jonge mensen die in de kracht van Nederland als rechtsgemeenschap geloven. Of, zoals Larissa Schulte Nordholt, promovendus bij het Instituut voor Geschiedenis in Leiden stelt: „Wijzen op koloniaal geweld of het aankaarten van racistische stereotypes als gevolg van dat geweld is geen veroordeling van Nederland als geheel. In tegendeel, het is een poging Nederland beter te maken.”

In haar stuk op het historiografische blog overdemuur.nl gebruikt Nordholt het begrip ‘gezelligheidsfundamentalisme’, bedacht door een andere Leidse historicus, Adriaan van Veldhuizen. Gezelligheidsfundamentalisme wijst op de neiging van Nederlanders om zich aan historisch onrecht te conformeren omwille van de gezelligheid. Onder de mom van gezelligheid wordt een racistische karikatuur gesteund.

Begrip

Als eerste generatie migrant heb ik wellicht geen recht van spreken in het dossier Zwarte Piet. Met die gedachte kan ik goed leven. Maar van Afro-Nederlanders kun je dat begrip niet vragen. Om te beginnen zijn zij door het Nederlandse slavernij-verleden met dit land verbonden. Dat hoor je zelfs in hun naam. Ten tweede zijn zij in dit land geboren en getogen. Ze werken, leven, hebben hier lief.

Ik was niet eens vier maanden in Nederland en ik voelde mij al vies en vernederd tijdens mijn eerste ontmoeting met Zwarte Piet. Hoe moet het voelen voor zwarte Nederlanders, die daar hun hele leven mee worden geconfronteerd? En dan heb ik het nog niet eens over de kinderen die deze maand angstig naar school gaan, en thuis het zwart van hun huid proberen te schrobben, omdat ze voor Zwarte Piet worden uitgemaakt. Ik vermoed dat gezelligheid voor hen ver te zoeken is.

Laat de Sint, als hij deze zaterdag het land binnenkomt, aan deze kinderen denken. Laat hem de demonstranten die tegen zijn knechten protesteren, als bondgenoten omarmen. Ze verpesten dan wel op korte termijn de gezelligheid, ze bewijzen hem op lange termijn een grote dienst. Want rechtvaardigheid is een antoniem voor gezelligheid.

Het is ook feitelijk onjuist om te beweren dat Sinterklaas alleen om gezelligheid gaat. Kijk maar naar pakjesavond. Daar lees je elkaar anonieme gedichten voor. Belangrijk is dat je elkaar flink in de maling neemt. We blijken pas hard voor elkaar te kunnen zijn en de gezelligheid te kunnen verpesten als wij elkaar vertrouwen en ervan overtuigd zijn dat we na afloop nog altijd samen door een deur kunnen.

Het huis Holland

Het is pijnlijk dat ik na elf jaar in Nederland dit artikel moet schrijven. Ik doe het omdat ik niet langer een gast ben, maar een volwaardige bewoner van het huis Holland. Als nieuwkomer vermeed ik lastige onderwerpen; nu hoop ik dat mijn toekomstige kinderen nooit een vergelijkbaar verhaal hoeven te schrijven.

Tot die tijd, alvast een fijne pakjesavond toegewenst. Maak het vooral niet te gezellig. Want gezelligheid kun je niet eten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Kiza Magendane