IJstijdtouren door Frankrijk: je vergapen aan bizons en reuzenherten van 20.000 jaar oud

grotkunst Wat ze betekenen weten we niet – des te intrigerender zijn de rotstekeningen uit de prehistorie. Een tocht langs grotten met oerkunst in Frankrijk.

Een tekening van een bizon in de Caverne Pont d’Arc, in Zuid-Frankrijk. De grot is een replica – in veel gevallen zijn replica’s de enige manier om grottekeningen te zien. Foto Patrick Aventurier

Zigzaggend volgt onze kleine groep gids Pascal almaar dieper de slingerende grot in. We hebben het smalle pad 250 meter gevolgd, als hij plots het licht uitdoet. Er klinkt een twijnend geploing. Onze gids speelt mondharp in het duister.

„Ik stel me zo voor dat zij hier misschien kwamen om bij het licht van flakkerende vlammen muziek te maken”, zegt Pascal als hij het elektrische licht weer aanknipt.

Met ‘zij’ bedoelt hij de makers van de gravures om ons heen. ‘Zij’, dat zijn rendierjagers. IJstijdmensen. Of Cro-magnons, zoals de Fransen hen noemen.

Dertienduizend jaar geleden kwamen ze hier, in de grot Les Combarelles in de Dordogne, om dieren in de rotsen te kerven. We zien bizons, oerrunderen, paarden, rendieren en een enkele mammoet en beer. We zien hun ogen, manen, haren en lippen.

De gravures zijn overal. Voor elk paard dat de gids met zijn zaklamp onthult, zijn er vijf waar we aan voorbij lopen. Het geeft niet. Voor onze groep staat de tijd even stil. We zijn getuige van dieren die er niet meer zijn, gemaakt door mensen die er niet meer zijn.

Het is drie uur ’s middags als we weer het daglicht instappen. Mijn vriendin en ik zijn vanochtend om kwart voor zes opgestaan om een kaartje voor Les Combarelles te bemachtigen. Dat was nodig, want in de zomer worden er iedere dag maar dertig mensen toegelaten. De vraag is groter dan het aanbod: als de kaartverkoop om half tien begint, vissen mensen die pas om 9 uur in de rij aansloten achter het net. „Probeer het de volgende dag nog eens, maar kom dan wat eerder.”

Tijdens onze vakantie in Frankrijk bezoeken wij acht grotten. We zien onder andere ‘de patriarch’ van Rouffignac, de gewonde man van Cougnac (l’homme Blessé) en de stippelpaarden van Pech Merle. Prehistorische pronkstukken. Ze tonen een natuur en belevingswereld die voorgoed verdwenen zijn.

Hotspots

In elke van de acht grotten zien we afbeeldingen van groot ijstijdwild, maar steeds in andere uitvoeringen en stijlen. Je kunt het niet helpen om je af te vragen: waarom? Wat betekende dit? Het eerlijke antwoord is: we weten het niet. We kunnen de tekeningen wel zien, maar niet lezen. Wel het vakmanschap bewonderen, maar de boodschap niet begrijpen.

Een grot met rotskunst bezoeken is niet alleen een fascinerende reis door de tijd, er kleeft ook een praktisch voordeel aan: in de zomer is een koele grot een aanlokkelijk alternatief voor een museum, kasteel of toeristisch stadje. Zelfs als het kwik 40 graden Celsius aantikt, blijft het in een grot verkwikkelijk, tussen de elf en veertien graden.

Er zijn honderden grotten met prehistorische tekeningen en gravures in Zuid-Frankrijk en Noord-Spanje. Ze zijn tussen de 33.000 en 11.000 jaar oud, een periode die het einde van de laatste IJstijd omspant. Elders in Europa zijn grottekeningen zeldzaam. Waarom Spanje en Frankrijk zulke hotspots zijn is een raadsel, zoals er nog zoveel raadsels rond grottekeningen zijn. Misschien was het klimaat daar vanaf 25.000 jaar geleden iets minder bar dan elders, maar dat is gissen.

De dagen zijn voorbij dat toeristen met honderden tegelijk langs kwetsbare grottekeningen schuifelen. De Fransen hebben lessen getrokken uit de vernietiging van fresco’s in de wereldberoemde grot Lascaux. Die ging in 1963 dicht voor het publiek: tussen 1948 en 1963 bezochten een miljoen mensen de veelkleurige tekeningen en hun uitwasemingen richtten onherstelbare schade aan het prehistorisch erfgoed aan – nog verergerd toen in 1999 een airconditioning verkeerd werd geïnstalleerd.

Dynamische tekeningen

Anno 2018 kan je grottekeningen bekijken op twee manieren: in een authentieke grot, in een kleine groep, of in een replica. In het geval van Chauvet is die laatste optie zelfs de énige manier om de grot te bezoeken. De grot van Chauvet werd in 1994 ontdekt in de Ardèche en meteen afgesloten voor het publiek. In 2015 ging een moderne, rolstoeltoegankelijke replica open onder de naam Caverne Pont d’Arc.

Caverne Pont d’Arc is de eerste ‘grot’ van onze trip. Als we de grote parkeerplaats oprijden twijfelen of dit wel een goed idee is, maar eenmaal binnen zijn we betoverd. Dit is alleen een replica omdat je hem betreedt en verlaat via deuren, in elk ander opzicht, van de glinsterende druipstenen tot het klamme klimaat, is de nepgrot niet van echt te onderscheiden. Onze gids wil tijdens de tour géén vragen beantwoorden over hoe de replica tot stand is gekomen. Dat komt later wel. Binnenin doen we alsof.

De tekeningen van Chauvet zijn dynamisch. Een neushoornkudde trekt over de muur, een leeuwentroep loert verlekkerd toe. Herten en mammoeten gaan op in het reliëf van de grot. Of is het andersom?

Na Caverne Pont d’Arc bezoeken we les Combarelles en buurgrot Font de Gaumes. Lascaux is nummer vier op onze lijst. Ook deze grot is nagebouwd, het moderne complex ging in 2016 open in de Dordogne. Hoewel de tekeningen van 15.000 jaar oud prachtig zijn, is de sfeer alles behalve oer. Groepjes worden in een strak tijdschema vlak achter elkaar langs de tekeningen geleid. En oh, wat veel snufjes. In Lascaux krijg je een tablet om je nek om de grot in augmented reality te verkennen én kun je een 3D-bril huren én wordt er een 3D-film vertoond.

Machtige pilaren

Het fijnst zijn de bezoekjes aan authentieke grotten, zeker de minder bekende. Zoals Cougnac. Reuzenherten in zwarte of rode lijnen. Stippen verscholen achter stalactieten. Een mensenlijf waar rechte lijnen uit- of insteken. Zijn dat speren? Bezweringen? Het voelt hoe dan ook intiem.

De gidsen in Frankrijk zijn duidelijk fan van archeoloog Marc Azéma, die het idee populariseerde dat grotschilderingen een vroege vorm van animatie waren. In elke grot waar we komen beweegt de gids zijn zaklamp langs een tekening. „Lijkt het niet alsof het paard beweegt?” Eerlijk: nee, niet altijd.

De context van tijd en cultuur ontbreekt nogal eens. De meeste gidsen noemen de makers van grotschilderingen ‘Cro magnons’, een achterhaalde en weinig precieze omschrijving van de verschillende culturen die elkaar duizenden jaren lang opvolgden. Dateringen, daar kun je beter ook niet naar vragen. In Font de Gaume horen we dat complexere tekeningen jonger zouden zijn dan simpele. Een gevaarlijke aanname, gezien de complexiteit van de oeroude in de grot van Chauvet.

Moderne musea rond grotten zijn het bezoeken waard. Het smoezelige, bruine en donkere museum bij Pech Merle kun je overslaan. Dat geldt absoluut niet voor de grot zelf. In Pech Merle lijken de stalactieten als machtige pilaren het gewelf te stutten. In de immense ruimte liggen grote rotsblokken waar mensen bovenop gekropen zijn, om bovenin een bizon te schilderen of een handstencil achter te laten.

En dan, aan het eind, het fresco van de stippelpaarden. Het paneel lijkt ervoor gemaakt. De paarden zijn 25.000 jaar geleden geschilderd om gezien te worden. Kijk eens goed, naar die contouren en het reliëf. Deze paarden zaten al die tijd al in de wand verstopt. De maker hoefde hen alleen maar te bevrijden uit het gesteente.

Veeg, stip, paard.

    • Lucas Brouwers