Sylvana Simons: „Er heerst de overtuiging dat je als vrouw alles maar moet verdragen om te laten zien dat je groter bent. Maar ik bén soms ook een boze zwarte vrouw.”

Foto Merlijn Doomernik

‘Ik ben wel echt een arrogante betweter’

Interview Sylvana Simons, partijleider van BIJ1, denkt dat ze de meest gehate persoon van Nederland is. Dit weekend gaat een documentaire die over haar gemaakt is, in première.

We zouden bij haar thuis afspreken, maar toen begaf de cv-ketel het en werd het ondraaglijk koud. Dus komt Sylvana Simons naar een restaurant in de buurt van station Amsterdam Amstel, op hoge knielaarzen en met een grote afropuff (een krullende bol haar) op het hoofd. Ze wordt warm onthaald door het personeel. „De zoon van mijn beste vriendin werkt hier. Het is een soort tweede thuis.”

Sinds maart zit Simons (47) in de Amsterdamse gemeenteraad voor BIJ1, de door haar opgerichte partij die één zetel haalde. In de drie maanden tot de verkiezingen werd ze gevolgd voor de 2Doc-documentaire Sylvana, Demon or Diva van Ingeborg Jansen. Die gaat dit weekend op documentairefestival IDFA in première.

Als de ober onze bestelling heeft opgenomen, schuiven we wat ongemakkelijk in onze stoelen. We kennen elkaar. Ze vraagt: wat vond je van de film?

Het was mooi, alleen wordt er wel erg op jou ingezoomd.

„Daar schrok ik van. Als de camera dichtbij kwam, dacht ik: shit, daar is-ie. Mensen zeiden: ‘jij bent dat toch gewend?’ Nou, niet thuis en in mijn kleedkamer. Het was bijzonder om m’n campagne opnieuw te beleven. Het is een spiegel voor mij. Ik zie van ‘hé, Syl, dat mag meer of minder’. Ik ben wel echt een arrogante betweter.”

Simons’ leven veranderde drastisch in mei 2015. Ze was ‘tafeldame’ bij DWDD, waar Martin Simek in een item over bootvluchtelingen de term ‘zwartjes’ bezigde. Ze onderbrak hem en vroeg waarom hij dat woord gebruikte. Dat fragment zorgde voor veel ophef. Vanaf dat moment sprak de oude TMF-vj zich steeds vaker uit over racisme en discriminatie.

Je was vóór die aanvaring met Simek niet zo uitgesproken.

„Jawel, maar minder in het openbaar. Dat werd ook niet van me verwacht. Ik ontweek het ook wel. Ik ben er eerder door antiracismeactivisten op gewezen dat ik mij méér mocht uitspreken. Anders had ik me misschien toch langer stilgehouden.”

Waarom?

„Ik denk dat het leven dat ik nu leid, met alle haat en bedreigingen, precies de reden was waarom ik stil bleef. (Lacht.) Ik had de naïeve overtuiging dat ik me genoeg inzette door het goede voorbeeld te geven en te laten zien dat ‘wij’ ook netjes Nederlands praten en het konden maken.”

Werd er thuis veel over politiek gesproken?

„Zeker. Ik kom uit een gezin waarin veel gediscussieerd en gefilosofeerd werd. Over politiek, man/vrouw, wit/zwart, het leven, religie.”

In de film praat je over je vader. Op die momenten lijk je meer op je gemak.

„Ik heb een bijzondere relatie met m’n vader. Als kind was het heftig. We lagen ontzettend in de clinch. Generatiekloof, cultuurkloof. Hij was een product van Suriname, ik van Nederland. Mijn moeder zat daartussen. Hij was dominant, arrogant, betweterig. In 1996 is hij overleden. Onze relatie is nog nooit zo goed geweest. Mensen moeten hard lachen als ik dat zeg, maar ik heb sinds zijn overlijden meer compassie voor hem.”

Hoe overleed hij?

„Hij heeft een einde gemaakt aan zijn leven. In het huis waar mijn moeder voor hem zorgde, en waarin zij alleen achterbleef. Dat heeft me heel boos gemaakt. Ik dacht: ‘Wat flik jij me nu? Hoe kun je haar zo achterlaten?’ Er was geen briefje.

„Nu kan ik zien wat ik allemaal van m’n vader heb, en hoe dat mij geholpen heeft in mijn beeld over politiek en maatschappij.”

Ze vertelt dat ze, als jongste kind van haar ouders en als enige die in Nederland opgroeide, verwend werd, maar vaak eenzaam was. „Dat is de rode draad in mijn leven. Ik vind het fijn om alleen te zijn, maar ik vind het moeilijk om eenzaam te zijn in m’n leiderschap, missie en positie.”

In de film lijk je eenzaam en rusteloos. Zijn er momenten waarop je tot rust komt?

„Elke dag. Anders was ik allang opgenomen. Ik houd al zeker een jaar of tien dagelijks een stiltemoment. Het kan een kwartier of anderhalf uur zijn. Voordat ik naar bed ga, houd ik een gesprek met mezelf voor de spiegel. Ik zeg en doe niks maar kijk alleen. Na een paar minuten komt het los. De tranen, vertwijfeling of lach. Misschien moet ik mezelf vergeven omdat ik heel onaardig ben geweest tegen een argeloze student.”

In een scène in de documentaire haalt Simons fel uit naar een student. Ze is aan het vergaderen met BIJ1 als er een jonge witte man voorbijloopt en iets beledigend naar haar lijkt te roepen. Ze geeft hem een uitbrander. „Maar misschien moet ik mezelf vergeven omdat ik me zo op de kast heb laten jagen. Het kan ook dat ik mezelf complimenteer, juist omdat ik niet probeerde alles onder controle te houden. Het is reflecteren, bekritiseren, complimenteren, en vooral vergeven.”

In de film ben je kwetsbaarder dan normaal, maar toch niet helemaal. Ik weet nog steeds niet wie jij bent.

„Nee. Is dat vervelend? Irritant?”

Ja, beide.

„Ik ben niet bang voor tranen of emotie. Jan, de coach die mij begeleidt in de film, zegt: ‘Jij hebt zo’n hekel aan slachtofferschap. Dat is typisch voor mensen die slachtoffer zijn geweest.’ Ik denk ook dat het een zelfverdedigingsstrategie is, die al 47 jaar heel goed werkt.”

Waar komt dat vandaan?

„Ik ben op mijn 14de van huis weggelopen omdat ik vond dat het te streng was thuis. M’n vader zei één keer te vaak ‘als het je hier niet bevalt…’ Toen dacht ik: ‘Nou, weet je wat? Het bevalt mij inderdaad niet.’ En ik was ook een single mom van 22. Die... muur komt uit een continu gevoel van onveiligheid. Ik kan nu al een aantal koppen bedenken naar aanleiding van scènes in de film.”

Nou?

„‘Huilie huilie’. En … ‘de boze zwarte vrouw’ komt ook vaak voorbij.”

Je kunt ook wel écht hard zijn.

„Een van m’n kinderen zei laatst: jij hebt een issue met respect. Als je ook maar even het gevoel hebt dat je niet gerespecteerd wordt, is het klaar. Maar ik vind het ook typisch Nederlands om te denken dat alles altijd gezellig moet blijven. Ik waarschuw vaak als ik ergens mag spreken dat ik er voor de ongezelligheid ben.”

Snap je dat mensen het soms lastig vinden om met jou te praten?

„Dat snap ik heel goed. Het is niet zo dat ik alleen maar rechtlijnig ben. Waar ik niet tegen kan is mensen die een gesprek beginnen met: ‘Weet je wat jij moet doen?’ Nou, je kan me niet gekker maken. Je mag kritiek hebben op wat ik doe…”

Maar niet op hoe jij tegen racisme vecht.

„Dan denk ik: nee, jouw manier heeft gewerkt. De neiging van sommige witte mensen is: doe het op zo’n manier dat het mij niet ongemakkelijk maakt. Maar ik kan en wil dat niet meer. Ik vind dat mijn dochter geen racisme meer hoeft mee te maken. En háár dochter. Er heerst de overtuiging dat je als vrouw alles maar moet verdragen om te laten zien dat je groter bent. Maar ik bén soms ook een boze zwarte vrouw. Met goede reden.”

Waar ik niet tegen kan is mensen die een gesprek beginnen met: ‘Weet je wat jij moet doen?’

Ik begrijp dat je in jouw positie niet de luxe hebt om kwetsbaar te zijn, maar moet dat niet soms wel?

„Ik vind het soms moeilijk. Maar ik snap niet waarom ík een aardige vrouw moet zijn, ik vind 90 procent van de mannen in Den Haag ook niet aardig. Ik worstel intern ontzettend met Syl zijn en me conformeren aan wat de politiek van mij vraagt.”

Je zit bijna een jaar in de Amsterdamse gemeenteraad. Hoe is dat?

„Femke Halsema schreef in haar boek: je gaat een drempel over en vanaf dat moment kun je niets meer goed doen.”

Is dat niet de keuze die je maakt als je de politiek ingaat?

„Het hoort er blijkbaar bij. Je conformeert je aan bepaalde mores. Tegelijkertijd is het ook onze opdracht als BIJ1 om de boel een beetje op te schudden. Disrupt the shit out of this place.”

Wat hebben jullie tot nu toe bereikt waar je trots op bent?

„Er zijn lange wachtlijsten voor transpersonen. Wij hebben een motie ingediend zodat je bij de huisarts al beter geholpen wordt. En ik ben nu met een initiatiefvoorstel bezig rondom diversity rating system. Dat is een positieve manier om bedrijven tot meer inclusiviteit aan te sporen.”

BIJ1 is de eerste intersectionele politieke partij. Intersectionaliteit betekent dat je rekening houdt met verschillende soorten mensen in de samenleving die vanwege ras, sekse, klasse, geaardheid, gender en beperking geen volwaardig bestaan kunnen leiden. Zo kun je zowel tegen racisme strijden als tegen armoede en homofobie.

Kun je er als politieke partij voor iedereen zijn?

„Niet iedereen heeft altijd hetzelfde nodig of op hetzelfde moment. Bijvoorbeeld: huiseigenaren kunnen subsidie krijgen als ze zonnepanelen plaatsen en daarmee zichzelf lagere lasten bezorgen. Maar hoe zit het met mensen met sociale huurwoningen? We hebben een motie ingediend om bij hen zonnepanelen te plaatsen. Bij intersectionaliteit gaat het ook om het aan elkaar koppelen van verschillende uitdagingen. Soms moeten we een onderwerp in drie verschillende commissies aankaarten. Het is moeilijk, maar het kan.”

Intersectionaliteit blijft een lastig concept dat ‘mijn Liberiaanse tante in Zuidoost’ niet begrijpt. Ga je dan langs om dat uit te leggen?

„Iedereen zegt: nou, kom maar langs m’n deur. We hebben gewoon niet genoeg mensen. We moeten eerst bouwen met de mensen die het wél snappen. Als onze partij een bedrijf was, zou iedereen zeggen: geef het vijf jaar de tijd.”

Cailin Kuit, een BIJ1-kandidaatraadslid, zei psychiater te zijn geweest maar stond nergens geregistreerd. Dat nieuwtje werd breed uitgemeten in media. Er kwam maar geen officiële verklaring en uiteindelijk trok Kuit zich terug. In de documentaire krijgt Simons interne kritiek over die aanpak, die zij snel wegwuift.

Jij bepaalde dat jullie verder moesten maar het bleek lastig voor de mensen om je heen.

„Dat is inderdaad mijn valkuil. Niet afleiden. Wat er ook gebeurt. Ik zeg wel eens: ik ben de grootste asset en het grootste probleem van onze partij.”

Je bent misschien wel de meest gehate persoon van Nederland.

„Dat denk ik ook.”

In de film houd je een fotoshoot in de stad. Een voorbijganger schreeuwt ‘kankerneger’. Jij knippert met je ogen en gaat verder.

„Het is de enige zekerheid die ik op dit moment in m’n leven heb. There will be hating today. Ik ben serieus bedreigd. Ik dacht dat ik niet bang was, maar ik heb maanden niet geslapen.

Wat vinden je kinderen van dit alles?

„Ze zijn zelfstandig, 22 en 26 en hebben een eigen identiteit. Maar het raakt, kwetst want het gaat over hun moeder. We spreken vaak over veiligheid. Toch is mijn relatie met hen nog nooit zo goed geweest.”

Je hebt in je bijna vijftig jaar veel levens gehad. Hoe wil je herinnerd worden?

„Ik mag van mijn kinderen nooit over de dood praten, dat vinden ze verschrikkelijk. Dus heb ik het er natuurlijk heel vaak over. Er hoeft maar één persoon over straat te lopen die denkt: daar heb je d’r. Ik heb daar vrede mee, omdat ik het doel de moeite waard vind. Ik zou herinnerd willen worden als een vrouw die de moed had om steeds nieuwe levens aan te gaan. Moed is doen, ondanks dat je bang bent.

„En ik hoop dat mijn kinderen zeggen: ‘Ik had de tofste moeder ter wereld’. Dat is eigenlijk alles.”

Lees ook het interview van vorig jaar met Simons: ‘Niemand wil opstaan met haat in zijn hart’
    • Clarice Gargard