Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Toets

Ik was met vriend R., docent geschiedenis te Gelderland, in Keulen voor een gesprek met Winrich Granitzka, een oud-politieagent die na dertig jaar nog steeds interviews geeft over het gijzeldrama van Gladbeck, waarbij in 1988 drie mensen omkwamen. De bedoeling is om samen een reconstructie te schrijven. Ik zakte steeds dieper weg in een leren bankstel terwijl vriend R. Granitzka in het Duits aan een tweedegraadsverhoor onderwierp. De man was duidelijk onder de indruk toen R. heel triomfantelijk van alles uit zijn plastic mapjes met documentatie tevoorschijn toverde om hem met op het oog onbeduidende details genadeloos om de oren te slaan. Ik had medelijden met hem en zijn vrouw, die zichzelf, waarschijnlijk volgens afspraak, in de naaikamer had opgesloten en die na verloop van tijd voorzichtig tegen de muur begon te kloppen.

Uren later, bij het afscheid, vroeg Granitzka of alle Nederlandse journalisten zo waren.

Ik zei dat mijn vriend R. geen journalist, maar geschiedenisleraar is.

Hij wenste me sterkte voor de terugreis.

Toen ik even later geestelijk murw het appartement verliet zag ik vriend R. ruggelings tegen een muurtje naar beneden zakken.

Telefoontje van de school.

Mocht ik al denken dat ik een zwaar leven had, dan zette hij daar toen we weer op de Autobahn zaten dan toch graag wat recente ervaringen uit onderwijsland tegenover. Het ging over kinderen met ‘een sticker’ en dat er steeds meer stickertjes bijkwamen.

Hij: „Dyslexie, dysgrafie...dysfonie, dan kun je niet tegen bepaalde geluiden.” Zijn telefoon ging weer.

Hij hield zijn handen tegen zijn oren, ook een vorm van dysfonie.

Na het telefoongesprek dat toch volgde kwam na een diepe zucht weer een heel verhaal. Hij had voor vertrek een toets met als onderwerp prehistorie-oudheid-middeleeuwen achtergelaten.

„Dat lever je als Word-bestand in bij repro, dat is wat jij vroeger een conciërge noemde, dat komt dan in stapels terug die worden verspreid over de klassen. Dan leg je alles klaar voor de toetsweek en daarna check je welke leerlingen met een stickertje om welke reden dan ook extra tijd nodig hebben. Voor hen leg je een toets neer in het extra-uren-lokaal. En nu werd ik dus gebeld door een toets-coördinator – een docent met extra taakuren om de toetsweken te roosteren en te coördineren – die zei dat ik vergeten was dat er een jongen tussen zit met een disharmonisch intelligentieprofiel die werkt vanaf een laptop met extra faciliteiten en dat ik de hele handel dus ook op een usb-stick had moeten aanleveren.”

Het was fijn dat hij een half uur stilte nodig had om zichzelf te vergeven, ik heb daarna niet gevraagd om nog meer verhalen uit onderwijsland.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen