Opinie

    • Michel Krielaars

1001 bijzondere vrouwenlevens

U moet het me maar niet kwalijk nemen, maar ik houd nu eenmaal van ‘poepboeken’.

U moet het me maar niet kwalijk nemen, maar ik houd nu eenmaal van ‘poepboeken’: compacte encyclopedieën, technische en culturele woordenboeken, nice-to-know-boeken, die je tijdens een verblijf op de wc op een willekeurige bladzijde kunt openslaan om kortstondig van te genieten. Els Kloeks 1001 vrouwen in de 20ste eeuw is zo’n boek. Sterker nog, het is het beste poepboek dat ik in jaren heb doorgebladerd en nog lang hoop door te bladeren. Gelukkig telt het meer dan 1600 bladzijden en ben ik voorlopig nog niet klaar.

1001 vrouwen is in de eerste plaats het verhaal van bijzondere persoonlijkheden uit de Nederlandse geschiedenis. Kloek en haar medewerkers hebben niet alleen geleerden, schrijfsters, actrices, musici , politici of feministes verzameld, maar ook jeneverstooksters, misdadigsters, en prostituees van naam en faam. Hun korte levensgeschiedenissen zouden ingrediënten kunnen zijn voor tal van romans en verhalen.

Neem bijvoorbeeld de eerste vrouw die wordt opgevoerd: Ine Kusumoto. Ze was de in 1827 geboren buitenechtelijke dochter van een arts van het Nederlands Oost-Indische leger, die informatie moest verzamelen in Japan, dat tot 1854 van de rest van de wereld was afgesloten. Alleen enkele Nederlanders en Chinezen, die op het eiland Deshima woonden, werden er toegelaten. Zo moet zich een romance tussen die dokter en een Japanse schone hebben ontwikkeld, die resulteerde in Ine. Toen ze twee jaar oud was, werd haar vader het land uitgezet wegens spionage. Wel vroeg hij enkele geleerde kennissen om ervoor te zorgen dat zijn dochter een goede opleiding kreeg. En zo werd ze een beroemde arts, die zelfs een concubine van de keizer bijstond bij haar bevalling.

Genoten heb ik in 1001 vrouwen van de levensbeschrijving van de weduwe Joustra (1828-1901), de moeder van de Beerenburg, en van logementhoudster Lammertje Zondag (1868-1945), die op de Amsterdamse Wallen een berucht bierhuis en bordeel bestierde, waar oplichters, dieven en prostituees kwamen. Omdat ze haar logees liet inbreken, werd ze al gauw als het hoofd van een criminele organisatie beschouwd. Ze genoot landelijke bekendheid en inspireerde filmregisseurs en toneelschrijvers.

De diversiteit onder al die geëmancipeerde vrouwen die Kloek opvoert is enorm. Er staan zelfs buitenlanders in die op Nederlandse bodem actief waren, zoals nazi Gertrud Slottke, de heks van Westerbork. Ook viel me op dat veel van Kloeks vrouwen vrijgezel waren en van Joodse of adellijke afkomst, alsof het emancipatiestreven in die kringen vanzelfsprekender was dan in andere bevolkingsgroepen.

Verder komen er veel verzetsvrouwen voor in Kloeks boek, waardoor je je bijna gaat afvragen of het verzet misschien wel meer vrouwen dan mannen telde. En het is verrassend dat Kloek plaats biedt aan iemand als Hansina Uktolseja, de Molukse treinkaapster, die in 1977 bij De Punt omkwam.

Met het bewogen leven van actrice Josephina van Gasteren ben ik voorlopig het meest verguld. In 1943 liep ze in mijn huis rond toen haar broer Louis in mijn badkamer een Joodse onderduiker doodde. Maar dat is natuurlijk vooral vanwege de lugubere historische sensatie dat naast de wc waarop ik dit boek zit te lezen iemand is vermoord.

    • Michel Krielaars