Recensie

De Suzuki Jimny, wat een schatje

Autotest De Jimny is een van de laatste specialisten op de automarkt, schrijft .

De Suzuki Jimny bij importeur Nimag in Vianen Foto Merlijn Doomernik

Oh mijn god. Ik had hem liever in een speelgoedkleur als legergroen gehad, maar zwart met rode spatlapjes is ook niet mis. Heel mijn sociale netwerk smelt met mij mee. Iedereen wil hem, de Suzuki Jimny. Niet om wat hij is; om hoe hij oogt. Hier staat een geminiaturiseerde Mercedes G-klasse die bij het krimpproces zijn kinderlijke onschuld terugvond. Zie dat dapper uitkijken naar een partijtje zandhappen en watertrappen! De laatste terreinwagen met die charme was de Lada Niva.

Wat een schatje, zeggen mannen en vrouwen, en geef toe; zo lief kijken er weinig met die ronde koplampjes in dat frisgeboende avonturiersgezichtje. De kaarsrechte voorruit en de staande zijramen lijken als grove kijkgaten uit een kartonnen doos te zijn geknipt. Het reservewiel is ouderwets verkleefd met de zijwaarts openende achterklep. Een kindertekening op wielen is de Jimny, in een vlaag van plomp-naïeve tederheid geschapen naar het Jungiaanse oerbeeld van de auto. Archetype. Hij is een van de laatste echte specialisten op de automarkt. Met specialist bedoel ik dat hij met één specifieke doelstelling gemaakt is. Ooit was dat regel en de branche werd er groot mee. Je had bestelwagens voor de bestellingen, reisauto’s voor het reizen, terreinwagens voor het terrein, sportwagens voor de sport. Op een dag besloot de auto-industrie het blik net als de mens te leren multitasken. De klant werd tenslotte ook de generalist die ter verbreding van zijn draagvlak alles wilde kunnen – en in zijn oppervlakkige veelzijdigheid verbleekte. De terreinwagens van nu zijn ondefinieerbaar omnivore SUV’s, de reiswagens hysterische power sedans, de sportwagens recreatiemachines die net zo makkelijk voor een bezoek aan oma worden ingezet. Ze doen alles goed, behalve zichzelf zijn. De Jimny kan niets goed, behalve modderworstelen. Daar ís hij voor.

Suzuki sloot geen compromissen. Het chassis is een ladderchassis, oeroude en onverwoestbare constructie van twee balken in lengterichting met verbindingsstukken overdwars. Het tweede pookje voor de keuze tussen twee- en vierwielaandrijving heeft een lage terreinversnelling voor de grove klussen, die je inlegt door het mannelijk vastberaden in te drukken en naar achteren te trekken. Onbetaalbaar arbeideristisch is de mechanische weerstand die je bij de handeling ervaart.

Luxe is mogelijk, niet wenselijk. De raampjes gaan elektrisch en de stoelen zijn verwarmd, maar het 7 inch-navigatiesysteem rust als een fossiele zendbak op het dashboard. Je ziet meteen: dat hoort er niet. Je start de Jimny, ook historisch, met een echte sleutel. Goddank geen startknop, die alles zou verpesten. Aan alle retrosentimenten is gedacht.

Rukwinden

We maken kennis op de snelweg en dat is een beroerd begin, daar hoort hij niet. Hij is niet dol op rukwinden en bij 120 draait het viercilindertje al haast 4.000 toeren. Ik beveel rode oordopjes als accessoire aan, van de muziek uit de twee speakers in de deurtjes hoor je toch niets. Het gaat best zolang je je pietluttigheid de baas blijft, al zijn de Aziatisch krappe bonsaistoeltjes niet lief voor mijn zwakke rug. Het loon voor die foltering is algemene genegenheid. Bij de pomp, die je vaak ziet (hij zuipt als een Maleier), is het weer schattig voor en na. Ik zie nog Mini-vrouwen op hem overstappen, want hij is duur genoeg om exclusief te blijven. Minimaal 27.000 euro mag je aftikken voor een autootje met twee kleuterzitjes achter en een bagagegleuf waarin nog net een fiere liefdesbrief zou moeten passen.

Het is me wat. Ben je een echte terreinwagen, dappere verslinder van modderpoelen en rotsige hellingen, vindt iedereen je alleen maar knuffelig. Is hij helemaal niet. In de door trekkers omgeploegde karresporen rond mijn huis blijven zijn zevenmijlslaarsjes niet één keer steken.

Op mijn Facebook-pagina ontstaat enige discussie over de rode spatlapjes, de matzwart gepantserde wielkasten, de lichtmetalen velgjes, de modieuze bedieningsknoppen op het stuur. Ze zijn de puriteinen te gelikt. Dat snap ik best: een intens verlangen naar eenvoud leidt ons in luxemoede bekoring. Maar ik weet: zonder wordt hij te gereformeerd en gepolijst, een Beatles-cover van The Analogues; een te volmaakte reconstructie van zijn franjeloze archetype. In zijn licht gecorrumpeerde, half-bijdetijdse gedaante laat hij tenminste zien dat de tijd verder wil met zijn geschiedenis, en dat de specialist nog toekomst heeft.

    • Bas van Putten