Opinie

Terecht dat het kabinet wat minder vaak een advocaat wil inzetten

Commentaar

Het kabinet-Rutte III zou geen kabinet van de grote stelselwijzigingen worden, maar op Justitie en Veiligheid is er toch één in aanbouw.

Rutte III zou geen kabinet van de grote stelselwijzigingen worden, maar op Justitie en Veiligheid is er toch één in aanbouw. Minister Sander Dekker (VVD, rechtsbescherming) presenteerde vorige week de contouren van een ambitieus nieuw stelsel voor gefinancierde rechtsbijstand dat grote gevolgen heeft. De Nederlandse Orde van Advocaten groef zich prompt in: afbraak vermomd als besparing.

In de kern komt het plan van Dekker er op neer dat burgers makkelijker hun problemen zelf moeten kunnen oplossen. En áls er professionele hulp nodig is, hoeft dat niet per definitie een advocaat te zijn. Denk aan digitale zelfhulp, meer paralegals, en vooral meer niet-juridische hulpverleners. Dekker kiest voor ‘dejuridiseren’, ook aan de kant van de overheid. Dus geen louter juridische aanpak van problemen en een strengere selectie van wie welke hulp precies krijgt. Op deze weg zijn onmiddellijk duizend beren aan te wijzen, wat dan ook onmiddellijk gebeurt. Dit is knutselen met de rechtsstaat zelf. Vooral advocaten die gewend zijn aan de loopgraven van het recht, zijn sceptisch over de bedoelingen van de overheid. Die is immers in 60 procent van dit type zaken tegenspeler, en meestal een vrij geharnaste.

Wat Dekker niet helpt is dat zijn voorganger als staatssecretaris, Fred Teeven, toegaf dat hij de advocatuur financieel afkneep om zo meer ruimte voor hogere straffen te forceren. De verhoudingen met de politiek zijn dus bedorven en dat heeft de afkeer van VVD-ministers op Justitie versterkt. En deze minister schendt volgens de Orde niet minder dan de Grondwet: het recht op gelijke toegang tot het recht voor burgers met een lager inkomen. See you in court, volgt er dan meestal. Uit dat frame is het lastig ontsnappen.

Die vrees is niet irreëel. Maar hopelijk wordt die niet bewaarheid. Het plan van Dekker verdient tenminste het voordeel van de twijfel. Het is weloverwogen, gebaseerd op veldonderzoek. Het belooft een stapsgewijze, experimentele invoering en is gebaseerd op een juiste analyse. Het stelsel is overbelast, financieel niet meer houdbaar (zeker niet voor de deelnemende advocaten), kent nogal wat perverse prikkels. Het wordt eigenlijk door te veel burgers benut (38 procent van Nederland kan een ‘gratis’ advocaat krijgen) en is dus toe aan herijking. Die biedt Dekker. Bovendien houdt hij, tegen de verwachting in, gefinancierde rechtshulp beschikbaar voor alle rechtsgebieden. Dus ook voor familie- en personenrecht, huurkwesties en sociale verzekeringen. Ook belooft hij dat „toegang tot het recht gewaarborgd moet zijn, ook voor minder draagkrachtigen”. Houdt hij dat overeind, dan is het voornaamste tegenargument ontkracht. Interessant is dat hij de commerciële kantoren wil aanspreken op hun breed genegeerde plicht tot solidariteit met deze groep.

Zijn plan raakt bovendien aan fundamentele zwakten in de rechtspleging die ook buiten de ‘gefinancierde rechtshulp’ bestaan. Toegang tot het recht en ‘de regels’ en de wereld van juridische hulpverleners is voor iedereen een grote opgave. De advocatuur heeft daar vele kansen laten liggen, met als gevolg een versplinterd en niet-transparant aanbod. Hoe Dekkers voorgespiegelde ‘rechtshulppakketten’ er straks uit zullen zien, hoe de ‘triage’ door een ‘onafhankelijk instituut’ voor minder bedeelde burgers met rechtsvragen zal werken – het is allemaal nog zeer de vraag. Maar de aanpak is creatief. Als VVD-leider Rutte het woord ‘visie’ voor kabinetsbeleid niet afgeschaft zou hebben, had het hier zomaar een plaatsje verdiend.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.