Wat als de dode niet echt dood blijkt te zijn?

Interview Schrijver A.F.Th. van der Heijden vroeg zich af wat zijn leven nog voor zin had. Maar toen de ramp met de MH17 gebeurde, was het of er een beroep op hem werd gedaan.

Na een scheiding van negen jaar is A.F.Th. van der Heijden (1951) weer terug bij zijn oude liefde: uitgeverij Querido. En dan ook nog met een nieuwe roman, Mooi doodliggen. Het is een aangrijpend liefdesverhaal over een Russische journalist, Grigori Moerasjko, die vanwege zijn onderzoek naar de ramp met vlucht MX17, met zijn vrouw Yulia en hun twee kinderen naar de Oekraïense hoofdstad Kiev is gevlucht. Op een dag krijgt hij van de Oekraïense geheime dienst SBOe te horen dat er door de Russen een aanslag op hem wordt beraamd. Om de daders te kunnen pakken voordat ze in actie kunnen komen, stelt de SBOe hem voor om een aanslag op hem in scène te zetten, waarbij hij zogenaamd om het leven komt.

Om het zo echt mogelijk te doen lijken, mag hij het niet aan zijn vrouw vertellen. En dat zal hem duur komen te staan, want als hij na zijn ‘dood’ ineens op een persconferentie verschijnt, is Yulia woedend. Ze voelt zich door hem bedrogen en verlaat hem. En daarmee begint zijn echte ondergang, op een klassieke A.F.Th. van der Heijden-wijze. „Yulia was Grigori’s journalistieke muze, die hem dwong compromisloos in zijn werk te zijn en er zelfs zijn leven voor te offeren als dat nodig was”, zegt de schrijver, thuis in Amsterdam. „En nu zij er niet meer is, heeft zijn leven geen zin meer.”

Het idee voor het boek ontstond in mei van dit jaar, toen de SBOe in Kiev een vergelijkbare nepaanslag organiseerde op de beroemde Russische onderzoeksjournalist Arkadi Babtsjenko. Van der Heijden: „Die nepaanslag zette mijn verbeelding in gang. Halverwege juni ben ik met schrijven begonnen en eind september had ik het manuscript af.”

In de zomer van 2016 publiceerde NRC zijn feuilleton President Tsaar op Obama Beach. Hierin spoort de jonge Nederlandse oorlogsfotograaf Natan Haandrikman, die sterk aan Van der Heijdens in 2010 verongelukte zoon Tonio doet denken, de verantwoordelijken op voor die vliegramp, waarbij zijn ouders zijn omgekomen. In Mooi doodliggen komt Natan weer voor.

Het feuilleton had zestig afleveringen. Lees ook deel één: Proloog

Eerst even over uw oude liefde, Querido. Waarom bent u na al die jaren bij de Bezige Bij weer bij haar teruggekeerd?

„Na dertig jaar Querido, waar ik al sinds mijn debuut werd uitgegeven, wilde ik wel eens wat anders proberen. Zeker nadat mijn redacteur daar ineens vertrok, waar ik pissig over was. In die tijd werd ik door Robbert Ammerlaan van de Bezige Bij gepolst of ik bij hém wilde komen. Later, toen ik eenmaal in de problemen was geraakt bij de Bezige Bij, hoorde ik dat de andere directieleden het niet eens waren met mijn komst. Ik had nu eenmaal de reputatie dat ik nieuwe titels aankondigde die dan niet verschenen – hoewel ik dan wel met andere titels kwam. Maar uitgevers willen schrijvers máken en bij mij hoefde dat niet. Tenslotte had ik mijn sporen al verdiend.

„Toen ik eenmaal merkte dat ik niet zo welkom was, wilde ik terug naar het oude nest. In september 2017 legde ik contact met Paulien Loerts [de baas van Singeluitgeverijen, waarvan Querido deel uitmaakt, red.] en in mei 2018 waren we het eens.”

Hebt u een redacteur nodig? Of is de kritische blik van uw vrouw, Mirjam Rotenstreich, voldoende?

„Mirjam heb ik al die jaren misbruikt in die zin dat ik al mijn verhalen op haar heb uitgeprobeerd. In een terloopse houding. En dan maar afwachten hoe zij reageerde. Daar deed ik dan mijn voordeel mee. Als zij dan commentaar had, keek ik er nog eens naar. Maar ik heb altijd gehunkerd naar een goede redacteur en die heb ik nu bij Querido in de persoon van Rop Zweedijk. Ik brainstorm nu eenmaal graag met iemand op wie ik nieuwe ideeën kan uitproberen, iemand die je peptalk geeft. En natuurlijk moet een redacteur je op inconsequenties en onjuistheden in je verhaal wijzen.”

In ‘Mooi doodliggen’ heeft u waarachtige Russische personages neergezet, alsof u al jaren in die contreien woont. Bent u er wel eens geweest?

„Nog nooit. Wel heb ik een hoop materiaal – krantenberichten en foto’s – over de zaak-Babtsjenko verzameld. Wat ik door de zeef van mijn verbeeldingskracht kon halen, heb ik gebruikt.

„De eerste berichten waren dat de vrouw van Babtsjenko niet wist dat de aanslag in scène was gezet en hij voor dood moest gaan liggen. Dat zette bij mij iets in gang. Je kunt het hebben over zijn bijdrage aan nepnieuws, maar wat ik er vooral in las was een tragische liefdesgeschiedenis.

„Later bleek dat die vrouw er toch van op de hoogte was, al heb ik dat nooit echt overtuigend gevonden. Het leek eerder een bericht om gezichtsverlies te voorkomen, bij de SBOe en Babtsjenko zelf. Mijn experiment was toen al in gang gezet. Het werd een what-if geschiedenis, waarbij ik me afvroeg wat er gebeurd kon zijn als die vrouw er echt niet van wist en wat zijn verwachting dan was. Op een speels niveau is het ook een ‘kroegfantasie’, zo van hoe het zou zijn om je eigen begrafenis mee te maken en te horen wat ze dan over je zeggen. Ik heb het toegespitst op die vrouw: wat zal ze ervan vinden als haar geliefde ineens uit de dood opstaat. Iemand wordt tenslotte geacht een gat in de lucht te springen als de dode niet echt dood blijkt te zijn.

„In mijn versie van het verhaal is Yulia een klein etmaal bezig te rouwen om haar dode man. Moerasjko stelt zich voor dat zijn vrouw hem himmelhoch jauchzend weer in de armen sluit als hij weer levend voor haar staat. Ik herinnerde me dat ik in de jaren zeventig op een strand op Sicilië zag hoe een in zwart gekleed vrouwtje haar zoontje plotseling kwijt was en zeker wist dat hij in de golven verdwenen was. De overeenkomst was dat de doodsangst en ongerustheid van die moeder zich ontlaadden in een enorme agressie toen dat kind ineens weer voor haar stond.”

Waarom heeft Babtsjenko het spel zo gespeeld?

„Ik begrijp nog altijd niet wat de noodzaak was van die schijndood. Er heeft in de pers nog een klein berichtje gestaan over de gearresteerden, maar of dat nu de huurmoordenaar was of de opdrachtgever is nooit duidelijk geworden. Volgens mij heeft Babtsjenko zich gewoon door de SBOe laten gebruiken om de Russen een loer te draaien. En die zeggen nu: laat die dissidente journalisten maar naar het buitenland emigreren. Daar worden ze doodgeschoten, maar niet door ons.”

U zit in ‘Mooi doodliggen’ nog meer dan in uw feuilleton op de actualiteit. Het is alsof u uw boek eergisteren heeft voltooid.

„Dat scheelt niet veel. Op 29 mei sprak minister Blok [Buitenlandse Zaken, red.] in de Veiligheidsraad en op diezelfde avond was die aanslag op Babtsjenko. Niet lang geleden dus.

„Ik denk dat het schrijven zo voorspoedig verliep, omdat het mij ging om die kern van het verhaal: een liefdesverwachting die voor de mannelijke hoofdpersoon niet zo uitpakt als hij had verwacht. En ik schrijf altijd de hele dag en werk dan in een periode van honderd dagen. Bij een uitgebreider boek plak ik er honderd dagen aan vast. Ook nu is het me in die tijd bijna gelukt. Hoogstens had ik last van de zomerhitte.”

Is ‘Mooi doodliggen’ het begin van een nieuwe cyclus? Met ‘President Tsaar op Obama Beach’ als eerste deel en dit als vervolg?

„Het feuilleton is een sterke verkorting van de hoofdstukken van een grotere MX17-roman. Ik had ervoor kunnen kiezen om het als voltooid boek aan te bieden, maar ik ga toch voor dat grotere boek. Mooi doodliggen zou je de spin-off van die grotere roman kunnen noemen, of beter nog, de prequel. Mijn uitgever heeft het al over mijn ‘Russische bibliotheek’.”

En dan verscheen tussen het feuilleton en uw nieuwe roman eind 2016 ook nog de vuistdikke roman ‘Kwaadschiks’.

„Daar was ik al mee bezig toen Tonio in 2010 verongelukte. Het kwam toen stil te liggen, ten gunste van het boek over Tonio. Na het uitkomen van die requiemroman durfde ik Kwaadschiks niet meteen weer op te pakken. Ik ben toen met andere projecten bezig geweest. Eerst heb ik nog een historische roman geschreven voor de gemeente Nijmegen. In het jaar dat ik 65 werd en het feuilleton schreef, moest Kwaadschiks af.

„Sinds Tonio ons ontviel is het schrijven bij mij voorop komen te staan. Als ik een dag niet werk, voel ik me een dag ongelukkig. En als je elke dag, ook in het weekend, de gang naar je werkkamer maakt en aan een roman werkt, nu eens een tijdje aan de ene dan weer aan de andere, schiet dat toch aardig op. Het leeuwendeel van Kwaadschiks heb ik in 2016 geschreven. In mijn ‘vrije’ uren heb ik dat feuilleton verzorgd.”

Was dat schrijven niet ook een afleiding van de dood van Tonio?

„Het schrijven aan Tonio. Een requiemroman werkte ook voor Mirjam, die er niet aan meeschreef, verslavend. Haar rouw is net zo goed beschreven als die van mij. Het was een manier om ons aan onze verdwenen zoon vast te klampen, om hem er nog te laten zijn. Maar zoiets houdt ook ineens op, want precies een jaar na zijn dood kwam dat boek uit. En daarna dacht ik, wat heeft mijn leven nog voor zin. Maar een ding wist ik zeker: door Tonio moest ik doorgaan met het ambacht van het schrijven.

„En toen werd ineens de MH17 neergehaald en was het alsof er een beroep op me werd gedaan. Want wat ben je voor een schrijver als je op zo’n moment niet geëngageerd bent. En ineens had ik de mogelijkheid om een rijpere Tonio neer te zetten, als oorlogsfotograaf. Terwijl hij dat nooit had willen worden. Maar goed, zijn leven hield op toen hij 21 was. En ik wilde een Tonio-achtige figuur nog een tijd in leven houden in een boek over de MH17. Maar daarvoor moest ik wel het rouwproces omdraaien en zijn ouders laten sterven. Dat had ook iets masochistisch’: in het MX17-boek kan ik als oorlogsfotograaf Natan Haandrikman kritiek hebben op mezelf als vader, als schrijver.”

Maakt Tonio in uw MX17-boeken een ontwikkeling door?

„In alle opzichten. In mijn grote MX17-roman is hij heel recalcitrant en doet hij onaangenaam tegen zijn vriendin, Branda. Zijn karakter beleeft een omslag als hij er niet meer alleen naar streeft om de lichamen van zijn ouders in veiligheid te brengen, maar zich ook voorneemt de toedracht van de ramp te onderzoeken en de daders voor het gerecht te brengen.”

Natan Haandrikman lijkt soms wel het geweten van hoofdpersoon Grigori Moerasjko.

„Ze zijn een beetje elkaars über-ich. Natan vertaalt de memoires van Grigori [de hoofdmoot van Mooi doodliggen, red.] uit het Russisch, maar hij beheerst die taal passief en slaat er soms een slag naar. Daardoor wordt het ook een beetje zíjn boek, een Nederlands boek.

„Net als Natan kan ook Moerasjko heel lyrisch zijn in zijn stijl als hij kan uitweiden over zijn Yulia. Maar onder het oppervlak van zijn betoog voel je de woede.”

Natan heeft Russisch geleerd van zijn grootvader, opa Ban. Hij is gebaseerd op uw Joodse schoonvader, die uit de buurt van het huidige Lviv in Oekraïne kwam.

„Hij overleed op 24 juli 2014, een week na de ramp met de MH17, op 101-jarige leeftijd. Maar over wat er in Oekraïne was gebeurd, wilde hij niets horen.

„Ik heb veel van hem over de Russen geleerd. Zo vertelde hij me dat ze zo goed konden vloeken en daarvoor een enorm arsenaal aan woorden hadden. De manier waarop Russische vrouwen spraken, vond hij zo mooi klinken, zelfs als ze zich opwonden. Mirjam is nu een boek over hem aan het schrijven en ontdekt van alles, zoals de vele onderscheidingen die hij als soldaat van het Rode Leger heeft gekregen. Het was iets waar hij altijd over heeft gezwegen.”

Wanneer is het grote MX17-boek voltooid?

„Ik vraag me af of het niet in twee delen moet verschijnen. Daarom zoek ik nu naar een geschikte cesuur waarmee ik het eerste deel kan laten eindigen. Een groot gedeelte daarvan gaat over de terugkeer van Natan naar Oost-Oekraïne, waar hij op een gegeven ogenblik wordt bedreigd. Daaraan voorafgaand staan heel wat hoofdstukken die mij dierbaar zijn geworden. Bijvoorbeeld over hoe Natan zijn dode ouders op het veld vindt en hoe hij hun lijken wil begeleiden naar het vliegveld.

„Als je een monument in marmer voor die slachtoffers maakt, mag er dan ook een monument in taal zijn? Want ik zou het gruwelijk vinden als het boek als een commercieel project wordt opgevat.”

    • Michel Krielaars