Illustratie Astrid van Rooij

Roddelen is óók pesten

Pesten op het werk Mensen kunnen elkaar het leven behoorlijk zuur maken, ook op het werk. Maar wanneer is een plagerij pesten? En hoe voorkom je dat?

Na twee weken ging het al mis. Nina (31) was officemanager geworden bij een klein bedrijf in de financiële sector, en had iets niet „proactief opgepakt”, aldus haar leidinggevende. Tien minuten lang werd ze via de telefoon toegeschreeuwd. Ze had „alles verpest” en het zou „nooit meer goed komen” tussen hen.

Trillend hing Nina op. Ze raakte meteen in paniek, zegt ze. „Ik zat in mijn proeftijd, dus wilde er alles aan doen om het weer goed te maken. Als een schoothondje ben ik de weken erna achter haar aangelopen.” Maar haar leidinggevende bleef haar capaciteiten in twijfel trekken en nieuwe tirades volgden.

Ze werd genegeerd of afgekapt in vergaderingen, zwartgemaakt bij een tweede leidinggevende die wél positief over haar was en werkelijk alles werd gecontroleerd. „De simpelste mailtjes werden herschreven en ik moest tot op de minuut bijhouden wat ik op een dag deed.”

Het „allerergste” vond ze dat haar leidinggevende haar nooit openlijk pestte, maar altijd stiekem. „Ze deed poeslief tegen me als anderen erbij waren, maar zei privé de meest vreselijke dingen. Ik ben zelfs een keer voor kankerwijf uitgemaakt.”

Nina wil niet met haar achternaam in de krant, om nieuwe conflicten met haar oude leidinggevende te voorkomen. Inmiddels, ruim twee jaar later, zit ze in het management van een andere organisatie, waar ze zich wel op haar plek voelt.

Vage huisregels

Meer dan een half miljoen werknemers in Nederland hadden in 2017 naar eigen zeggen te maken met pesterijen door leidinggevenden of collega’s. Van die werknemers werden er bijna 100.000 structureel gepest, blijkt uit cijfers van onderzoeksinstituut TNO. In bijna de helft van de gevallen was de leidinggevende bij het pesten betrokken, zegt Seth van den Bossche, die het onderzoeksprogramma ‘arbeid en gezondheid’ van TNO leidt.

Met het bedrijf op cursus om pesten tegen te gaan, werkt dat?

Pesterijen hebben grote consequenties, zegt hij. „Bijna 40 procent van de gepesten vertoont symptomen van een burn-out en is psychisch vermoeid door het werk.” De verzuimdagen die daar het gevolg van zijn, kosten het bedrijfsleven veel geld: meer dan 900 miljoen euro per jaar, is volgens Van den Bossche de schatting.

Intussen is het percentage werknemers dat wordt gepest al tien jaar stabiel. Om daar verandering in te brengen begon het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in 2015 een ‘bewustwordingscampagne’ over ongewenst gedrag op de werkvloer. Eind 2016 kondigde toenmalig minister Lodewijk Asscher (PvdA) verschillende maatregelen aan.

Zo werden extra controles van de Inspectie SZW ingevoerd, en werd een half miljoen euro uitgetrokken voor een tijdelijk ‘actieteam’, dat bedrijven zou helpen preventieve maatregelen tegen pesten te nemen. Inmiddels is een twintigtal bedrijven en instellingen door dat actieteam geholpen, zegt een woordvoerder van het ministerie.

De rechtbank Gelderland verminderde bijvoorbeeld de werkdruk, en bij een McDonald’s-filiaal werden algemene huisregels als ‘we werken aan een prettige werksfeer’ met het personeel besproken. Wat houdt zoiets eigenlijk in? En wat verstaan zij onder ‘prettig’?

Buitensluiten

Niet overal wordt op dezelfde manier gepest, zegt Patricia Bolwerk, directeur van de stichting Stop Pesten Nu. „In een fabrieksomgeving laten pesters de band bijvoorbeeld sneller lopen, zodat je het werk niet meer kunt bijhouden. Of ze nieten je met uniform en al aan de muur, verstoppen je oordoppen of je veiligheidsbril, om maar een paar praktijkvoorbeelden te noemen.”

In een kantooromgeving wordt op een subtielere manier gepest, zegt ze. „Er wordt geroddeld en buitengesloten, iemand wordt expres van de verkeerde informatie voorzien.”

Wat is precies het verschil tussen plagen en pesten? Bolwerk: „Het is pesten als de ontvanger het niet leuk vindt.” Al zal niet iedereen daar even open over zijn. Belangrijke eigenschappen van pesten zijn volgens Bolwerk ook dat het stelselmatig gebeurt en dat de machtsverhoudingen ongelijk zijn – „iemand kán zich niet goed verweren”.

Het kan voor gepesten bovendien lastig zijn te erkennen dat ze worden gepest, zegt Bolwerk. „We zijn opgevoed met het idee dat pesten iets voor kleuters is. Het komt vaak niet eens bij mensen op dat roddelen en buitensluiten ook vormen van pesten zijn. Natúúrlijk kan iemand buiten de groep vallen, maar als een team iemand stelselmatig buitensluit, dan is dat gewoon pestgedrag.”

Operazangeres Wiebke Goëtjes (57) werd gepest omdat ze „dik” is, vertelt ze. „De operawereld doet mee met het huidige modebeeld – dikke zangeressen worden niet mooi gevonden.” Op audities kreeg ze regelmatig te horen dat ze te zwaar was. Naast haar dikke kont zouden geen decorstukken passen, werd dan gezegd.

Echt getreiterd werd ze door de directeur van een operahuis in Duitsland, waar ze in vaste dienst was. Zij maakte haar postuur belachelijk, liet haar repeteren op onhandige tijden en zorgde ervoor dat ze werd buitengesloten. „Op een gegeven moment praatten mijn collega’s niet eens meer met mij in de kantine. Het is alsof je besmet bent. Niemand durfde te helpen.”

Gepesten voelen zich vaak onzichtbaar omdat omstanders niet ingrijpen, zegt Bolwerk. Maar je hoeft volgens haar geen superheld te zijn om iemand te helpen. Dat kan al met kleine gebaren. „Wordt iemand met de koffie overgeslagen? Vraag dan of hij of zij wat wil drinken. Krijgt iemand een belangrijk mailtje niet? Stuur het alsnog door.”

Oogcontact

Je laat de pesters daarmee weten dat je het spelletje doorziet, en dat je er niet aan meedoet, legt Bolwerk uit. Durf je ter plekke niet in te grijpen, dan kun je altijd nog oogcontact met het slachtoffer zoeken of achteraf vragen hoe het gaat, zegt ze. „En stel dan voor het samen te melden bij een leidinggevende of vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld.”

Doodsbang voor de baas? „Het is vaak beter je tanden te laten zien.”

Welke rol spelen bedrijven en organisaties in ons pestgedrag? Van den Bossche: „Uit nog niet gepubliceerd TNO-onderzoek blijkt dat het merendeel van de slachtoffers op een nieuwe werkplek niet meer wordt gepest.” Dus hoewel sociaal angstige mensen sneller getreiterd zullen worden, speelt de organisatie volgens Van den Bossche nog een veel grotere rol.

„We weten bijvoorbeeld dat er meer wordt gepest wanneer taken en verantwoordelijkheden niet helemaal duidelijk zijn en wanneer werknemers veel werkstress hebben of zich juist ontzettend vervelen. Ook in organisaties met veel onderlinge competitie komt pesten vaker voor.” Nina denkt bijvoorbeeld dat haar leidinggevende „bang” was dat zij haar functie zou inpikken. „Terwijl dat helemaal niet mijn intentie was.”

Om iets te kunnen veranderen is het belangrijk dat werkgevers erkennen dat in hun organisatie wordt gepest. Het kan overal voorkomen, zegt Bolwerk. Laat je als werkgever of leidinggevende daarom voorlichten over de verschillende vormen van pesten, observeer, en zet een keer een medewerkersenquête uit om erachter te komen of iedereen zich veilig voelt en plezier heeft in het werk, adviseert zij. „Iemand die met de koffie wordt overgeslagen, zal dat niet zo snel tegen een leidinggevende zeggen. Dus zorg dat iedereen de gedragsregels van de organisatie kent en dat iedereen weet bij wie hij of zij ongewenst gedrag kan melden.”

Maar wat nu als je Nina of Wiebke bent, en juist door die leidinggevende wordt gepest? „De directeur van een fabriek vertelde me eens dat hij hard had gelachen toen een jonge werknemer bovenop een heftruck was gezet. Hij zag het als een plagerij”, zegt Bolwerk. Aan zo iemand kun je volgens haar het beste uitleggen dat je stelselmatig door de hele groep wordt gepest. Leidinggevenden zijn zich daar niet altijd even bewust van.

En als je leidinggevende zélf een bewuste pester is, dan zou je met diens leidinggevende kunnen praten. „Maar als er dan nog niets verandert, zou ik eieren voor mijn geld kiezen en een andere werkgever zoeken.”

Wiebke Goëtjes deed dat en nam ontslag. Een dappere beslissing: „In de operawereld wil je niet te boek staan als lastig of opstandig.” Het duurde vier jaar voor ze weer werk als solist had.

Nina verliet haar werkgever pas toen haar jaarcontract niet werd verlengd. „In eerste instantie dacht ik dat ik toch geen nieuwe baan zou kunnen vinden. Ik was moe, emotioneel, mijn zelfvertrouwen was verdwenen. Vanwege de stress was ik zes kilo afgevallen.”

Achteraf is ze dankbaar dat ze weg moest. Het gaat nu „super goed”. Ze kreeg een baan bij een organisatie waarin iedereen elkaar respecteert, waarin dingen openlijk worden uitgesproken en waarin ze zich niet overdreven hoeft te verantwoorden voor alles wat ze doet, zegt ze. En dat voelt wél veilig.

    • Manouk van Egmond