Onrust groeit, dus de banden worden versterkt

Buitenlandbeleid

Buitenlandse Zaken krijgt extra geld om te investeren in een ‘robuust en actief’ netwerk van ambassades en vertegenwoordigers.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft de wereldpolitiek veranderd, maar voor de Tweede Kamer is dat juist reden om de banden met de VS aan te halen. Voor het einde van het jaar moet er een ‘contactgroep’ van Nederlandse en Amerikaanse politici komen, zo valt te lezen in een woensdag in de Tweede Kamer door het CDA aangekondigde, breed gedragen motie. Amerika gedraagt zich weliswaar „als een verre buur”, zei Sjoerd Sjoerdsma (D66), maar blijft „een belangrijke bondgenoot”.

De motie, ingediend tijdens het jaarlijkse debat over het buitenlandbeleid, is vooral symbolisch van aard. Nu de Amerikaanse veiligheidsparaplu begint te scheuren en de Britten uit de EU gaan, moet Europa de eigen broek ophouden: woorden van die strekking waren zondag niet alleen in Parijs te horen, tijdens de herdenking van de afloop van de Eerste Wereldoorlog, maar ook woensdag in de Tweede Kamer. Maar hier wil of durft niemand de Amerikanen helemaal de rug toe te keren, en hoopt iedereen stiekem dat de crisis van het ‘multilateralisme’ tijdelijk zal blijken te zijn.

Voor de in maart als opvolger van Halbe Zijlstra aangetreden minister Blok (VVD) is het de eerste keer dat hij een buitenlandbegroting moet verdedigen. Blok, die donderdag op de tweede debatdag zal spreken, valt met zijn neus in de boter. Diplomatie was iets waarop je gerust kon bezuinigen. Maar nu de onrust in de wereld groeit, krijgt zijn ministerie er geld bij: 40 miljoen euro onder meer, om het internationale netwerk van ambassades en vertegenwoordigingen weer uit te breiden. Dat zal vooral in Afrika en de randen van Europa gebeuren.

‘Robuust postennetwerk’

„Bij een land waarvan de samenleving en economie sterk zijn verweven met het buitenland, past een robuust en actief postennet”, schreef hij vorige maand aan de Tweede Kamer. Want, „een veilige, stabiele en voorspelbare omgeving is geen vanzelfsprekendheid”.

De extra uitgaven werden woensdag niet ter discussie gesteld. Dat Nederland internationaal weer zo actief is, wordt in de Kamer gewaardeerd.

Toch klonk er ook kritiek, want is het Nederlandse buitenlandbeleid wel ambitieus genoeg? „Dit kabinet, deze minister, laat zich te veel leiden door de zogenaamde realistische buitenlandpolitiek van de VVD”, zei Lilianne Ploumen (PvdA). „Vooral niet je nek uitsteken, niet opvallen en vooral binnen de lijntjes kleuren.” De oud-minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking vond dat Blok vaker positie moet kiezen tegen „wereldleiders die de menselijke waardigheid aan hun laars lappen”.

Bloks partijgenoot, het VVD-Kamerlid Sven Koopmans stelde daar de opvatting tegenover dat het buitenlands beleid vooral ten goede moet komen aan Nederland. Nee zeggen kan, maar dan wel „tegen besluiten die de Nederlanders niet dienen”.

Bram van Van Ojik (GroenLinks) verweet de minister „naïef” te zijn ten aanzien van China, dat strategisch slim investeert in de EU, en Rusland, dat in de Oostzee en met de Duitsers een tweede gaspijpleiding naar Europa aan het bouwen is.

Hoeveel eigen ruimte heeft Nederland nog in zijn buitenlandbeleid? D66’er Sjoerdsma wees erop dat in Brussel wordt gepraat over het afschaffen van het vetorecht dat landen nu nog hebben bij het vormgeven van Europees buitenlandbeleid, een recht dat vaak tot verlamming leidt. Premier Rutte en Blok hebben eerder gezegd dat ze hier constructief tegenover staan. „Ik zou zeggen: ga ervoor”, zei Sjoerdsma. Het overdragen van Nederlandse soevereiniteit aan de EU is volgens hem niet „vies”, maar een bittere noodzaak in een wereld die zo in beweging is.

Met medewerking van Mark Kranenburg
    • Stéphane Alonso
    • Mark Kranenburg