‘Als ik ernaar kijk, raak ik steeds opnieuw geprikkeld’

Mijn favoriet Waarom heeft u dit kunstwerk gekocht? Deze week: een ets.

Equipeise, 1984 Ets van Penka Yanush

‘In 1992 was ik op wintersport in Bulgarije, in een vrij primitief bergdorpje met slechts twee skiliften. Daar, in een statig herenhuis, was een soort geïmproviseerde kunstmarkt ingericht. Ik heb er deze ets van de Bulgaarse kunstenaar Penka Yanush (1958) gekocht, voor omgerekend ongeveer 175 gulden. Bij de aankoop ontving ik een lijst met internationale exposities waaraan ze had deelgenomen. Daar stond ook vermeld dat ze al eens twee werken in Museum Boijmans Van Beuningen tentoongesteld had.

„Ik heb de ets in mijn handbagage mee naar huis genomen en thuis professioneel laten inlijsten. Die lijst was duurder dan het kunstwerk zelf! Ook heb ik bij thuiskomst een brief naar Boijmans gestuurd met de vraag of ze mij meer over de kunstenares konden vertellen en wat de waarde van het kunstwerk was. Maar het museum antwoordde dat Penka Yanush bij hen ‘helaas niet bekend’ was. Gelukkig had ik mij al voorgenomen geen verwachtingen te hebben van de uitkomst.

„Want wat de financiële waarde ook is, ik ben na 25 jaar nog steeds blij met deze ets. Hij heeft altijd in mijn woonkamer gehangen, op verschillende plekken, maar is nooit naar boven verbannen. Als ik ernaar kijk, raak ik steeds opnieuw geprikkeld door de vlakverdeling en de beweging die in het werk zit. Je kunt de figuur van links naar rechts volgen, maar ook andersom. Staat de vrouw op, of staat ze op het punt om te vallen? En dan is er nog dat ene kleuraccent, in de vorm van de rode vrouw die op de achtergrond op een sokkel staat. Het blijft raadselachtig wat er precies gaande is.

„Ik schilder en teken zelf ook, en meestal maak ik koppen. Ik houd van de kunst van het weglaten. Mijn figuren zijn nooit helemaal af. Een kunstwerk moet niet te perfect zijn, vind ik. Niets is perfect in het leven, ook de natuur niet. Dat spreekt me ook zo aan in deze ets: hij is nog niet helemaal ingevuld. Zo blijft er wat te raden over.”

    • Sandra Smallenburg