Waarom zijn koplampen met led zo fel?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag.

Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl

Illustratie Rik van Schagen

Het is weer vroeg donker, de tijd dat honderdduizenden Nederlanders uren in de duisternis rijden. Radio aan, kachel aan en voor de motorkap een stuk wegdek dat baadt in het licht. In de koplampen brandt een ledlamp. Na de gloeilamp, de halogeenlamp en de xenonlamp is dat nu het nieuwste product dat de automobilist bijstaat in zijn strijd tegen het duister. Ledlampen gebruiken relatief weinig energie en kunnen een zeer hoge lichtopbrengst hebben. Erg prettig voor de bestuurder.

Het is alleen jammer dat ook andere automobilisten over die nieuwe verlichting beschikken. Verblinding via de achteruitkijkspiegel en de zijspiegels komt nogal eens voor, vooral als je het ongeluk hebt dat er zo’n hoge SUV achter je rijdt, of als een auto over een verkeersdrempel hobbelt. Je kunt dan opeens de volle laag krijgen, je ziet even niets meer.

Ad Vonk, voorlichter van de ANWB, kent het probleem, hij hoort zijn leden er wel eens over klagen. „Het zijn koplampen waar je in Noorwegen een bergweggetje mee in het licht kunt zetten. Maar je kunt je afvragen of dit soort rallyverlichting op zijn plaats is op de Nederlandse snelwegen.” De Engelse zusterorganisatie van de ANWB, de RAC, heeft begin dit jaar een enquête gehouden onder zijn leden: 67 procent klaagde over verblinding door de nieuwe koplampen.

Blauw licht

Ronald van Buuren, expert op het gebied van het menselijk zien en werkzaam bij TNO, kan niet met zekerheid zeggen of het aan die leds ligt dat er zo over verblinding wordt geklaagd. Xenonlampen hebben wat dat betreft ook niet zo’n beste reputatie. „Wat misschien meespeelt, is dat bij de nieuwe generaties lampen de kleur meer naar het blauw zweemt, terwijl eerdere generaties veel geler waren: de gloeilamp en de halogeenlamp. Dat gelere licht wordt in het algemeen iets prettiger gevonden.”

Troebel oogvocht

In ieder geval speelt de hogere lichtintensiteit van de nieuwste lampen wel een rol als je zo’n bundel recht in het oog krijgt. „Dan treedt verblinding op. Een deel van het licht wordt gereflecteerd in het vocht in de oogbol en komt als strooilicht op het netvlies terecht. Het gevolg is dat je een soort mist ziet. Dat effect is nog sterker als je oogvocht wat troebel is, en dat is bij oudere personen al gauw het geval.” Daar komt nog bij dat een pupil bij plotseling fel licht wel snel samentrekt, maar bij het verdwijnen van dat licht veel langzamer weer wijder wordt. Ook kan nog een hinderlijk nabeeld optreden – een beeld van de lichtbron, maar dan in negatief. Het gevolg van dit alles kan zijn dat een verblind persoon secondenlang niet goed kan zien. Niet prettig als je tegelijkertijd een auto moet besturen.

Lees ook: Een peertje straalt net zoals de zon

Van Buuren: „Ik sluit niet uit dat moderne verlichtingsarmaturen ook aan de lichthinder bijdragen. De lichtbundel van de koplampen is heel scherp afgesneden. Dat is goed, want de lichtintensiteit is hoog en je moet er zeker van zijn dat alleen het wegdek in het licht wordt gezet. Maar als je dat licht toch in je ogen krijgt, gaat dat heel plotseling, er is nauwelijks een overgang tussen geen hinder en de volle bundel recht in je oog. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar die scherpe begrenzing heeft waarschijnlijk ook nadelen.”

    • Warna Oosterbaan