‘Facebook maakte tegenstanders zwart met nepnieuws en complottheorieën’

Desinformatie

Facebook zou een pr-firma hebben ingehuurd om critici van het sociale netwerk te beschadigen. Met „vertragen, ontkennen en verhullen” reageerde het bedrijf op kritiek, schrijft The New York Times.

De „War Room” in Facebooks hoofdkantoor in Menlo Park, Californië, is het zenuwcentrum waar Facebookwerknemers beïnvloeding van verkiezingen wereldwijd tegen te gaan. Foto AFP

Facebook heeft een pr-firma ingehuurd die complottheorieën en nepartikelen verspreidde over critici en concurrenten van het sociale netwerk. Dat schrijft The New York Times in een onthullend artikel over Facebooks pr-beleid van het afgelopen jaar.

De Amerikaanse krant reconstrueert hoe Facebook de afgelopen jaren reageerde op de vele schandalen waarin het bedrijf verwikkeld raakte. Het bedrijf paste een tactiek toe van „vertragen, ontkennen en verhullen”, aldus de krant. Voor het onderzoek is met meer dan vijftig betrokkenen gesproken, meestal op anonieme basis.

Activisten die racisme en privacyschendingen op het platform aan de kaak stelden werden verdacht gemaakt door banden met miljardair George Soros te suggereren. De Hongaars-Amerikaanse filantroop is regelmatig onderwerp van antisemitische complottheorieën. De door Facebook in de arm genomen pr-firma Definers Public Affairs verspreidde een onderzoek onder journalisten waaruit zou blijken dat Soros achter een brede anti-Facebook-beweging zou zitten.

Hoe Facebook van de hemel in de hel belandde (maart 2018)

Ook spoorde de firma journalisten aan om de financiële banden tussen Soros en zijn familie en de activisten van Freedom from Facebook te onderzoeken, een coalitie van organisaties met het doel Facebook op te breken. Soros’ fonds zei tegen de krant enkele bij Freedom from Facebook aangesloten groepen te ondersteunen, maar niet de organisatie zelf.

Een redacteur van de rechtse nieuwssite The Daily Caller bevestigde woensdag te zijn benaderd door de pr-firma. Die zou hem hebben aangespoord „de Soros tactiek” toe te passen voor een stuk over Latijns-Amerikaanse Facebookcritici, aldus de redacteur op Twitter. „De man bleef Soros maar noemen.”

‘Apple hypocriet’

Definers Public Affairs beheert volgens The New York Times bovendien een conservatieve nieuwssite, NTK Network, waarop het bedrijf tegenstanders van zijn cliënten zwart maakt. De website claimt onafhankelijk te zijn, banden met Definers Public Affairs worden nergens genoemd. Op de site verschenen de afgelopen tijd tientallen negatieve artikelen over Google en Apple. Daarmee wilde het bedrijf de aandacht afleiden van het slechte nieuws over Facebook, schrijft The New York Times.

Zo wordt in één van de artikelen Apple-baas Tim Cook hypocriet genoemd, omdat hij Facebook de les las over privacy terwijl Apple ook grote hoeveelheden data van zijn gebruikers verzamelt. NTK Network heeft geen groot bereik, maar verhalen van de nieuwssite worden regelmatig overgenomen door invloedrijke conservatieve nieuwsorganisatie1s, zoals Breitbart.

Definers Public Affairs werd opgericht door ervaren campagnevoerders van de Republikeinse partij en past politieke campagnetechnieken toe voor de public relations van commerciële bedrijven.

Schandalen

Facebook is al ruim twee jaar verwikkeld in opeenvolgende schandalen – over Russische desinformatie, privacy en de verspreiding van haatberichten. Critici beschuldigen het bedrijf ervan keer op keer groei boven verantwoordelijkheid te hebben gesteld en nalatig te zijn geweest. Dat beeld wordt bevestigd door de reconstructie van The New York Times.

Zo negeerden directeuren Mark Zuckerberg en Sheryl Sandberg intern onderzoek waaruit bleek dat Facebook „misbruikt kon worden om verkiezingen te ontwrichten, virale propaganda uit te zenden en dodelijke haatcampagnes over de hele wereld kon aanwakkeren”. Toen de waarschuwingen bleken te kloppen probeerden ze deze „te verhullen voor het brede publiek”, aldus The New York Times.

Volgens de krant was Facebooks veiligheidsteam al in de lente van 2016 op de hoogte van Russische pogingen om via het platform de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden, maar heeft nagelaten dat aan leidinggevenden te melden. Pas nadat Zuckerberg eind 2016 verklaarde het een „gestoord idee” te vinden dat desinformatie heeft bijgedragen aan de verkiezingen van Trump, werd hij door de werknemers bijgepraat over de Russische beïnvloedingspogingen op het netwerk. In de maanden daarna bagatelliseerde de Facebooktop de omvang van de campagne naar buiten toe, terwijl werknemers binnen het bedrijf steeds meer bewijs vonden voor een grootschalige campagne.

Facebook reageerde in The New York Times door te zeggen dat het probeert kwade spelers aan te pakken. „Dit was een zware tijd voor Facebook en onze hele managementteam is erop gericht om de problemen die op ons afkomen op te lossen.”

Donderdagmiddag wees het bedrijf in een Facebookpost op „een aantal onjuistheden” in het artikel. Het bedrijf zou in de lente van 2016 nog niet op de hoogte zijn geweest van Russische beïnvloedingspogingen. Ook zou Facebook nooit direct aan Definers Public Affairs hebben gevraagd om desinformatie te verspreiden. Het bedrijf bevestigt dat de pr-firma journalisten aanspoorde om de financiering van anti-Facebookorganisatie Freedom from Facebook te onderzoeken. „We wilden laten zien dat dit geen eenvoudige grassrootcampagne was, maar dat de campagne werd gesteund door een bekende criticus van ons bedrijf. De suggestie dat het een antisemitische aanval was, is laaghartig en onwaar.”

Update: dit artikel is donderdagmiddag geactualiseerd met de laatste reactie van Facebook
    • Reinier Kist