In ‘Narcos: Mexico’ is de oorlog tegen drugs vastgelopen

Netflix-serie De eerste Narcos-series verheerlijkten vooral het narcoterrorisme van Pablo Escobar, maar meer dan zijn voorgangers gaat dit Mexicaanse vervolg meteen al dieper in op de nauwe banden tussen onder- en bovenwereld.

Tenoch Huerta Mejía als drugsbaron Rafael Caro Quinteroin de nieuwe Netflix-serie Narcos: Mexico. Foto Carlos Somonte/Netflix

Toen Netflix bekendmaakte dat zijn kijkcijferhit Narcos de oversteek ging maken naar Mexico, haalde menig Colombiaan opgelucht adem. De eerste drie Narcos-seizoenen behandelden de opmars, dood en opvolging van de legendarische Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar. De serie verheerlijkte zijn narcoterrorisme, klaagden veel Colombianen. En het wereldwijde succes ervan rakelde achterhaalde clichés over hun land op. In Escobars thuisstad Medellín leidde dit, tot grote onvrede van de inwoners, zelfs tot de komst van massa’s narcotoeristen die er Escobar-excursies volgden.

Wacht Mexico hetzelfde lot, nu Netflix vrijdag de vervolgserie Narcos: Mexico lanceert? Deze sequel is opgezet volgens hetzelfde beproefde recept als Narcos. Personages die losjes gebaseerd zijn op waargebeurde feiten. Enerzijds een ambitieuze crimineel: Miguel Ángel Félix Gallardo, die in de jaren tachtig het eerste grote drugskartel van Mexico smeedde. Met een gedreven wetshandhaver als tegenstrever: Enrique ‘Kiki’ Camarena, een undercover-agent van de Amerikaanse antinarcoticabrigade DEA die in dit Guadalajara-kartel infiltreerde (google zijn naam niet als je spoilers wil voorkomen).

Wat opvalt na de eerste vijf afleveringen van Narcos: Mexico is dat de serie de eerdere Colombiaanse kritiek enigszins ter harte lijkt te nemen. Natuurlijk is er geweld, spectaculair en gelikt in beeld gebracht. Ook de uitbundige drugsfeesten – in villa’s met zwembaden en rijen mooie vrouwen die voorbij paraderen – ontbreken niet. In die zin verheerlijkt deze tv-serie de drugshandel evenzeer als de narcocorridos, de onder Mexicanen populaire ballades waarin de heldendaden van drugsbazen worden bezongen.

Maar meer dan de Colombiaanse voorganger gaat dit Mexicaanse vervolg meteen al dieper in op de nauwe banden tussen onder- en bovenwereld. Op de endemische corruptie op alle niveaus binnen politie en politiek in Mexico. En op de machteloosheid van die paar autoriteiten die zich bij hoge uitzondering niet laten omkopen.

Veelzeggend is de dialoog waarin een ervaren Mexicaanse topdiender aan de net aangekomen DEA-agent Camarena vraagt waarom een steekpenning aan een agent in het Mexicaans-Spaans een ‘mordida’ (letterlijk: een beet) heet. „Omdat ze bijten”, vraagt Camarena? „Nee, omdat iedereen er van moet eten.”

Militaristische drugsaanpak

Deze cynischere, minder romantische visie op de drugshandel (en de aanpak ervan) geven de serie de nodige diepte. Zeker op een moment dat het drugsgeweld in Mexico piekt – en de cocaïneconsumptie in Europa ook – is dit geen overbodige extra laag.

Kartelbaas Miguel Ángel Félix Gallardo wordt dan ook gespeeld door Diego Luna, de bekende Mexicaanse acteur die zich in eigen land regelmatig fel uitspreekt tegen de huidige militaristische drugsaanpak.

Lees ook dit artikel over de bloeiende narcocultuur

Luna, die ook veel in Hollywood-films acteert, voerde eind vorig jaar demonstraties aan tegen de nieuwe Binnenlandse Veiligheidswet. Die wet maakte de omstreden, tijdelijke inzet van het leger tegen de drugskartels permanent. Een militaire aanpak die sinds 2006 heeft geleid tot een enorme escalatie van de drugsoorlog in Mexico en van het aantal mensenrechtenschendingen door het leger.

In interviews kreeg Luna de afgelopen weken de vraag waarom hij de rol accepteerde. Was hij niet bang het geweld te verheerlijken? Volgens Luna wil hij met de serie juist aandacht vragen voor de falende drugsoorlog in zijn land. „Met de drugshandel is het probleem dat iedereen betrokken is, tot de regering aan toe. Om te zorgen dat de handel bleef draaien, moesten de hoogste machtskringen betrokken zijn, evenals de ondernemerswereld”, stelde Luna in de Chileense krant La Tercera. „Daarnaast wil de serie zich kritisch opstellen jegens wat er aan de andere kant van de grens gebeurt.”

De serie behandelt inderdaad uitgebreid de ambivalente opstelling van de Amerikaanse regering. Die heeft naar buiten toe haar mond vol van een strenge aanpak, maar schrikt uiteindelijk terug om corrupte politici in Mexico harder aan te pakken. Dit uit vrees de bilaterale relatie met Mexico en de belangen van Amerikaanse investeerders in het buurland te schaden. Washington neemt genoegen met een paar reguliere, afgesproken inbeslagnames en arrestaties. De serie vertelt zo ook het verhaal van de compleet vastgelopen ‘War on Drugs’. „Die geen einde kent, laat staan een vrolijk einde”, aldus de voice-over.

Onderbelicht

Lees ook deze reportage over het narcoturismo in Colombia

Over die Amerikaanse rol wordt uitgelegd dat de Colombiaanse kartels Mexico als doorvoerhaven kozen, nadat de VS de route via de Caraïben afsloten. Maar hoe westerse gebruikers de drugsoorlog in verre landen in stand houden blijft in de eerste vijf afleveringen enigszins onderbelicht. Mogelijk dat dit voor volgende seizoenen wordt opgespaard, maar de vraagkant van de drugsmarkt zou best explicieter in beeld gebracht kunnen worden. Zeker nu miljoenen Amerikanen door hun eigen, slecht gereguleerde farmaceutische industrie verslaafd zijn geraakt aan opiaten (pijnstillers). Dit heeft in Mexico tot een sterke toename van de vraag naar heroïne geleid.

Luna ziet het al als winst dat deze serie ook een publiek bereikt buiten Latijns-Amerika, zegt hij in het Chileense interview. „Om dit verhaal te vertellen aan mensen ver weg van hier, die geen enkel idee van, of interesse voor Mexico hebben. Maar die er wel mee te maken hebben: wanneer er een lijntje coke op hun tafel ligt, snuiven ze het waarschijnlijk op. Het spreekt me aan dat ik tot daar kan doordringen.”

    • Merijn de Waal