Opinie

    • Maarten Schinkel

Het is lastig positief te blijven over Italië

Het is al bijna weer vergeten, maar tijdens de coalitie-onderhandelingen in Italië van begin dit jaar was heel even sprake van een eis dat 250 miljard euro aan Italiaanse staatsschuld zou worden weggestreept. Het zou daarbij gaan om schuld die in handen was van de Europese Centrale Bank, in het kader van het opkoopprogramma dat de centrale bank uitvoerde. Of Frankfurt, dat in totaal 362 miljard aan Italiaanse staatsschuld op de balans heeft staan, 70 procent daarvan even wilde laten verdwijnen.

Het plan, dat uitlekte, werd eerst ontkend en toen geschrapt. Het wegstrepen van de schuld is in Europa volkomen onmogelijk en zou de eurozone in wezen opblazen. Het eigen vermogen van de ECB zou worden weggevaagd, hetgeen werkelijk niemand van betekenis buiten Italië laat gebeuren.

Misschien was het hele idee, net als de proefballon van het invoeren van een parallelle munt aan de euro, ook wel bedoeld als welbewuste schok voor de buitenwereld. In de hoop dat de rest van de eurozone na het intrekken zo opgelucht zou zijn, dat zij in zou stemmen met de andere voorstellen van de coalitie van Lega en Vijfsterrenbeweging. Waaronder een stimulus, in de vorm van lastenverlichting, inkomenssteun en een lagere pensioenleeftijd, die het begrotingstekort zou verhogen van een beloofde 0,8 procent naar 2,4 procent van het bbp.

Een tekort van 2,4 terwijl de economie op zijn piek is: dat gaat er in Brussel niet in. Dinsdag verstreek een deadline waarop de Italiaanse regering van de Europese Commissie moest laten zien hoe zij dat plan zou veranderen. Maar Rome geeft geen krimp. Een onstuitbare kracht ontmoet hier een onbeweeglijk voorwerp.

Intussen schraagde het Internationale Monetaire Fonds diezelfde dinsdag de kritiek uit Brussel. In de periodieke beoordeling van de Italiaanse economie stelde het IMF dat de invloed van Romes stimuleringspakket op de economie op korte termijn kwestieus is, en op de lange termijn vermoedelijk negatief. Het gevolg: geen tekort van 2,4 procent in 2019 maar van 2,75 procent, stijgend naar tegen de 3 procent in de twee jaar daarna. Maar omdat de staatsschuld met 130 procent van het bbp zo groot is, zal die nu juist te lijf moeten worden gegaan, aldus het IMF. Want als de economie weer vertraagt en er dán ingegrepen moet worden, veroorzaakt dat een volle recessie.

Zo zit Italië in een lus. De erfenis van de hoge staatsschuld is een molensteen om de nek. Alleen pijnlijke hervormingen kunnen de productiviteit en concurrentiekracht verbeteren van een economie waar de reële inkomens in twintig jaar tijd niet zijn gestegen. En waar het bbp per hoofd is gezakt van 84 procent van dat van Nederland in 1996 naar nog maar 64 procent dit jaar. Maar echte hervormingen zijn maatschappelijk zo goed als onmogelijk geworden. De politieke economie die gewend was zich van tijd tot tijd uit de problemen te devalueren, lijkt nooit een ander model te hebben omarmd.

Mocht Italië echt gaan wankelen, dan is het te groot om door andere eurolanden te worden gered, mochten die dat überhaupt willen. De ECB zou kunnen bijspringen met Outright Monetary Transactions (OMT), haar nimmer gebruikte superwapen. Maar dat kan alleen als Italië in wezen onder curatele wordt geplaatst, op straffe van een volksopstand.

Deze week moest de verzwakte Banca Carige uit Genua worden gesteund met kapitaal van andere banken. Die gedroomde 250 miljard aan kwijtschelding is maar 11 procent van de totale schuld. Griekenland was hiermee vergeleken kinderspel. Romageddon: het laatste restje optimisme is druk bezig weg te sijpelen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel