Opinie

    • Margriet van der Heijden

En weer gaat een prijs naar een man

Diversiteit De Lorentz-medaille gaat naar een man. Terwijl juist Hendrik Lorentz natuurkunde niet zag als enkel aan mannen voorbehouden, schrijft .

Hoogleraar natuurkunde Renate Kallosh en haar echtgenoot en fysicus Andrei Linde, tijdens een bezoek aan Nederland, in 2017. Foto Merlijn Doomernik

Maandag 19 november krijgt de Argentijns-Amerikaanse snaarfysicus Juan Maldacena de prestigieuze Lorentz-medaille van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Met snaren als uitgangspunt beschreef hij een universum waarin ruimte en tijd een afbeelding zijn van quantumdeeltjes die krioelen op de buitenkant van datzelfde heelal. Als in een hologram.

Naast het hebben van een revolutionair inzicht deelt Maldacena nòg iets met de 22 eerdere winnaars: het zijn allemaal mannen. En dat is jammer, des te meer omdat juist Hendrik Lorentz de natuurkunde niet zag als exclusief aan mannen voorbehouden.

Vaak lijkt het alsof de natuurkunde dat wel is. Kijk naar alle opwinding toen Donna Strickland vorige maand als derde (!) vrouw in 117 jaar met een Nobelprijs voor Natuurkunde werd gelauwerd. Maar Lorentz, die 115 jaar geleden ook een Nobelprijs won, was nooit zo vooringenomen.

Lorentz was allereerst een bruggenbouwer. Niet alleen tussen de klassieke negentiende-eeuwse en de moderne twintigste-eeuwse fysica, maar ook tussen landen en mensen. Zijn elektronentheorie stamde van ruim vóór de revolutionaire relativiteitstheorie en quantummechanica, maar maakte ook de weg naar die nieuwe natuurkunde (een beetje) vrij.

Internationale beroemdheid kreeg hij als voorzitter van de Solvay-conferenties die vanaf 1912 de ‘korreligheid’ van de natuur op de agenda zette – en daarmee de quantummechanica. „Een levend kunstwerk”, noemde Albert Einstein de Nederlander die even vlekkeloos en wellevend klonk in het Duits, Frans en Engels. In Nederland maakte Lorentz daarnaast naam als voorzitter van de Zuiderzeecommissie die de Afsluitdijk doorrekende.

Vrouwenonderwijs

Minder bekend, en vaak genegeerd, is dat Lorentz óók de ‘vrouwenzaak’ een warm hart toedroeg. Aan de arm van zijn vrouw Aletta Lorentz-Kaiser bezocht hij al voor 1900 bijeenkomsten over het vrouwenonderwijs en vrouwenkiesrecht. Dat hij dat niet enkel voor de bühne deed, bleek toen tussen 1912 en 1919 (toen vrouwen inderdaad tot de universiteiten waren doorgedrongen) maar liefst vier vrouwen bij hem promoveerden. Eén daarvan was overigens zijn dochter Geertruida Luberta – iets waarvan men tegenwoordig zou opkijken.

Lees ook: De fysica is een mannenbolwerk

Wereldberoemde fysici werden Lorentz’ vier promovenda dan weer niet. Of dat aan hun capaciteiten lag of aan de omstandigheden zullen we nooit weten. Drie van hen, onder wie Geertruida, strandden simpelweg in een huwelijk: getrouwde vrouwen gingen niet uit werken. Daarvan was de maatschappij doordrongen. Werkende vrouwen waren afwijkend of zielig, hadden geen man kunnen vinden, of in elk geval niet eentje die hen kon onderhouden, en zelfs hun familie kon dat kennelijk niet. Het heersende ‘ideaal’ van de gehuwde huisvrouw werd in 1924 zelfs gevat in een wet die gehuwde vrouwen uitsloot van banen in overheidsdienst, zoals aan een universiteit. En genoeg vaders én moeders voedden hun dochters alvast in deze geest op.

Vrouwen die wel in het vak bleven (van Lorentz’ vrouwelijke promovendi alleen Hendrika van Leeuwen) belandden daardoor in een soort niemandsland. Ze deelden weinig met de meeste andere vrouwen en vielen in het universitaire mannenbolwerk al net zo uit de toon. Geen wonder dat Lorentz op dit vlak dus geen brug wist te slaan.

Stimulans voor promovenda’s

Met de ander drie promovenda’s werkte hij kort voor zijn dood wel aan Nederlandse en Duitse studieboeken, gebaseerd op de colleges in Leiden. En hij stimuleerde Tatiana Afanassjewa, de Russische vrouw van zijn opvolger Paul Ehrenfest, tot discussies over het wiskundeonderwijs, lezingen en publicaties. Maar zelfs zij vertrok in de jaren twintig meerdere malen naar de jonge Sovjet-Unie, vooral omdat ze daar echt kon werken en (wel) om haar werk gewaardeerd werd.

Zou het Lorentz verbazen dat de KNAW honderd jaar later ‘zijn’ medaille nog steeds bij geen enkele vrouw heeft omgehangen? Terwijl tegelijk dat oude ‘niemandsland’ tussen de seksen zo bevolkt raakt, dat het eigenlijk geen niemandsland meer is? Het zou mooi zijn als dit binnenkort ook de speciale vrouwenprijzen overbodig zou maken. Want hoe goed bedoeld ze ook zijn (de NWO-Minervaprijs voor de schrijfster van de beste natuurkundige publicatie; de NNV-Diversiteitsprijs voor de natuurkundeafdeling met de minste witte mannen en de KNAW Merian Prize voor vrouwelijke (natuur)wetenschappers), ze zetten vrouwen óók apart en laten ‘gewone’ prijzen misschien zelfs mannelijker lijken.

Dat Maldacena de prijs meer dan verdient, staat buiten kijf. Maar misschien kan een toekomstige jury ook eens wat breder kijken en aan bijvoorbeeld Lisa Randall in Harvard denken, aan Renata Kallosh in Stanford, aan Helen Quinn die ook in Stanford werkte, of aan een vrouw die nu baanbrekend bezig is?

Hendrik Lorentz zou het, net als zijn Geertruida en Aletta, hebben kunnen waarderen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Margriet van der Heijden