Recensie

Oude jazzheld Archie Shepp bloeit op in strenge kerk

Recensie

Het Amsterdamse Super-Sonic Jazz festival laat jazz in vele verschijningsvormen horen, met oude (Archie Shepp) en jonge (Skinny Pelembe) uitvoerenden.

Skinny Pelembe Foto Paradiso

Of het saxofoonspel van Archie Shepp, nu 81, nog aantrekkelijk zou zijn, was de vraag. Optredens van Shepp werden recentelijk omschreven als „vermoeid”. De Amerikaanse jazzheld, beroemd als een aanjager van de freejazz, zou zichzelf herhalen. Maar twijfel was dit keer overbodig. Neem een kerk in Amsterdam-Oost, zet tientallen brandende kaarsen op het tabernakel, zorg dat het geluid fantastisch is, vraag twee jongere begeleiders met ongewone inbreng, en Shepp bloeit.

Afgelopen dinsdagavond, in de Hofkerk, trad hij op, als onderdeel van het Super-Sonic Jazz festival, met Ancestral Blues, een eenmalige samenwerking met de Nederlander Silvano Matadin (ooit bassist van Urban Dance Squad) en vocalist Femi Dawkins, oorspronkelijk uit Jamaica.

Archie Shepp Foto Moriette Berthomier

Uit zijn laptop haalde Matadin lichte beats, strijkers en bijgeluiden, terwijl Dawkins met afgemeten stem zijn woordstromen ratelde. In het centrum van de storm zat Shepp, op een kruk, afwisselend spelend op zijn sopraansax en tenor, of hij zong, met gebarsten stem in joviale uithalen. Zijn saxspel was snel en licht, zonder brommende uithalen, maar met een mooie toon en welving, waarin zijn ademhaling leek door te klinken.

Opvallend aan dit bevlogen optreden was de communicatie onderling. Met kleine knikjes en ooggeknipper werden wendingen ingezet of nummers afgerond. In het paarsblauwe licht, dat de strenge kerk in een disco leek te veranderen, klonk Shepps klassieker ‘Blase’ (1969), met de beroemde regel „This ain’t a hate thing, it’s a love thing”, als een teder gebed om begrip, door Shepp onderstreept met zacht geloei.

Verheffend

De tweede editie van het door Paradiso georganiseerde Super-Sonic Jazz festival, dat jazz in allerlei verschijningsvormen presenteert, speelt zich af in verschillende kerken, en in Paradiso zelf. De programmering van donderdagavond was gericht op jonge aanwas, met drie Britse acts in de bovenzaal. Zanger/gitarist Oscar Jerome, voorman van het gelijknamige kwartet, wilde te veel tegelijk: en meestergitarist zijn, en popzanger, en inspirerend bandleider. Dat pakte ongelukkig uit, ook omdat zijn vingervlugge spel leidde tot te schelle notenklusters.

Bij zangeres Nabihah Iqbal bleef het jazz-element onduidelijk, wat niet erg is, maar haar muziek was in zijn geheel te amorf om welk genre dan ook te vertegenwoordigen.

Ook bij zanger Skinny Pelembe, hier begeleid door drie vrouwelijke muzikanten, was het jazz-aspect niet prominent. Maar dat bleek nu juist verheffend: complexe drumritmes werden opgetild door lichte keyboardklanken, terwijl Pelembe rauw de noten afvuurde, met revolutionair elan als een reggaezanger uit Jamaica.

    • Hester Carvalho