Asscher: Rutte kan steun PvdA vergeten

Eerste Kamerverkiezingen 2019 Volgens PvdA-leider Lodewijk Asscher is de coalitie alleen met zichzelf bezig en staat ze niet open voor samenwerking.

Volgens Asscher is het kabinet over zijn „houdbaarheidsdatum” heen: "Het begon met mooie woorden over het dichten van de kloof en het tegengaan van cynisme, maar ze houden zichzelf gevangen en regeren niet." Foto Remko de Waal/ANP

De coalitie hoeft niet te rekenen op steun van de PvdA als ze volgend jaar haar meerderheid verliest in de Eerste Kamer. Volgens PvdA-leider Lodewijk Asscher heeft het kabinet de kans gehad om over samenwerking te praten, maar heeft het laten blijken daar niet voor open te staan. Dat zegt Asscher tegen NRC in een toelichting op een speech die hij zaterdag voor leden houdt.

Volgens Asscher is het kabinet over zijn „houdbaarheidsdatum” heen: „Het begon met mooie woorden over het dichten van de kloof en het tegengaan van cynisme, maar ze houden zichzelf gevangen en regeren niet. Ze lijken er alleen te zitten voor het grote bedrijfsleven.” Hij ziet het daarom niet zitten om het kabinet in stand te houden door het aan een meerderheid te helpen in de Eerste Kamer.

Verwacht wordt dat de vier coalitiepartijen volgend jaar bij de Eerste Kamerverkiezingen hun meerderheid verliezen en ze daardoor steun bij de oppositie moeten zoeken. Dit voorjaar kondigde Asscher aan wél te willen samenwerken met de coalitie. Dat was op de dag van het partijcongres, waar veel leden kritisch waren op zijn uitspraken. Zaterdag spreekt Asscher de leden opnieuw toe, tijdens een ledenbijeenkomst in Groningen.

„Ze hebben sindsdien een kans gemist om samen te werken”, zegt Asscher nu. „Er was geen uitgestoken hand en ze zijn niet in staat gebleken samen te werken met andere partijen.” Ook zou het kabinet „doof zijn voor de roep uit de samenleving om meer aandacht voor mensen boven multinationals”.

Bekoelde relatie

Asscher wilde samenwerken om het plan om arbeidsgehandicapten onder het minimumloon te betalen van tafel te krijgen, het eigen risico in de zorg omlaag te brengen en bezuinigingen op de huurtoeslag tegen te houden. Het plan voor arbeidsgehandicapten is inmiddels teruggetrokken door het kabinet en ook de door PvdA gehate afschaffing van de dividendbelasting gaat niet door.

Toch ziet Asscher juist minder reden tot samenwerking dan een half jaar geleden. „Op zorg, banen en volkshuisvesting hebben we alternatieven aangedragen om mensen centraal te stellen, maar het kabinet wil vooral de markt bedienen. Dat liberale verhaal is over de datum. De ruimte op de begroting om te investeren in de publieke sector is er, maar het gebeurt niet.” Zo vindt hij dat de twee miljard euro die extra naar lastenverlichting voor het bedrijfsleven gaat, doordat de afschaffing van de dividendbelasting niet doorging, bijvoorbeeld „naar docenten voor de klas” had gemoeten. Als het kabinet zulke dingen toch voorstelt, steunt hij dat alsnog, zegt Asscher.

De relatie tussen de PvdA en het kabinet was al bekoeld sinds de negen Kamerleden in de Tweede Kamer vorige maand een motie van wantrouwen tegen premier Mark Rutte (VVD) steunden. Dat gebeurde na een lang debat over het intrekken van de afschaffing van de dividendbelasting. Asscher vond dat Rutte de Kamer „chanteerde” met het dreigen dat intrekken van de afschaffing „onverantwoord” was. Toen Rutte weigerde zijn woorden terug te nemen, steunde de PvdA de motie van de PVV.

Voor Rutte betekenen de uitspraken van Asscher dat hij moet zoeken naar een nieuwe bondgenoot in de senaat. Van de middelgrote partijen blijft alleen GroenLinks over. Partijleider Jesse Klaver zei eerder eveneens open te staan voor samenwerking. Vorige maand voorspelde Klaver dat de kiezers bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten, die op hun beurt eind mei de senaat kiezen, in maart met het kabinet zullen „afrekenen”.

Lees ook: PvdA: fors verliezen en tóch besturen
    • Mark Lievisse Adriaanse