Opinie

    • Menno Tamminga

Een verbod op de stijging van huizenprijzen

U staat er misschien niet dagelijks bij stil… Maar achter de schermen proberen knappe koppen te voorkomen dat u beslissingen neemt waar de economie later last van krijgt. Heeft u bijvoorbeeld wel eens gehoord van het Financieel Stabiliteitscomité? Dat is een klein gezelschap dat van tijd tot tijd bijeenkomt in een van de achterkamertjes van de macht om de financieel-economische toestand in de wereld en in Nederland te bespreken. Denk aan de huizenmarkt, Brexit, risico’s bij banken.

De naam van het comité klinkt als contradictio in terminis. De financiële wereld wordt sinds de crisis wel strenger gereguleerd, maar de financiële markten zijn en blijven een jungle waarin stabiliteit ver te zoeken is. Lijkt me geen pretje om daar evenwicht en rust voor elkaar te boksen.

Hoe zouden ze vergaderen? Ik stel me een non-descript zaaltje voor. Een ronde tafel, vier stoelen. Een extra stoel tegen de achterwand, voor als het druk is. Op tafel twee kannen: koffie en heet water. Een doosje theezakjes, misschien een schaaltje koekjes, als er iemand jarig is. Acht flesjes fris. Aan de muur een koninklijk portret.

Hier vergaderen vertegenwoordigers van De Nederlandsche Bank, consumentenwaakhond AFM en van het ministerie van Financiën. Zij moeten helpen voorkomen dat er banken, verzekeraars of pensioenfondsen omvallen. Het Centraal Planbureau zit aan tafel als „externe deskundige”. Dat klinkt als een net iets lagere status dan de andere drie.

Economische wetmatigheid: als de economie duikelt, keldert de huizenmarkt

De notulen van de vergadering van 1 november gingen deze week naar de Tweede Kamer. Zorg nummer 1: de huizenmarkt. Vooral in de vier grote steden in de Randstad zijn er „steeds sterker tekenen van oververhitting”. De toekomst ziet er vanuit de optiek van het comité somber uit: de verhitting kan een uitslaande brand worden.

Het comité heeft geconstateerd dat de huizenmarkt nu procyclisch is. Dat klinkt als een heuse ontdekking, maar is een klassieker. Als de economie floreert, gaat het op de koophuizenmarkt fan-tás-tisch. Als de economie duikelt, keldert de huizenmarkt. Het is een economische wetmatigheid. Als burgers optimistisch zijn en hun inkomen zien stijgen, stappen ze eerder naar de bank. Die leent gretig geld voor een (groter) huis. Verhuizen gaat makkelijk, omdat anderen hun huis wel willen kopen. Prijzen stijgen.

In een economische recessie gaat het precies andersom: banken zijn huiverig, burgers blijven zitten, prijzen dalen omdat sommige mensen toch móéten verkopen, bij een scheiding bijvoorbeeld.

De handen van het Stabiliteitscomité jeuken om in te grijpen, lees je tussen de regels door. Maar tussen droom en daad staan politieke bezwaren. Elke maatregel die de huizenmarkt beïnvloedt, is politiek relevant: zo’n 55 procent van de kiezers heeft een koophuis. Nog vervelender: de prijsstijgingen worden gevoed door de lastenverlichting die het kabinet heeft gepland. Mensen kunnen nog meer geld lenen.

Lees ook: Startersdilemma: nu een huis kopen of niet?

Tot overmaat van ramp ziet het comité dat er maar weinig groei is bij de woninghypotheken. Dus de prijzen stijgen wel rap, maar de woningschulden niet. Hoe gevaarlijk is die verhitting dan eigenlijk? Individuele kopers branden misschien hun vingers. Ja, dus?

Het liefst zou het Stabiliteitscomité die hele prijsstijging gewoon verbieden, vermoed ik. Maar ja, dit is niet China. Dit is Nederland. Leve de marktwerking.

Menno Tamminga schrijft over economie en ondernemingsbestuur
    • Menno Tamminga