Recensie

‘Buster Scruggs’ is een slim eerbetoon aan de western

Netflix-western

Tragische ironie is de grondtoon van de Coen-western The Ballad of Buster Scruggs. Producent Netflix brengt zijn films vaker (eerst) in de bioscoop.

De grote disruptor lijkt getemd. Netflix maakte deze week bekend dat zijn Oscarfavoriet Roma van Alfonso Cuarón al op 21 november in Mexico, Los Angeles en New York in bioscopen te zien is. Pas op 14 december zijn Netflix-abonnees aan de beurt.

Dat markeert een breuk met het ‘day and date’-model waarmee Netflix groot werd: eigen films en series gaan overal op hetzelfde moment uit. Nu rivalen als Disney zelf een streamingdienst opzetten, kan Netflix minder makkelijk shoppen in Hollywoods filmcatalogus en raakt het aangewezen op eigen films en series. Het moet talent aan zich binden.

Tot dusver was Netflix aantrekkelijk om zijn diepe zakken, grote vrijheid en lust tot avontuur. Welke filmstudio waagt zich aan een Schots ridderepos van 90 miljoen dollar zoals The Outlaw King, aan Scorsese’s dure The Irishman met opa Pacino en opa De Niro in de hoofdrol, aan Guillermo del Toro’s Pinocchio? Maar grote namen willen ook een rode loper, een wit doek en een kans op Oscars. Een kale première op Netflix is als een boom die omvalt in het bos: het bedrijf geeft zelfs geen kijkcijfers vrij.

The Ballad of Buster Scruggs van de gebroeders Coen, vrijdag op Netflix, komt net iets te vroeg en krijgt geen Nederlandse bioscooprelease. In Venetië won de film in september de prijs voor het beste scenario. Opmerkelijk voor een omnibus van zes korte westernverhalen die eerst was bedoeld als tv-serie.

Tragische ironie

De western is een rode draad in het oeuvre van de Coens, The Ballad of Buster Scruggs een hommage aan een genre. In de speelse opening nemen de broers de ouderwetse zingende cowboy op de hak. Buster Scruggs blijkt een schriel kereltje in smetteloos wit pak die gewapend met volkse wijsheden, een gitaar en het snelste pistool van het westen saloons onveilig maakt.

Direct daarop volgt een wrange satire op de spaghettiwestern, vol immorele grijstinten. In ‘hoofdstuk’ Near Algodones ontdekt een overvaller dat de kleinste bankier van de prairie wel raad met hem weet en dreigt tweemaal te worden gelyncht.

Meal Ticket is een wrede metafoor voor Amerikaans amusement, de enige episode die een beetje inzakt. Een ruige impresario reist langs gehuchten met ‘De Romp’: een man zonder benen en armen die het volk verheft met voordrachten uit Shelley en de onafhankelijkheidsverklaring. Tot een kip die kan rekenen zich opwerpt als dodelijke rivaal. Tom Waits voert in All Gold Canyon een onemanshow op als taai voortploeterende goudzoeker, maar het hoogtepunt is The Gall Who Got Rattled. In een huifkarkonvooi ontluikt via kalme ontboezemingen rond het kampvuur een romance tussen een vrouwelijke pionier en een gids. Hier nemen de Coens de negentiende eeuw even serieus, al loopt ook dit ontroerend liefdesdrama stuk op tragische ironie.

Tragische ironie is namelijk de grondtoon van Buster Scruggs, die zich van farce via zwarte komedie naar tragedie beweegt om in een horrorvariant op Stagecoach terug te keren bij farce. Een elegante cirkel die allerlei aspecten van de western aanstipt. Spijtig dat de prachtbeelden van de graszee van Nebraska, de Rocky Mountains en de woestijn van New Mexico niet op groot doek zijn te zien. Maar bekijk Buster Scruggs niet stukje bij beetje: deze spitsvondige metawestern verdient een bingewatch.

    • Coen van Zwol