Opinie

    • Caroline de Gruyter

Nieuwe trend in Europa: geen exits meer

Op sociale media circuleren allerlei kaartjes van Europa, met in elk EU-land de naam die de ‘exit’ daar gaat krijgen. Zoals de Britse exit Brexit ging heten, zo krijgt Nederland Nexit of Ditch. Een Bulgaarse exit wordt Nullgaria. Letland krijgt een Let-me-out, Italië een Quitaly.

Maar hoe meer spitsvondige benamingen er worden bedacht, hoe kleiner de kans dat ze op een dag worden gebruikt. Wie de Brexit-chaos een beetje volgt, begrijpt wat veel EU-kenners hebben voorspeld: het is ongenadig moeilijk om de EU te verlaten. Zoals de Britse oud-diplomaat Robert Cooper deze week opmerkte: „In een wereld waar iedereen afhankelijk is van iedereen, is het onmogelijk om er in je eentje op uit te trekken.” Zeker als je onder de rook van de EU zit, één dik weefsel van afspraken over alledaagse zaken als luchtvaart, elektriciteitsopwekking, handel of voedselveiligheid. Als je na je exit aan die dingen wilt blijven meedoen – zoals de Britten willen – moet je je, zoals iedereen, aan de gemeenschappelijke regels houden. De deal die Theresa May met de EU heeft gesloten, weerspiegelt dit. Je kunt het koloniaal noemen of vinden dat het VK een ‘vazalstaat’ van de EU wordt, maar dit is de realiteit. Vraag het de Noren, of de Zwitsers. Zij zitten al jaren in deze positie. Beide landen doen aan meer EU-dingen mee dan sommige lidstaten. Wie wil zien hoe relatief soevereiniteit is, moet eens in Oslo of Bern rondkijken. Je kiest een of twee terreinen uit waarop je ontzettend soeverein wilt zijn, en verder kopieer je alles uit Brussel.

Twee jaar geleden zeiden velen dat ‘exit’ de nieuwe trend zou worden in de EU. Mede door de oneindige Brexit-worsteling hoor je dit steeds minder. De trend is niet langer meer exits, maar het omgekeerde: als je EU-regels aan je laars wilt lappen, doe je dat bínnen de EU. Je dreigt niet met vertrek, maar je weigert te vertrekken.

Polen, Hongarije en Roemenië pakken het slimmer aan dan het VK. Zij vormen een veel fundamenteler probleem voor de EU. Zij willen hetzelfde als de Britten: de meeste EU-goodies houden, maar dan zonder vervelende voorschriften en regels. Maar zij hebben begrepen dat je eerder je zin krijgt als je binnen blijft. Dan kun je sturen. Je houdt je vingers aan de knoppen. Je hebt stemrecht. Je krijgt cohesiegelden, landbouwsubsidies. Intussen ga je de strijd aan over de thema’s of regels die je het meest irriteren. Natuurlijk, Brussel kan naar het Europese Hof. Maar pas als je ettelijke vonnissen in de wind hebt geslagen, dreigen er sancties. Áls andere landen daarmee instemmen.

Volgens dit cynische en gevaarlijke scenario, dat zich voor onze ogen ontrolt, is niet degene buiten de EU het meest soeverein. Nee, het is degene die binnen blijft. Want die heeft de macht om te spelen met de onderlinge afhankelijkheid. Dat is, in Brexit-jargon, win-win.

De Britten komen er eindelijk achter dat het exit-scenario in dit tijdperk niet werkt. Hen resten nu drie opties. De eerste is de onsoevereine vazallendeal accepteren omdat het de enige zachte Brexit is die er bestaat. Optie twee is een keiharde, gefrustreerde Brexit, met alle ravage vandien. De derde optie is géén Brexit. Niet omdat Remainers een tweede referendum krijgen, en winnen – nee, als sabotage, simpelweg omdat Brexiteers ontdekken dat je niet van Brussel afkomt door uit de EU te vertrekken. Sommige ministers in Londen spreken er achter de schermen al een tijdje over: „We’ll destroy Brussels from the inside.” Steeds meer mensen zetten hun kaarten nu op deze optie. Als dat gebeurt, gaat Brussel nog wat beleven.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter