Opinie

    • Merel Thie

Eiceldonatie moet verboden worden in Nederland

Een kind wil liever niet geboren worden uit een moeder die de zijne niet is, vindt . Onzin, zegt , genetische verwantschap is geen noodzaak voor een goede ouder-kindrelatie. Een twistgesprek per e-mail onder leiding van

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) staat welwillend tegenover een uitbreiding van de leeftijd waarop vrouwen hun eicel mogen doneren aan een andere vrouw. Niet iedereen is zo enthousiast over eiceldonatie. Begin oktober publiceerde deze krant een artikel waarin publicist Melissa van der Wagt opriep kritischer te kijken naar eiceldonatie. Gaat het invullen van een kinderwens niet ten koste van het kind, dat gedwongen wordt op te groeien zonder band met de biologische moeder, vroeg ze zich af. Tal van reacties volgden, waarvan we er een aantal plaatsten. De discussie gaat door. Daarom nu een twistgesprek tussen een voor- en een tegenstander van eiceldonatie. Oud kinderrechter Cees de Groot (tegen) en universitair hoofddocent Wybo Dondorp (voor) discussiëren over de stelling: Eiceldonatie moet verboden worden in Nederland.

CdG is Cees de Groot. WD is Wybo Dondorp

CdG: „Eiceldonatie moet worden afgewezen als methode om een kind te krijgen. Voor het kind is namelijk geen enkel positief punt aan te wijzen om op deze wijze in het leven te worden gezet. De band met zijn genetische moeder, die als donatrice van de eicel optreedt, wordt afgebroken en het moet bij een vervangende moeder, met wie het genetisch niets gemeen heeft, als kind gaan optreden.”

WD: „Beste Cees. Je maakt je druk over het afbreken van een band die nooit heeft bestaan. Terwijl de band tussen ouders en kinderen die wèl bestaat door jou als betekenisloos ter zijde wordt geschoven. Het kind heeft niet voor deze ouders gekozen, dat is waar. Maar dat geldt voor alle kinderen.”

CdG: „Normaal ontwikkelt de eicel zich verder bij de eigen moeder. Nu bij een andere vrouw. Dat is een breuk in het natuurlijk proces en dat kan bij het kind blijven wringen, ondanks de band die een wensouder kan opbouwen. Dat geen kind zijn ouders kiest, mist betekenis. Het kind ‘kiest’ ervoor om natuurlijk voortgeplant te zijn.”

WD: „Een schoolvoorbeeld van de ‘naturalistische drogreden’. Sinds wanneer schrijft de natuur ons de moraal voor? Als er bij het kind iets gaat wringen ben ik bang dat het komt door dat giftige verhaal over ouders die geen echte ouders zouden zijn. Een beter recept om kinderen in verwarring te brengen is er niet.”

CdG: „De moraal speelt al bij de keuze voor de verwekkingsmethode. Maar los daarvan is het biologisch gegeven van betekenis, dat de natuur hier vanzelfsprekend niet de moraal maar wel de vastliggende natuur ‘voorschrijft’: bij verwekking is dat de bepalende invloed van de biologisch vastliggende genetische verwantschap.

WD: „Tegennatuurlijk of niet (dan lust ik er nog wel een paar!), de enige vraag die er toe doet is of het schadelijk is. De literatuur geeft geen reden voor ongerustheid. De kwaliteit van de ouder-kind relatie blijkt bepalend voor het welzijn van ‘donorkinderen’, niet de aanwezigheid van een genetische band.”

CdG: „Deze bewering is ongefundeerd. Er zijn gevallen bekend van donorkinderen, die zich ook georganiseerd hebben, die het permanent moeilijk hebben met hun identiteit. Zij ervaren dat zij bizar in elkaar zitten: afstammend van een (met eiceldonatie te vergelijken) zaaddonor en levend bij een ander, die als vader optreedt.”

WD: „Ik heb het over de conclusie van langlopend psychologisch follow-up onderzoek. Jij schuift dat terzijde en hebt het over ‘ons zijn gevallen bekend’….. Bovendien: dat iemand wel eens ongelukkig is met zijn ouders, is geen basis voor ingrijpen in de reproductieve vrijheid. Dan kun je alle voortplanting wel verbieden.”

CdG: „Dat onderzoek is vooral juichend over het maatschappelijk functioneren. Het Franse donorkind Audrey Kermalvezen heeft het gebracht tot advocate. Maar zij heeft wel een procedure aangespannen bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, omdat zij haar afkomst wil kennen maar de gegevens daarover niet krijgt.”

WD: „Dat is onjuist, het onderzoek waar we aan refereren (van de groep van Golombok) gaat over het psychosociale welbevinden in omvattende zin. Het lijkt erop dat jij de lat voor donorconceptie veel hoger wil leggen dan bij normale verwekking: iedere kans op schade moet leiden tot een verbod. Dat is meten met twee maten.

Internationaal geldt voor afwijzing van IVF-verzoeken in het belang van het kind als criterium: ‘grote kans op ernstige schade’.”

Vraag aan Wybo Dondorp: als genetische verwantschap geen noodzaak is voor een goede ouder-kindrelatie, waarom dan niet adopteren?

„Ja waarom niet? Niet iedereen komt er voor in aanmerking, veel paren zijn bang dat een adoptiekind al een beschadiging heeft opgelopen, veel vrouwen (en hun partners) willen ook de zwangerschap meemaken, veel paren zien het kind als bevestiging van hun relatie. En kennelijk zijn we als samenleving gevoelig (steeds gevoeliger, lijkt het) voor het idee dat een genetisch eigen kind gewoon het beste is. Dat alles bij elkaar zorgt voor een belangrijke push achter de ontwikkeling van nieuwe kostbare, mogelijk riskante technieken, zoals ‘geslachtscellen uit stamcellen’, die niet zozeer gericht zijn op het oplossen van kinderloosheid (want dat kan prima met donorconceptie), maar die meer mensen in staat zullen stellen een genetisch eigen kind te krijgen.”

Vraag aan Cees de Groot: moet adoptie verkozen worden boven eiceldonatie?

„Adoptie moet je zien vanuit het belang van het kind dat is achtergelaten of wees is geworden. Het is natuurlijk prima als iemand zich daarover ontfermt, maar met de eigen voorplanting heeft het niets te maken.”

Vraag aan Cees de Groot: Wybo Dondorp verweet u eerder in dit gesprek het leven van kinderen geboren uit eiceldonatie als probleem te framen. Kunt u daarop reageren?

„ Het zijn juist de wensouders (en medici die hen begeleiden) die het bestaan van een kind met een identiteitsproblematiek belasten. Heeft een kind er in te berusten, dat zijn lichaam (tot zijn verrassing) mede blijkt te zijn samengesteld vanuit het fysiek van anderen dan zijn eigen ouder? Dat lijkt de mensenrechtelijke kernvraag. Daarover zou het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uitsluitsel kunnen geven.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Merel Thie