Recensie

Stieg Larsson wist: het was de Zuid-Afrikaanse geheime dienst

De moord op Olof Palme

Een Zweedse journalist dook in de archiefdozen die auteur Stieg Larsson naliet. In zijn boek zet hij diens onderzoek naar de moord op premier Palme voort.

Olof Palme, 9 uur voor zijn dood. Foto John Wahlbarj / SCANPIX SWEDEN / AFP)

Het was een revolverschot dat een nationaal trauma veroorzaakte. Na een bioscoopbezoek met zijn vrouw werd Olof Palme, de socialistische premier van Zweden, op 28 februari 1986 in het centrum van Stockholm doodgeschoten. Die moord is nooit opgehelderd. De politie verhoorde ruim tienduizend mensen en onderzocht tal van complottheorieën. Zo zou de binnenlandse veiligheidsdienst Palme hebben vermoord, en lange tijd werd de Koerdische afscheidingsbeweging PKK verantwoordelijk gehouden. Een 41-jarige drugsverslaafde is in 1989 zelfs voor de moord veroordeeld (en kort daarna weer vrijgesproken).

Het onopgeloste raadsel leidde tot een 250 strekkende meter dik dossier dat almaar uitdijt; nog wekelijks ontvangt de politie zo’n drie tips over de moord. Ironisch, schrijft journalist Jan Stocklassa, dat uitgerekend Zweden zoiets overkomt. ‘Het land waar alles kan worden uitgezocht en alles te verklaren is, heeft een open wond waar geen waarheid overeind lijkt te blijven als je hem onderzoekt.’

Stocklassa publiceerde deze maand een spraakmakend boek over de moord op Palme. Nog voor hij het had geschreven, besloten uitgevers in vijftig landen het boek te publiceren. Voor dat succes zijn twee verklaringen. De eerste is dat Stocklassa de postume medewerking kreeg van Stieg Larsson, de wereldberoemde thrillerauteur van de Millennium-serie (80 miljoen verkochte exemplaren). Een paar jaar geleden stuitte Stocklassa bij toeval op het vergeten archief van de in 2004 overleden schrijver: een garagebox met twintig archiefdozen. Zijn plan voor een boek over plekken waar herhaaldelijk zware misdrijven zijn gepleegd, liet Stocklassa varen toen hij zich in Larssons archief verdiepte.

Larsson was journalist voor het grootste Zweedse persbureau, Tidningarnas Telegrambyrå. Jarenlang verdiepte hij zich in de extreemrechtse groeperingen in zijn land, een onderwerp waarover hij twee boeken publiceerde. Al begin jaren negentig, vrij snel na de oprichting, waarschuwde Larsson voor Sverigedemokraterna, de nationalistische partij die het politieke landschap van Zweden de afgelopen jaren met haar anti-immigratiestandpunten veranderde.

Apartheidsregime

Stocklassa ontdekte dat Larsson ook onderzoek deed naar de betrokkenheid van Zweedse extremisten en buitenlandse veiligheidsdiensten bij de moord op Palme. Hij deed tal van ontdekkingen en tipte de politie daarover (zonder dat het tot onderzoek leidde). Voordat Larsson mogelijke daders kon aanwijzen, overleed hij, vijftig jaar oud, aan een hartaanval. Stocklassa besloot Larssons onderzoek voort te zetten. Dat resulteerde in Stieg Larssons erfenis. De jacht op de moordenaar van Olof Palme.

De tweede verklaring voor de internationale belangstelling voor zijn boek is dat Stocklassa zegt dat hij dankzij Larsson het complot heeft ontrafeld. Namelijk: de Zuid-Afrikaanse geheime dienst heeft ervoor gezorgd dat Palme door Zweedse rechts-extremisten is vermoord. Een week voor de aanslag had de Zweedse premier, die zich bemoeide met vele internationale vraagstukken, zich zeer afkeurend over het apartheidsregime van Zuid-Afrika uitgelaten.

Stocklassa is een gelauwerd onderzoeksjournalist, die eerder onthullingen deed over een omstreden verkoop van Zweedse gevechtsvliegtuigen aan het Midden-Oosten. Zijn boek over Palme valt in twee delen uiteen. Het eerste deel, dat ongepubliceerde brieven en verslagen van Larsson bevat, heeft iets van een biografie van de journalist en thrillerschrijver. In het tweede deel beschrijft Stocklassa hoe hij het onderzoek van Larsson naar de moord op Palme voortzet. Hij reist naar Tsjechië, Cyprus en Zuid-Afrika en bedient zich, net als Larsson eerder, van onorthodoxe onderzoeksmethoden. Mailverkeer wordt gehackt, een compagnon dringt zich undercover op aan de vermoedelijke moordenaar, en daarbij wordt gebruik gemaakt van apparatuur uit de spy-shop, zoals balpennen om stiekem opnamen te maken.

Femme fatale

De auteur begeeft zich in een wereld die verdacht veel weg heeft van die uit de romans van Larsson: een parallel universum vol boodschappen in geheimtaal, spionnen die op mysterieuze wijze om het leven komen, en met een Praagse femme fatale als Lisbeth Salander, de hoofdrolspeelster uit de Millennium-trilogie.

Dit boek leest als een Zweedse krimi, met als hoogtepunt de bloedstollende undercover ontmoetingen met de verdachte extremisten.

Larssons erfenis heeft een opmerkelijke vorm. Het is true crime, maar ook weer niet. Stocklassa spreekt zelf van een ‘documentaire roman’. Hij gebruikt echte personen en bestaande documenten. Tegelijkertijd dramatiseert hij gebeurtenissen zoals hij denkt dat Larsson ze heeft beleefd. Ook speculeert hij op punten waar gegevens ontbraken, zonder duidelijk aan te geven wanneer hij dat doet.

Die keuzes hebben ervoor gezorgd dat Stieg Larssons erfenis leest als een Zweedse krimi, met als hoogtepunt de bloedstollende undercover ontmoetingen met de verdachte extremisten. Maar in hoeverre Stocklassa’s doel, de waarheid rond de moord op Palme weergeven, onder die romantisering lijdt, is moeilijk vast te stellen.

De auteur heeft al zijn materiaal aan de politie overgedragen. Hij verwacht dat de moord op Palme over een jaar of twee zal zijn opgelost. De huidige onderzoeksleider, Hans Melander, zei in de krant Expressen de bevindingen van Stocklassa serieus te nemen. Eén persoon is inmiddels gehoord en ook is een bankkluisje onderzocht (conclusie van Stocklassa) waarin mogelijk het moordwapen zou worden bewaard. Zonder concrete resultaten, vooralsnog.

    • Arjen Ribbens