Opinie

    • Ellen Deckwitz

Stan Lee

Afgelopen maandag overleed Stan Lee, geestelijk vader van onder anderen Spider-Man en de X-Men. Mijn broer en ik treurden. Het voelde alsof er weer een stukje van onze jeugd verdween. Als tieners waren we verslaafd aan zijn werk. „Strips zijn voor nerds”, zei onze zus altijd wanneer we vroeger met stapels comics thuiskwamen, maar zij had makkelijk sneren. Zij was de enige thuis die voor zijn zeventiende in de puberteit kwam. Op haar dertiende was ze al helemaal af: borsten, meterslange benen, van die Angelina Jolie-lippen.

„Je kan op haar buik een ei bakken, het is net tante Doortje”, jammerden onze ouders, „we moeten de mannen straks van haar af slaan!” Waar ze niet bij stilstonden was dat mijn zus misschien ook weleens lesbisch kon zijn. Jarenlang dartelde het ene na het andere beeldschone meisje in een piepklein handdoekje over onze gang waardoor mijn broer zichzelf aanhoudend in het gezicht moest stompen om aan iets anders te denken.

En dus lazen wij maar strips, hopend op de transformatie die nog jaren op zich zou laten wachten. Stan Lee’s verhalen troostten: bij de meeste van zijn helden openbaren de gaven zich pas tijdens de tienerjaren. Ook zij moeten leren omgaan met een lichaam dat lang niet altijd doet wat ze willen. Dat er wanneer je heel boos wordt bijvoorbeeld laserstralen uit je ogen schieten. Dat je zo sterk bent dat je met je blote handen een gebouw kunt slopen. Dat je opeens sneller kunt vliegen dan een Concorde. Of desnoods vuurwerk tevoorschijn toveren.

Veel personages uit het superheldenuniversum zijn voor ze hun krachten krijgen bovendien sociaal onzichtbaar, wat de herkenbaarheid alleen maar verhoogde. Voor de beet van een radioactieve spin was Peter Parker/Spider-Man een onopvallende studiebol. Erna kon hij opeens salto’s.

Het is een van de natte dromen van iedere tiener, dat je onhandige lijf toch nog een leuke verrassing voor je in petto heeft. Dat je vanuit het niets de kracht hebt om letterlijk en figuurlijk boven je leeftijdsgenoten uit te stijgen en niet meer bang voor hen hoeft te zijn. Geen wonder dat mijn broertje en ik, bij wie de hormonen hoogstens acne en een donssnor veroorzaakten, ons stortten op verhalen waarbij verandering geen vernedering inhield, maar verlossing. De comics van Stan Lee loodsten ons door een van de zwaarste levensfasen heen. Zijn vertellingen boden de hoop dat je meer was dan wat de buitenwereld zag. Dat er onder dat alledaagse uiterlijk een held vol superkrachten schuilde. En dat het slechts een kwestie van tijd was voordat ook jouw gaven zich zouden openbaren, en je eindelijk werd gezien.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz