Examenstof over het goede leven

Jelle van Baardewijk,Ad Verbrugge en Govert Buijs Drie filosofen schreven een lesboek voor het examen filosofie, met kritiek op neoliberalisme.

Het lesboek van filosofen Van Baardewijk (boven), Buijs (links) en Verbrugge wordt vanaf 2020 eindexamenstof voor vwo’ers en bevat vijf essentiële voorwaarden voor het goede leven. Foto Olivier Middendorp

Het goede leven en de vrije markt, het nieuwe eindexamenkatern voor 6-vwo, ruikt als een echt schoolboek. Het is de geur van luxe, glimmende pagina’s, die het boek onderscheidt van de meeste ‘gewone’ filosofieboeken.

Maar de publicatie, geschreven door drie filosofen van de Vrije Universiteit, is ook weer anders dan de meeste lesboeken. Ze geeft een overzicht van de cultuurfilosofie van Plato tot Joan Tronto, maar de auteurs ontwikkelen óók een eigen filosofische redenering. Helder geschreven is het werk wel, eenvoudig niet – of in de woorden van Jelle van Baardewijk: „Het is een serieus boek.” De 6-vwo’er zetten de auteurs tijdens het schrijven uit het hoofd, bang dat de taal te simpel zou worden. Bovendien is het niet alléén een schoolboek, het is ook bedoeld voor een breder publiek.

Het onderwerp bedachten Van Baardewijk en zijn collega’s Ad Verbrugge en Govert Buijs niet zelf, maar hun werk lag er wel al dicht bij. Ze gaven samen colleges ethiek bij de opleidingen economie en bedrijfskunde toen de examencommissie filosofie een wedstrijd uitschreef met het thema ‘de vrije markt en het goede leven’. Hun voorstel won, vierenhalf jaar werkten ze aan het schrijven. In 2020 vervangt hun boek het huidige examenkatern, over het scepticisme.

In een Amsterdams café komen de filosofen bijeen. Ze zitten helemaal op één lijn, zowel qua bestelling (cappuccino’s) als wat de kern van het boek betreft.

Van Baardewijk: „We doordenken het moderne vrijheidsideaal, waarvan we denken dat het verschraald is.”

Ad Verbrugge: „Mensen willen niet meer alleen de homo economicus zijn.”

Het boek gaat over de vraag of de vrije markt ‘het goede leven’ dichterbij brengt. In navolging van de filosofe Martha Nussbaum betogen de drie dat vrijheid niet alleen de afwezigheid van dwang inhoudt, zoals de liberalen stellen. Vrijheid gaat juist ook over de mogelijkheden die mensen hebben om dat goede leven te leiden. Daarom kwamen ze na lang filosoferen met vijf essentiële voorwaarden voor het goede leven: relaties met anderen, instituties, de natuur, het lichaam, en zingeving. De vraag is vervolgens wat de vrije markt betekent voor die vijf voorwaarden. Dat leidt tot een kritische conclusie: een verkeerde marktlogica ondermijnt de condities van het goede leven, aldus de filosofen.

Als je vraagt of de vrije markt het goede leven dichterbij brengt, waarmee vergelijk je die vrije markt dan?

Buijs: „In het boek zetten we die af tegen de samenleving van de oude Grieken en in de christelijke Middeleeuwen. Ten opzichte van die samenlevingen krijgen de vrijheid en creativiteit van individuen op de vrije markt veel meer ruimte. Adam Smith zei het, Marx trouwens ook: de vrije markt maakt mensen los van feodale verbanden. Dus die markt brengt het goede leven inderdaad voor een groot deel dichterbij. Tegelijk brengt die ook risico’s met zich mee, en die moeten in toom gehouden worden.”

Jullie zijn kritisch over de vrije markt en eindigen met concrete aanbevelingen om die te beteugelen. Is het gebruikelijk dat in een examenboek zo’n standpunt wordt ingenomen?

Van Baardewijk: „Het boek heeft een argumentatieve hoofdstructuur, daarin verschilt het van de standaard studieboeken, die vaak meer encyclopedisch zijn.”

Verbrugge: „Wij wijzen de vrije markt niet af, maar we verklaren die ook niet heilig, zoals je in bepaalde liberale theorieën ziet. We blijven in het midden, omdat we voor de gedachte van het goede leven een weegmechanisme willen ontwikkelen. Ik denk dat zowel links als rechts zich hierin zou moeten kunnen vinden.”

De aanbevelingen waarmee jullie komen, zoals het terugdringen van het neoliberalisme in zorg en onderwijs, zijn vrij praktisch. Tegelijk bekritiseren jullie een dieper liggende mentaliteit. Is er dan niet, vóór die concrete maatregelen, een mentaliteitsverandering nodig?

Buijs: „Het is belangrijk dat we tegenposities onder woorden brengen, dat we die taal hebben. In het denken is een fundamentele verandering nodig. Maar als je alleen de fundamentele dingen zegt en niet kijkt naar stappen die je kunt zetten, dan blijft het zo abstract.”

Verbrugge: „Die mentaliteitsverandering is nu al gaande. Ik denk dat we nu in een vergelijkbare fase zitten als in de Reformatie of de Verlichting, waarin onze kernwaarden, deels afkomstig uit die Verlichting, fundamenteel herzien worden. Je ziet het aan de interesse in oosterse spirituele bronnen zoals yoga, maar ook in de terugkeer van het nationalisme en tribale sentimenten.”

Nationalisme en de populariteit van yoga hebben dezelfde oorsprong?

Verbrugge: „Ze gaan allebei over mensen die op zoek zijn naar houvast, die méér willen dan een abstract vrijheidsbegrip.”

Veranderen er ook al concrete dingen?

Verbrugge: „Nou, kijk bijvoorbeeld naar het opvallende tempo waarin dat gasbesluit erdoorheen is gejaagd. Dat duidt wel op een andere manier van denken. De gedachte dat de markt de panacee is voor alle problemen is ook bij de liberalen op z’n retour.”

Govert Buijs is iets minder overtuigd van een ommezwaai in de mentaliteit: „Je ziet nog steeds dat de last op individuele schouders wordt gelegd, en mensen nemen die ook op zich. Ze kijken niet zo naar de politiek, maar richten coöperaties of broodfondsen op. Wanneer werknemers gestresst zijn strijden ze niet voor betere arbeidsvoorwaarden, maar nemen ze een cursus mindfulness.”

Van Baardewijk: „Al die burn-outs die mensen krijgen, kun je ook zien als een vorm van protest.”

De financiële crisis had een aanleiding kunnen zijn om de vrije markt kritisch te overdenken, maar tien jaar later gaat het debat voornamelijk over identiteitspolitiek. Hebben mensen wel oren naar jullie verhaal?

Van Baardewijk: „Wij besteden juist óók aandacht aan het culturele aspect van de onvrede, anders dan sociaal geografen als Ewald Engelen, die meer marxistisch denken.”

Verbrugge: „De globalisering en liberalisering roepen tegenbewegingen op, en een daarvan is de terugkeer naar de identiteit van het eigene. Dit heeft grote risico’s. Mensen willen dat de grenzen dicht gaan, dat mensenrechten wijken voor burgerrechten. Ons lichaam, en in bepaalde gevallen helaas ook onze huidskleur, worden nieuwe punten van markering.”

Buijs: „Je ziet dat er een schreeuw ontstaat om gezamenlijkheid. Die kracht werd ingezet door Trump, maar ook door Bernie Sanders.”

Van Baardewijk: „Het systeem wankelt omdat mensen niet het idee hebben dat de elite voor ze zorgt. Mensen verwachten een moreel verhaal, ook bij bestuurders en bankiers. Ons boek helpt zo’n verhaal te ontwikkelen en verstandig beleid te voeren over bijvoorbeeld marktwerking in de zorg, discriminatie of obesitas.”

    • Floor Rusman