Problemen van Eritrese vluchtelingen: angst, alcohol, frustratie, geweld

Integratie Eritreeërs integreren nauwelijks. Hun problemen stapelen zich op en hulpverlening verloopt moeizaam, schrijft het SCP in een nieuw rapport.

Foto Robin Utrecht

Kwaad stapt Bet-El Teklemariam de metro van Rotterdam uit. Een Eritrese man die ze begeleidt, heeft haar zojuist verteld wat de oorzaak van zijn problemen is. Ze loopt het Holland Casino binnen. „Weten jullie dat jullie Eritrese klant zijn uitkering vergokt”, vraagt ze een medewerker. Die reageert afwerend: „We mogen niks zeggen over onze cliënten. Privacyregels.”

Buiten ziet Bet-El Teklemariam twee andere Eritreeërs het casino binnengaan. Eritrese statushouders, vertelt Teklemariam, beginnen uit verveling of uit teleurstelling te gokken, omdat de inburgering niet loopt. „De man die gokt, dreigt dakloos te worden.”

Als sociaal pedagoog Bet-El Teklemariam, zelf van Eritrese afkomst, vertelt over nieuwkomers uit Eritrea buitelen de problemen over elkaar heen. Huiselijk geweld; alcoholproblemen; gefrustreerde Eritreeërs die zich niet gehoord voelen door de hulpverleners; wanhopige mensen die al jaren wachten op gezinshereniging. Ze heeft een netwerk van ongeveer tweehonderd Eritrese nieuwkomers die verspreid over het land wonen, zegt ze. Dagelijks appt en belt ze hen. ’s Nachts staat de telefoon tegenwoordig op ‘stil’.

Lees ook: Een Eritreeër moet je alles uitleggen, weet vrijwilliger Betty

Tussen 2014 en medio 2017 hebben 17.000 Eritreeërs asiel aangevraagd in Nederland: ruim driekwart is jonger dan dertig jaar, veel zijn afkomstig van het platteland en een groot deel is orthodox religieus. Het is na de groep van 44.000 tot 50.000 Syriërs die de afgelopen jaren kwam, de grootste groep nieuwkomers. Deze vrijdag presenteert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) haar kwalitatieve onderzoek ‘Eritrese statushouders in Nederland’. Voor het onderzoek zijn 26 statushouders en 22 deskundigen geïnterviewd. Teklemariam nam een deel van de interviews voor haar rekening.

Eritreeërs zijn hele lieve mensen, zegt Teklemariam. Maar het gaat met de meesten niet goed in Nederland. Hun gezondheid verslechtert en ze trekken zich steeds meer terug in eigen kring. „Ik ben geen negatief mens”, zegt ze, „maar dit is de realiteit.”

Uit het rapport: Met Nederlanders heb ik geen contact. Ik vind ze afstandelijk en raar. Zij begroeten ons nooit. Ik heb het gevoel dat ze ons niet mogen. (…) De Nederlanders zijn niet gastvrij. Ik hoef geen contact met ze. Zij willen ons niet, waarom zou ik dan met hen contact willen? (Eritrese vrouw)

Afstandelijk

Onderzoek doen naar deze groep is niet makkelijk. Zowel nieuwkomers als deskundigen – niet alleen die met een Eritrese achtergrond – wilden alleen op voorwaarde van anonimiteit worden geïnterviewd. Een kwantitatief onderzoek was bij voorbaat kansloos, zegt Teklemariam. Eritreeërs zijn bang voor de overheid en spreken de taal slecht, hen op grote schaal ondervragen is onmogelijk. De deskundigen zijn, volgens het SCP-rapport, „onder meer huiverig om bij te dragen aan negatieve beeldvorming of stigmatisering van deze groep”.

Het beeld dat opdoemt, stemt somber: Eritrese statushouders „vinden het moeilijk om aansluiting te vinden bij de Nederlandse samenleving”. Ze hebben weinig contact met Nederlanders doordat ze de taal niet spreken en Nederlanders als afstandelijk ervaren. Het contact met de hulpverlening verloopt bovendien moeizaam: er is een „forse kloof tussen Eritreeërs en instanties”, aldus het SCP. Uitsluiting ligt op de loer.

Uit het rapport: Het is niet dat ze (…) nou heel erg op die vrouwen neerkijken of zo, helemaal niet, maar de vrouwen hebben wel een andere rol. (…) Nederlanders vinden dat wel raar. Omdat ze zo op zichzelf zijn, en zo verlegen, geeft dat ook een enorme afstand. (Expert)

Een recent SCP-rapport over Syrische statushouders schetste hun integratie als een flinke opgave – de meesten ontvangen een bijstandsuitkering en 40 procent heeft psychische problemen. Het leven van de Eritrese nieuwkomers volledig op de rit krijgen, wordt echter een nog veel grotere uitdaging, schrijft het SCP. De meesten hebben geen baan, „op een enkeling na.” Het is „niet gewaagd om te stellen dat de uitgangssituatie van de Eritrese groep nog ongunstiger is dan die van de Syrische groep”.

Zelf is Bet-El Teklemariam begin jaren tachtig vanuit Eritrea naar Duitsland gevlucht. In 2000 verhuisde ze naar Nederland, haar liefde achterna. In Rotterdam werkt ze sinds ongeveer vijftien jaar als vrijwilliger met vluchtelingen. Normaal voor de dochter van een oud-priester, vertelt ze. „Zo ben ik”.

Tegenwoordig begeleidt Teklemariam jonge Eritreeërs in opdracht van Nidos, de stichting die landelijk de voogdij regelt voor minderjarige asielzoekers. In Alphen aan den Rijn en Dordrecht geeft ze opvoedcursussen aan Eritrese vrouwen én ze werkt op woensdag als vrijwilliger bij het vluchtelingenspreekuur in Ommoord, Rotterdam-Noordwest.

Daar ziet Teklemariam in de hal ook Eritreeërs zonder klachten rondhangen. „Gewoon om te kletsen”. Eén van de eerste dingen die ze moeten leren over Nederland, is op tijd komen. „Als je te laat bent, gaat je afspraak in het ziekenhuis niet door.”

Uit het rapport: vrijwilliger 1: „Je moet wel geduld hebben als je een buddy bent van een Eritreeër, want ze zijn niet zo van de afspraken.”

Vrijwilliger 2: „Je moet eerst iemand zien te motiveren en dat hij echt op afspraken komt, want negen van de tien keer komen ze gewoon niet.”

Huiselijk geweld

De meeste vragen krijgt Teklemariam over het maken van een afspraak bij de huisarts, het volgen van taallessen (Teklemariam: „Sommige taalscholen willen geld verdienen en geven geen les.”) en over werk. Eritreeërs willen wel werken, maar hebben daar vaak niet de juiste papieren voor en slagen daar niet in.

Er zijn zoveel meer problemen, zegt Teklemariam. Regelmatig hoort ze over huiselijk geweld. Verwachtingen over het nieuwe leven samen zijn vaak onrealistisch. Vaak hebben ze in Eritrea maar kort samengewoond. Als de man en vrouw gescheiden van elkaar naar Nederland komen, hebben ze elkaar een paar jaar niet gezien. Soms hebben ze in de tussentijd een andere partner gehad. Dit zorgt voor spanningen. En met de komst naar Nederland zijn ook de verhoudingen binnen het huwelijk veranderd: vrouwen hoeven niet langer strikt te gehoorzamen aan hun mannen. „Dat zorgt voor ruzies.”

In Eritrea zijn mannen de baas, zij werken. Vrouwen blijven thuis. Dat Eritrese mannen in Nederland meestal werkloos zijn, voelen ze als verlies van status. Zij brengen het geld niet binnen, dat doet de staat. Teklemariam kent verschillende mannen die hun vrouw mishandelen en soms ook de kinderen. En mannen die hun uitkering aan gokken, alcohol of softdrugs besteden.

Uit het rapport: We zitten maar stil. We zijn snel opgenomen, hebben een goed huis gekregen en we krijgen geld. Het enige wat ze niet goed doen is dat we geen werk hebben. We hebben niet geleerd om thuis te zitten en alleen maar te eten. Ze denken dat we lui zijn, maar we willen werken. (Eritrese man)

Tussenpersonen

Bij hulpverleners kunnen Eritreeërs vaak niet terecht, zegt Teklemariam. Ze vragen Eritreeërs bij de eerste ontmoeting het hemd van het lijf. Dat schrikt af. „Een Eritreeër denkt dan dat je van de IND [Immigratie- en Naturalisatiedienst, red.] bent.”

Hulpverleners houden daarbij te weinig rekening met de ervaringen en achtergrond van Eritreeërs, vindt ze. De Nederlandse individualistische samenleving staat haaks op de rurale, meer op de gemeenschap gerichte manier van leven. „In Eritrea word je als vrouw opgevoed om huisvrouw te worden. Je leert koken, voor je kinderen zorgen en zorgzaam zijn voor je man. En dan wordt hier ineens verwacht dat alles zelf regelt. Dat moet je ze leren met veel geduld.” Eritrese statushouders gaan niet snel met hun problemen naar een arts of hulpverlener maar vragen hulp aan vrienden die met dezelfde problemen worstelen, volgens het SCP-onderzoek.

Uit het rapport: Het leven in Eritrea was voor mij de hel! Ik werd door verschillende mannen aangerand. Sindsdien heb ik verschillende ziekteverschijnselen waarvoor ik medische hulp heb gezocht. Tot op heden kunnen artsen geen verklaring vinden. Vaak denkt men dat ik iets verzin.(Eritrese vrouw)

Er moet meer gebruik worden gemaakt van de paar goed opgeleide Eritrese nieuwkomers als tussenpersonen, zegt Teklemariam. Gemeenten leunen te veel op Eritreeërs die in de jaren tachtig en negentig naar Nederland zijn gekomen. Die staan vaak op grote afstand van de nieuwe groep, nemen de tijd niet voor begeleiding en zijn meestal niet kundig. Goed opgeleide Eritrese nieuwkomers kennen de doelgroep wel, zegt Teklemariam, maar van hun expertise wordt nauwelijks gebruik gemaakt. Zij kunnen deze groep bij de hand nemen en voorbereiden op bijvoorbeeld een bezoek aan een dokter of de gemeente. „Nu zijn Eritreeërs voor elk bezoekje aan de gemeente of hulpverlener super gespannen”, zegt Teklemariam.

Uit het rapport: Ik denk: ik heb het toch eenvoudig opgeschreven of uitgelegd, maar dan zit er nog een concept in of een woord in wat moeilijk was. En voor sommige psychologische begrippen zijn er ook bijvoorbeeld in Tigrinya geen woorden. Dus dan uiten mensen zich veel meer als van: Ik slaap slecht. Ik heb hoofdpijn. Mijn hoofd is vol. Dat soort dingen. Of: Ik ben zwak. Ik heb geen kracht. (expert, arts)

Tekening Kamagurka

Correctie (16 november 2018): In een eerdere versie stond de naam Alphen aan den Rijn verkeerd gespeld.

    • Sheila Kamerman
    • Martin Kuiper