Wat te doen als man tijdens de bevalling? Doe niets, dan doe je alles

Bevalling Een vrouw bevalt, de man doet niets maar heeft toch een grootse taak, gelooft Levi van Dam nu. Dat hij erbij is, is het beste wat hij voor haar kan doen.

Illustratie Nanne Meulendijks

‘Maar we doen zwangerschapsyoga, dat is al voor de bevalling toch?”, vraag ik mijn vriendin Esther geïrriteerd. Ze wil samen naar een informatieavond van de verloskundigenpraktijk. „Dat is echt niet hetzelfde. Tijdens die voorlichting doorlopen ze het hele bevallingsproces. Ik heb al twee bevallingen meegemaakt, jij nog geen een.” „Daar heb ik toch al over gelezen”, mompel ik, vooral gefrustreerd over het feit dat ik nóg een avond kwijt ben aan ons kind terwijl er nog helemaal geen kind is. Maar oké dan, ik heb besloten Esther te volgen, zij moet het werk verzetten. En met het advies van mijn vrienden alleen ben ik niet echt voorbereid op de bevalling. Als ik hun om bevallingstips vraag krijg ik zo’n blik van ‘dat moet je meegemaakt hebben’. Waarna ze zeggen dat ik er vooral moet zijn, en doen waar Esther op dat moment behoefte aan heeft. Logisch, maar vaag.

Pas sinds de vorige eeuw speelt de man een rol tijdens de bevalling. Voor die tijd moesten zij ergens anders in huis wachten totdat de vroedvrouw hun het kind – gewassen en ingebakerd – aanbood. Door het kind aan te nemen bevestigde de man zijn vaderschap. Zelfs mannelijke artsen werden geweerd bij een bevalling. In London gingen pamfletten rond waarin werd gewezen op „de gevaren en immoraliteit van het gebruik van mannen in de verloskunst”.

Nu is de steun van de man algemeen. Het Renier de Graaf ziekenhuis in Delft deed in augustus een onlineonderzoek onder 3.508 vrouwen naar de rol van de man tijdens de bevalling. Ruim 97 procent van de vrouwen kon rekenen op steun van hun man. En 87 procent van die mannen kreeg een 8 of hoger voor de geboden steun.

Maar hoe ervaren mannen een bevalling?

Vooral mannen die voor het eerst vader worden, worstelen met hun rol. Zweedse en Australische onderzoekers publiceerden in 2014 een overzichtsanalyse van acht studies waarin 120 westerse en niet-westerse mannen waren bevraagd over hun verwachtingen en ervaringen tijdens de bevalling. Stuk voor stuk zeiden ze dat ze iets willen doen, maar niet zo goed weten wat. Ze willen steun bieden en bovenal gezien worden als onderdeel van het bevallingsteam. Aanwezig zijn en een bijdrage leveren zien ze als een eerste stap van ‘goed vaderschap’.

Inlezen

Een goede voorbereiding voor mannen is cruciaal, blijkt uit de overzichtsanalyse. Het liefst lezen zij zich vooraf in, praten erover met vrienden of volgen een informatiebijeenkomst. En die voorbereiding betaalt zich uit: deze mannen zijn tijdens de bevalling beter in staat om hun vrouw actief te ondersteunen, ook als zich kritische momenten voordoen.

‘Zullen we de laatste aflevering boven op bed kijken?”, vraagt Esther. Het is acht uur ’s avonds. Mijn stiefdochters Femme en Anna zijn naar bed en Netflix trekt ons de volgende aflevering in. „Is goed”, zeg ik monter, „zie je dat nog wel zitten dan? Je ligt al een uur te draaien”. „Ja, het gaat nog wel, maar ik wil gewoon even op bed liggen.”

Het is vandaag een week na de uitgerekende datum, het kan nu echt ieder moment gebeuren. Boven ploft Esther op bed. Netflix moet nog even wachten. Ze kreunt af en toe, kronkelt met haar lijf en maakt geen contact. Althans, niet met mij, ze is in zichzelf gekeerd. Als ze haar ogen dichtknijpt, kijk ik naar haar. Daar ligt ze. Ze heeft pijn terwijl er niets is gebeurd. Ze is niet gevallen, ze is niet ziek. Er moet alleen iets uit. Ik kijk ernaar en begrijp het niet. Als ik mij probeer in te leven voel ik de beperkingen van mijn lijf. Ik kan het mij niet inbeelden.

Ik ben dan ook blij als de verloskundige na de derde keer bellen zegt dat ze langskomt. „Het klinkt nu wel alsof het gaat gebeuren.”„Oké”, zeg ik, „ik zet de voordeur open” en hang op. Ik sprint naar beneden – eindelijk actie – en dan besef ik dat het nu echt gaat gebeuren. Mijn dochter komt. Ik roffel mijzelf op de borst, doe snel enkele doelloze rek- en strekoefeningen om energie kwijt te kunnen en loop – weer de rust zelve – naar de slaapkamer boven.

Luisteren naar de verloskundige

In alle onderzoeken keert het terug: de verloskundige kan een bevalling maken of breken. Ook voor de man. Door uitleg te geven wat hij wel en niet kan doen, kunnen ze de man een positie geven in dit unieke proces. Onze verloskundige doet dat fantastisch. Bij binnenkomst stuurt ze mij eerst weg om een bak te vinden. Ik weet even niet wat ze bedoelt: een bak? Als in een emmer? Een teiltje? Een grote pan? Nog voordat ze kan antwoorden ren ik naar beneden: ik kan iets doen! Eindelijk.

Maar wat als ze nu geboren wordt? Snel! Anders pak ik gewoon alle emmers, bakken, teiltjes EN pannen die we hebben. Eenmaal boven vraag ik als een ijverig schoolkind wat ik nog meer kan doen. „Hier blijven bij Esther”, antwoordt ze resoluut. „Oh”, reageer ik teleurgesteld. „Esther wordt onrustig als jij weg bent. Ik zal je niets meer vragen, ik vind mijn weg wel.” Even ben ik in de war, ik doe toch niets als ik hier ben? Dan herinner ik mij wat Esther had gezegd: „Ik wil vooral dat je bij mij bent.” Zo simpel is het dus toch. Ik pluk een haar uit haar gezicht en leg mijn hand op haar schouder.

Inmiddels heeft Esther ruim anderhalf uur rugweeën en ik kan weer iets doen: duwen. Het is half twee ’s nachts, ik zit op mijn knieën naast het bed en duw uit alle macht. Soms te hard, soms te zacht. Soms te hoog, dan weer te laag. En Esther zegt niets – een goed teken, leer ik snel. Op sommige momenten vallen mijn ogen dicht. Ik ben moe en heb zelfmedelijden: mijn knieën doen zeer van het zitten op de vloer en ik krijg spierpijn. In mijn rug, mijn armen, mijn nek. En ik heb geen idee hoe lang dit nog duurt. Het valt in het niet bij wat Esther nu doormaakt.

„Gefeliciteerd hè! Zware nacht gehad? Of nou ja, jij hoefde natuurlijk niets te doen hè. Groeten thuis.”

In 2017 interviewden onderzoekers van de Nieuw-Zeelandse Universiteit Otago, 155 mannen die voor het eerst vader werden. Zij zagen dat als de man de indruk had dat zijn vrouw kon omgaan met de pijn van de weeën, hij zelf meer ontspannen was. Hun conclusie: zijn tevredenheid over het bevallingsproces hangt sterk af van de door haar ervaren controle over haar lichaam en van haar vermogen bewust keuzes te blijven maken. Wat dat betreft heb ik een goede aan Esther, ze puft zich als een heldin van wee naar wee. Ik bewonder haar. Ze voert een gevecht met een ander wezen in haar lijf en de enige manier om te winnen is meebewegen.

Even later staan we samen onder de douche. Het hete water op haar rug geeft ontspanning. Van de douche naar onze slaapkamer kijk ik op de overloop terloops opzij in de slaapkamer van onze toekomstige dochter. Op de commode zie ik een miniformaat zuurstoffles liggen, inclusief beademingsapparatuur en enkele gevaarlijk grote ijzeren tangen. En opeens realiseer ik mij dat het ook fout kan gaan.

Dan ervaar ik een verschuiving: als mijn dochter hier maar goed uitkomt. Ik schrik van de verbetenheid die ik voel. In de afgelopen negen maanden was het simpel: als ik goed voor Esther was, was ik goed voor de baby. Nu realiseer ik mij dat Esther tussen mij en mijn dochter in staat. Stel dat ik moet kiezen tussen het leven van Esther of mijn dochter? Ik voel paniek, omdat ik zou kiezen voor het nieuwe, het ongeborene. Is mijn dochter dan belangrijker dan Esther?

De meeste mannen zijn bang

Gelukkig trekt de verloskundige mij uit mijn angsten. Angsten die overigens de meeste vaders ervaren tijdens een eerste bevalling: ze stellen zich voor dat hun vrouw of baby zal overlijden. Die ervaring is zo diep, dat het levensbedreigend aanvoelt.

De verloskundige wil dat Esther naar de wc gaat, iets waar ze geen zin in heeft. Met tegenzin zwoegt ze zich uit het bed en schuifelt van bed naar badkamer. Op de wc zegt ze dat ze moet poepen en in een flits zit ik weer op het plastic stoeltje van de verloskundigenpraktijk: „En als je vrouw zegt dat ze moet poepen, weet dan mannen, dat het gaat komen. Je kind komt eraan.” Ik puf mee om Esther van de wc naar het bed te krijgen. De verloskundige, de kraamverzorgster en ik bewegen om Esther heen. Als in een dierlijke dans manoeuvreren we langs elkaar. Esther belandt op haar knieën aan de rand van het bed en zegt niet meer verder te kunnen. De verloskundige zegt dat dit een perfecte plek is. Esther richt zich op, kijkt mij verwilderd aan en zegt dat ik rechts van haar moet komen zitten, op mijn hurken, „want jij wilde haar toch opvangen?!”

Lees ook het essay van Alma Mathijsen: Ik zou graag hebben meegedacht over mijn eigen bestaan

Op mijn hurken naast haar voel ik de emotie opwellen. Tot nu toe kon Esther de weeën goed het hoofd bieden, nu zie ik paniek in haar ogen. Het is alsof haar lichaam het van haar overneemt en zij – net als ik – toeschouwer is. Ik knijp in haar armen en fluister dat ze het fantastisch doet. Even kijkt ze mij aan, ik zie vastberadenheid in haar ogen en weet dat zij dit kan.

Dan zegt de verloskundige dat het hoofdje zichtbaar is. Ik schuif mijn handen onder Esthers buik en voel dat er iets in glijdt. Het is glibberig en spartelt dusdanig dat ik moet oppassen dat ik het niet laat vallen. Ik haal het omhoog en voel weerstand: de navelstreng. Voorzichtig trek ik de navelstreng verder en ik kijk naar wat ik in mijn handen heb.

Nabijheid bieden

Ik krijg het gevoel dat ik het moet doorgeven. Dat het niet van mij is. Ik herken niets van mijzelf in dit paarse, kleine, opgepropte wezen. Ik schuif het door naar Esther en stamel dat ze er is, onze dochter. Esther begint tegen haar te praten en vertelt haar hoe goed ze het heeft gedaan. Hoe dapper ze haar weg heeft afgelegd naar ons en hoe blij wij met haar zijn. Ik kijk naar deze twee mensen, hun navelstreng klopt nog na en ik voel een enorme beschermingsdrang voor hen beiden.

Voor de meeste mannen is het daadwerkelijke moment van bevallen een achtbaan van emoties. Het zien van de pijn, het voelen van de vreugde, opluchting en trots zijn de meest genoemde gevoelens. Bij mij komen de emoties los als ik de volgende ochtend mijn ouders, schoonouders, broer en zussen bel. Tranen vullen mijn ogen als ik stamel dat vannacht mijn dochter is geboren: Lou Vieve.

In de daaropvolgende week slaat een kennis mij in het voorbijgaan op de schouder. „Gefeliciteerd hè! Zware nacht gehad? Of nou ja, jij hoefde natuurlijk niets te doen hè. Groeten thuis.” En weg is hij. Ik voel irritatie, zo is het niet gegaan. Zeker, Esther is het diepst gegaan, maar in die diepte was zij niet alleen. Nabijheid is wat je als man je vrouw kunt bieden, op een moment dat zij iets moet doen dat alleen zij kan doen. En ook al voelt dat vooraf als nietsdoen, mijn vrienden hadden gelijk, dat is het niet.

    • Levi van Dam