Duizenden kilometers reizen om daar schoon te maken, heeft dit nou zin?

Opruimen Vrijwilligers reizen over de hele wereld om iets aan de plasticsoep te doen. Beter dan niets of meer kwaad dan goed?

Het Israëlische bedrijf SodaStream organiseerde op het eiland Roatán in de Caraïbische Zee de Roatán cleanup. 300 werknemers van over de hele wereld werden ingevlogen. Op de foto: leerlingen van een lokale basisschool die meehielpen. Foto’s Orlando Sierra/AFP

Het zou een paradijs kunnen zijn: op het Caraïbische eiland Roatán voor de kust van Honduras liggen zover het oog reikt witte zandstranden, omzoomd met palmbomen. Maar het eiland is een vuilnisbelt. De stranden zijn bedekt met een tapijt van afval: plastic zakken en flessen, teenslippers, autobanden, drinkrietjes, luiers, kinderspeelgoed en complete plastic stoelen.

„De laatste tien jaar zien we aan de kuststroken steeds meer plastic afval”, zegt de Hondurese marien bioloog Laura Leiva die werkt aan het Alfred Wegener Instituut op het Duitse eiland Helgoland in de Noordzee. „De enige schone plaatsen zijn de resorts, omdat mensen die actief schoonmaken. Daaromheen ligt alles vol met afval.”

De oceanen veranderen in plastic soep, en eilanden als Roatán fungeren als natuurlijk afvoerputje. Roatán ligt aan een uitloper van de North Atlantic Gyre, een van de vijf gigantische oceaanstromingen. Die levert elke dag een hoop troep vanuit de hele wereld af.

„Oké, jongens, zijn jullie klaar?” roept een man aan Sandy Bay Beach op Roatán. „We beginnen daarginds bij de landingssteiger.” De mensen om hem heen knikken, pakken handschoenen en vuilniszakken en gaan aan de slag. Ze zijn in de verzengende hitte samengekomen om dit strand van de rotzooi te ontdoen. „Het is gek: zoveel schoonheid om ons heen − en dan dit”, hoor je ze zeggen. Ze lijken voor het eerst te begrijpen wat plasticvervuiling in de realiteit betekent.

Overal ter wereld, ook in Nederland, ruimen steeds meer vrijwilligers vervuilde plaatsen op, vooral op initiatief van non-gouvernementele organisaties. Schoonmaakacties zijn een populaire manier voor bedrijven om te laten zien dat ze duurzaamheid belangrijk vinden. Aan World Cleanup Day Nederland, elk jaar in september, namen twintig bedrijven deel, waaronder Spa, Heineken, Coca-Cola, Oerlemans Plastics en Center Parcs.

De Roatán cleanup werd georganiseerd door het Israëlische SodaStream, producent van apparaten om bruisend water uit kraanwater te maken. Driehonderd SodaStream-werknemers spelen voor twee dagen vuilnisrapers op het Caraïbische eiland. Ze zijn er vanuit de hele wereld naartoe gevlogen. Ook werden er zo’n twintig journalisten uitgenodigd, onder wie ik.

Destijds woonde ik in Californië, mijn vlucht naar Roatán was dus nog kort vergeleken met die van de andere deelnemers uit Israël, Australië en Japan. Hoeveel CO2-uitstoot de hele actie veroorzaakt, daarover wil liever niemand nadenken. Net zo min als over hoeveel plastic afval de actie zélf genereert: vaandels, shirtjes en zonnehoeden met SodaStream-logo voor iedereen – alles uit plastic of kunststof. Sommigen zouden deze actie ‘greenwashing’ noemen.

Het paradijs is eventjes terug

Natuurbeschermers op Roatán grepen het marketingevenement aan om de inwoners van het eiland bij de actie te betrekken. Uiteindelijk namen er zo’n 2.000 mensen aan deel. Ook lokale scholen sloten zich aan: kinderen raapten afval op op Sandy Beach Bay, samen met de vreemde buitenlanders.

Biologe Laura Leiva vertelde de kinderen over de problemen van plastic afval. „Ik vertelde hoe plastic in steeds kleinere deeltjes afbreekt en dat vissen die microdeeltjes opeten.” Op Helgoland onderzoekt Leiva of microplastic ook aanwezig is in kreeften die door mensen gegeten worden.

Lees ook: Het ene plastic is het andere niet

Na twee uur hard werken is de grootste berg afval verdwenen. Het paradijs keert langzaam terug – voor een paar uur. Want de golven van de Caraïbische Zee leveren binnen afzienbare tijd nieuwe troep op. Opruimen blijkt sisyfusarbeid. Heeft het dan wel zin om al de troep überhaupt op te halen?

Met schoonmaakacties wordt slechts een klein deel van het afval verwijderd. Onderzoekers schatten dat er jaarlijks 5 tot 13 miljoen ton plastic in de oceanen terechtkomt. Het grootste deel – zo’n 94 procent – zinkt naar de bodem en komt dus nooit op het strand terecht. Wat we wereldwijd aan de kusten kunnen opruimen is slechts het topje van de plasticberg.

Maar dat is beter dan niets, vinden sommigen. „Het gaat om grote hoeveelheden plastic die dan niet verder dieren kunnen verstrikken, bodem en planten van licht en zuurstof beroven of in de magen van dieren terechtkomen”, schrijft Jan Andries van Franeker, ecoloog aan Wageningen Universiteit en Research, in een e-mail. „En het breekt niet af tot micro- of nanoplastics die weer hun eigen nare effecten kunnen hebben.”

Leiva ondersteunt het opruimen om nog een andere reden: „Het laat mensen nadenken over plastic afval. Daardoor maken we het verschil.”

Individuele mensen kunnen niet het verschil maken, maar we overtuigen elkaar om in die leugen te leven, zodat we niet de serieuze veranderingen hoeven door te voeren waar we bang voor zijn

Chris Jordan, fotograaf

Psychologen weten nog niet zeker welk effect cleanups hebben op deelnemers. „We weten dat mensen zich vaak hulpeloos voelen bij milieuproblemen, dus de ervaring dat je het verschil kunt maken is waarschijnlijk goed”, mailt Sabine Pahl, psychologe aan de universiteit van Plymouth in het Verenigd Koninkrijk. Ze onderzoekt hoe je menselijk gedrag milieuvriendelijker kan maken. Volgens Pahl kan een schoonmaakactie leiden tot wat psychologen ‘behavioural spillover’ noemen: je bent na deelname aan zo’n actie misschien ook bereid om op een andere manier iets voor het milieu te doen.

„Aan de andere kant is er ook een risico dat mensen denken dat ze nu genoeg hebben gedaan. Ze zouden kunnen voelen dat zij met deze cleanup hun schulden hebben betaald.” En dan gaan ze met een gerust geweten verder met hun levensstijl.

‘We gaan de wereld redden!’

Maria Westerbos, een Nederlandse ex-journaliste en oprichter van de Plastic Soup Foundation, kwam naar Roatán voor de schoonmaakactie – maar toch doet ze niet actief mee. Ze observeert. „Opruimen vind ik vrij zinloos”, zegt ze. „Bij zo’n cleanup wil ik eigenlijk dat ze van alles wat ze vinden foto’s maken zodat we kunnen herleiden waar het vandaan komt.”

Haar stichting wil de kunststofproducenten ter verantwoording roepen: Westerbos pleit ervoor dat op elke ton plastic die producenten verkopen, belasting wordt geheven. Dat geld zou dan kunnen worden gebruikt om plastic te ontwikkelen dat op een natuurlijke manier verrot. „We moeten het probleem bij de bron stoppen.” Milieu-experts zijn het er mee eens: plasticvervuiling zélf kan je met schoonmaakacties alleen niet stoppen. We moeten de kraan van plastic dichtdraaien, zeggen ze.

Na twee dagen hebben de SodaStream-werknemers 9.000 kilo afval opgeruimd. Ze zijn erg trots, en directeur Daniel Birnbaum klopt zich op de borst: „We gaan de wereld redden!” roept hij op het afscheidsfeestje. „Ook een marathon begint met een babystapje. Die hebben we nu gezet.”

Lees ook: Iedereen kan thuis iets aan de plasticsoep doen

Milieuactivisten die al jaren tegen plasticvervuiling strijden waarschuwen dat het voor babystapjes te laat is. „Het is een systeem-probleem met duizenden verschillende oorzaken. Het moet dus ook als een systeem worden aangepakt”, zegt de Amerikaanse fotograaf Chris Jordan. Hij bracht enkele maanden door op een afgelegen atol in de Stille Oceaan met een kolonie albatrossen. Zijn schokkende foto’s van de prachtige vogels die van de honger sterven met hun maag vol plastic, gingen de wereld over. „Individuele mensen kunnen niet het verschil maken”, zegt hij. „Maar we overtuigen elkaar om in die leugen te leven, zodat we niet de serieuze veranderingen hoeven door te voeren waar we bang voor zijn.” Toch werkte Jordan hard mee bij het opruimen op Roatán. „We kunnen er niet de wereld mee redden, maar toch moeten we onze stranden schoonmaken – omdat het gewoon juist is.”

Schade aanrichten

Maar is het dat? Sommige onderzoekers twijfelen eraan. „Ik denk dat strandschoonmaakacties meer schade aanrichten dan goed zijn voor de natuur”, schrijft Menno Schilthuizen, evolutiebioloog bij het Naturalis Biodiversity Center in Leiden. Volgens hem kunnen schoonmaakacties schade aanrichten bij gemeenschappen van ongewervelde dieren die belangrijk zijn voor het ecosysteem. In vloedmerken – aangespoelde rommel van algen, hout en afval – leven in Nederland zestien soorten wiervliegen, noemt hij als voorbeeld. „Daar planten ze zich voort en dienen hun larven weer als gastheren voor gespecialiseerde sluipwespen en als voedsel voor vloedmerkloopkevers, maar ook voor vogels als spreeuwen en steenlopers.” Als je een strand opruimt, doorbreek je misschien deze aaneenschakeling van natuurlijke processen.

Onderzoekers zijn het er wel over eens op welke manier een cleanup moet gebeuren: voorzichtig. Hun advies: verwijder alleen afval, laat algen en ander organisch materiaal achter. Pak de rommel met de hand op, gebruik geen machines. Bovendien, met tientallen mensen een gevoelig kustsysteem vertrappen zal inderdaad een slecht idee zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Brigitte Osterath