Staat gaat in cassatie in Urgenda-zaak

Duurzaamheidsorganisatie Urgenda kreeg in eerste aanleg en in hoger beroep al voor elkaar dat Nederland de uitstoot van broeikasgassen sneller moet verminderen.

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) tijdens een eerdere reactie op de uitspraak in hoger beroep in de Urgenda-zaak. Foto Bart Maat/ANP

De Staat stapt naar de Hoge Raad in de Urgenda-zaak. Dat overwoog het kabinet al, maar minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) maakte vrijdag bekend de stap nu ook echt te zetten.

Het gerechtshof oordeelde eerder dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van CO2 tegen te gaan. Door die uitspraak voelt de coalitie zich beperkt in de vrijheid zelf te bepalen hoe hoog die reductie moet worden. Minister Wiebes noemt de stap naar de Hoge Raad tegenover persbureau ANP dan ook een principekwestie.

De stap naar de Hoge Raad is een principekwestie, zei hij minister Wiebes vrijdag na afloop van de ministerraad. „Omdat wij willen weten, in hoogste instantie, of een rechter in deze mate op de stoel van de politiek mag gaan zitten.”

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Wiebes dat het kabinet erop „blijft sturen” de uitstoot van broeikasgas in 2020 met tenminste 25 procent te verminderen ten opzichte van 1990, zoals de Urgenda-uitspraak bepaalt. Deskundigen achten dat doel echter nauwelijks nog haalbaar.

Minnesma niet verrast

Urgenda-directeur Marjan Minnesma is niet verrast over het besluit van het kabinet om in cassatie te gaan. „Het kabinet heeft steeds gezegd dat zijn verweer alleen principieel is, maar ik vind dat niet meer geloofwaardig.” Sinds 2015, toen Urgenda de rechtszaak won in eerste aanleg, is de uitstoot van broeikasgas niet wezenlijk afgenomen, voert Minnesma aan. „Als het voor de staat alleen om het principe zou gaan, had het kabinet allang grote stappen gezet om de uitstoot te beperken.”

Door de Urgenda-uitspraak moet de staat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25 procent verminderen ten opzichte van 1990.Volgens de prognoses uit 2017 blijft Nederland steken op ongeveer 23 procent, met een ruime marge.

Klimaatverandering is een “reëel” en “ernstig” gevaar waartegen burgers moeten worden beschermd. Met die boodschap bekrachtigde het gerechtshof in Den Haag vorige maand de uitspraak.

In 2015 spande duurzaamheidsorganisatie Urgenda een zaak aan tegen de Nederlandse staat. Insteek van het proces was om de overheid meer te laten doen tegen klimaatverandering. Bij de rechtbank kreeg Urgenda in eerste aanleg gelijk, waarna de Staat in beroep ging. In oktober stelde het gerechtshof in Den Haag de Stichting Urgenda opnieuw in het gelijk.

De Urgenda-uitspraak geldt internationaal als baanbrekend. Voor het eerst werd een staat gedwongen om een grotere inspanning te doen tegen klimaatverandering. Het huidig beleid is wat Urgenda betreft namelijk bij lange na nog niet genoeg. Marjan Minnesma: “Wij hebben onderzoek laten doen dat laat zien dat de uitstoot in 2020 slechts met 15 procent zal zijn afgenomen.” Ook het Planbureau voor de Leefomgeving wees er al op dat de afname van de CO2-uitstoot tegenvalt, onder meer door de sterke economische groei.

‘Zorgplicht’

Het hof ging eerder niet mee in het standpunt van minister Wiebes. Volgens het hof heeft de Staat een “zorgplicht” en moet het de Nederlandse burgers bescherming bieden voor de “ernstige dreiging” die klimaatverandering veroorzaakt door onder meer hittestress en overstromingen.

De Hoge Raad gaat zich nu buigen over de zaak. Hierbij kijkt de Hoge Raad niet naar de inhoud. De hoogste rechter velt alleen een oordeel over of het recht en procesregels juist zijn toegepast door het gerechtshof.

Lees ook: Hoe verliep de Urgenda-zaak?

Correctie (16 november 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat ‘de klimaatakkoorden van Parijs’ de staat ertoe verplichten om de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25 procent verminderen ten opzichte van 1990. Die plicht komt niet voort uit het VN-klimaatakkoord van Parijs (2015), maar uit eerdere internationale klimaatonderhandelingen en wetenschappelijke consensus. Ook stond er dat de Hoge Raad “de hoogste bestuursrechter” is, deze zaak valt echter binnen het civiele recht. Dit is veranderd in “de hoogste rechter”.

    • Mark Middel
    • David van Unen