Fatih Birol, hoofd van het Internationaal Energie Agentschap, praat veel over olie en gas, meer dan over duurzame energie

Foto Nico te Laak

‘Oliemarkt krijgt grote problemen’

Fatih Birol, hoofd IEA Energieagentschap IEA is somber over klimaat én energiesector. „Een energiecrisis leidt niet tot minder uitstoot van broeikasgassen.”

Zoals gewoonlijk mag de regering het oplossen, verzucht minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD). Hij is zojuist een klein uur lang gegeseld door Fatih Birol, hoofd van het Internationaal Energieagentschap (IEA), in een lezing bij het Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag. Hartelijk dank voor de afstraffing, grapt Wiebes in zijn korte reactie. Maar, geeft hij toe, Birol heeft groot gelijk.

Fatih Birol, in 2017 door de Financial Times uitgeroepen tot energie-expert van het jaar, begint zijn betoog met een waarschuwing. Hij is helaas gekomen met een somber verhaal. „Als ik u iets positiefs ga vertellen, zal ik dat aankondigen.”

Zijn boodschap bestaat uit een korte samenvatting van de World Energy Outlook 2018, die dinsdag werd gepubliceerd. In deze ruim zeshonderd pagina’s tellende, jaarlijkse ‘bijbel van de energie’, zoals Birol hem ook zelf noemt, passeren de belangrijkste onzekerheden in de energiesector de revue: een opnieuw toenemende concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer, na een dipje van twee jaar; een groot gebrek aan investeringen in olie en gas; en dat alles bij ongewisse geopolitieke verhoudingen.

Voorafgaand aan zijn lezing en een persoonlijk gesprek met Wiebes heeft Birol even tijd voor een interview. „Geopolitiek speelt altijd een rol in de energiesector”, vertelt hij. „Maar die rol wordt wel groter. Nog steeds is het Midden-Oosten de belangrijkste exporteur van olie, en dat zal ook nog lang zo blijven. De politieke situatie daar is niet bemoedigend. Ook andere olielanden zijn kwetsbaar, denk aan Nigeria en Venezuela. De toenemende handelsdiscussies tussen grote economieën zijn zorgwekkend en hebben indirect gevolgen voor de energiesector. Zo’n verzameling van complexe geopolitieke factoren heb ik zelden bij elkaar gezien.”

Birol praat veel over olie en gas, meer dan over duurzame energie. Het is vaak gehoorde kritiek op het IEA: is de organisatie – onderdeel van de OESO, de club van rijke landen – wel voldoende bezig met duurzaamheid? De World Energy Outlook leest als een dilemma tussen energiezekerheid en klimaatstabiliteit.

Het IEA wekt de indruk dat energiezekerheid belangrijker is dan het klimaat.

„Het gaat om twee enorme strategische uitdagingen, waarmee de mensheid wordt geconfronteerd. We moeten ze tegelijkertijd aanpakken. Ik verwacht dat de oliemarkt heel binnenkort grote problemen krijgt. Kijk maar naar de cijfers. De belangstelling voor investeringen in nieuwe olieprojecten is bijna nul. Behalve in de Verenigde Staten, dankzij schalieolie. Veel mensen denken dat de VS de kloof tussen vraag en aanbod wel zullen dichten. Daarvoor zou Amerika in zeven jaar een hoeveelheid olie moeten gaan produceren als heel Rusland. Dat is nog nooit vertoond.

Of we bouwen helemaal niets meer dat nog CO2 uitstoot, maar dat is onmogelijk. Of we zorgen dat we de bestaande infrastructuur moderniseren.

Fatih Birol hoofd van het IEA

„Wat betreft klimaatverandering zien we een groeiende uitdaging om de doelstellingen te halen. Sinds vorig jaar neemt de uitstoot van broeikasgassen weer toe. We hebben bij het IEA een ‘röntgenfoto’ gemaakt van de complete energie-infrastructuur in de wereld – dus energieopwekking, pijpleidingen, industrie, transport – en hoeveel CO2 die tot 2040 uitstoot. Dat is ongeveer net zo veel als we nog ter beschikking hebben om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Dan hebben we twee opties: of we bouwen helemaal niets meer dat nog CO2 uitstoot, maar dat is onmogelijk. Of we zorgen dat we de bestaande infrastructuur moderniseren en aanpassen.”

Hoe wilt u dat doen?

„We moeten meer investeren in afvangen en opslaan van kooldioxide. En we moeten sterker inzetten op het gebruik van waterstof als schone brandstof. Met die twee technologieën creëer je ruimte voor meer uitstoot. Ook kunnen we proberen bestaande, zwaar vervuilende infrastructuur eerder uit de markt te nemen. Vooral de primitiefste kolencentrales in Azië.”

In het verleden was het IEA pessimistisch over CCS, opslag van kooldioxide. Wat is er veranderd?

„Ik ben optimistischer omdat er inmiddels landen zijn die dit heel serieus nemen. Om te beginnen de Verenigde Staten. Maar ook Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. In Edinburgh organiseren we een grote conferentie over CCS, in de hoop dat die een plek krijgt bij de klimaatonderhandelingen. Het kan ook helpen bij het koolstofarm of koolstofvrij maken van de industrie. Dan functioneert CCS als brug tussen fossiele brandstoffen en hernieuwbare energie.”

U bepleit investeringen in olie en gas. Is dat te rijmen met klimaatbeleid?

„Er dreigen grote tekorten aan fossiele brandstoffen. Dat kan leiden tot fors hogere energieprijzen. En hoge energieprijzen zijn geen vriend van klimaatbeleid. Veel mensen denken dat een energiecrisis vanzelf leidt tot een daling van de uitstoot van broeikasgassen. Dat is een misvatting.”

Wat is de rol van het IEA bij de klimaatonderhandelingen?

„Ik heb veel bewondering voor de klimaatonderhandelaars, maar ze denken te veel in termen van wind- en zonne-energie. Iets klopt er niet. In 2017 en 2018 is er meer zon en wind bijgekomen dan ooit tevoren. Tegelijkertijd was de uitstoot van broeikasgassen op het hoogste niveau ooit gemeten. Als we het klimaatprobleem willen oplossen, moeten we dus verder kijken.”

Wat kan het IEA daaraan bijdragen?

„We hebben een scenario ontwikkeld dat in lijn is met de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs: SDS, het duurzame ontwikkelingsscenario. Dat is bovendien gericht op de reductie van luchtvervuiling en het is gebaseerd op universele toegang tot energie. Dit jaar is het aantal mensen dat geen toegang heeft tot energie voor het eerst gedaald tot onder de één miljard. Nog steeds heel veel, maar wel een positieve ontwikkeling.”

Het IEA goochelt een beetje met zijn scenario’s. Wat nu het duurzame ontwikkelingsscenario (SDS) heet, was tot voor kort het 450-scenario. Dat bood volgens het agentschap een kans van 50 procent om de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius te houden. Opvolger SDS biedt ineens een kans van 66 procent om onder die 2 graden te blijven (en 50 procent kans op 1,7 à 1,8 graden).

Ook ontbreekt een scenario dat uitgaat van een maximale opwarming van anderhalve graad, dat volgens het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties de grootste kans geeft op het voorkomen van ernstige klimaatontwrichting. Oliemaatschappijen gebruiken het IEA-scenario als bewijs dat ze werken in lijn met ‘Parijs’. Op basis daarvan vertrouwen beleggers erop dat hun kapitaal bij die bedrijven veilig is. Zo wordt het scenario een self-fulfilling prophecy.

Lees ook: Energieagentschap: vraag naar olie blijft nog twintig jaar toenemen

U benadrukt dat uw energiescenario’s ‘projecties’ zijn en geen ‘voorspellingen’.

„Wat wij doen is de trends beschrijven en de implicaties daarvan voor regeringen en industrie. Het gaat ons niet om de mathematische werkelijkheid. We willen de uitdagingen laten zien. Ik zou dolblij zijn als regeringen en industrie onze cijfers logenstraffen en zorgen voor een snelle reductie van broeikasgassen.”

Schuift u niet een deel van de maatregelen door naar de periode na 2040, als de World Energy Outlook eindigt?

„Als ik u was, zou ik kijken naar wat er gebeurt in 2019, en niet in 2040. Het gaat om de vraag of er op tijd een emissiepiek komt. Dat moet zo snel mogelijk, en dat is nu niet aan het gebeuren. Alles over de periode 2040 tot 2050 beschouw ik als een academische discussie.”

Moeten we niet sneller van fossiele brandstoffen af dan u suggereert?

„Fossiele brandstoffen zijn hardnekkig. In haar beroemde rapport over duurzaamheid [Our common Future] schreef Gro Brundtland over de gevaren van fossiele brandstoffen en de noodzaak om op zoek te gaan naar alternatieven. Destijds waren fossiele brandstoffen verantwoordelijk voor 81 procent van alle energie. We zijn dertig jaar verder, de alternatieven werden goedkoper, regeringen werden groener en de technologie maakte enorme sprongen. En weet u hoe groot de bijdrage van fossiele brandstoffen aan de energiemix nu is? 81 procent.”

Correctie (16 november 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de voornaam van minister Eric Wiebes foutief geschreven als Erik. Dat is hierboven aangepast.

    • Paul Luttikhuis